Agressiviteit wordt bepaald door genen en opvoeding

Print
Kinderen die in hun jeugd door hun ouders worden mishandeld, zijn later vaak zelf agressief, als ze daar genetische aanleg voor hebben tenminste. Dat blijkt uit een studie die Britse onderzoekers hebben uitgevoerd. De resultaten zijn vanaf vrijdag te lezen in het wetenschappelijk tijdschrift Science.
De onderzoekers slaagden erin een variant van het MAOA-gen te identificeren als een mogelijke bepalende factor voor gewelddadigheid. Dit gen reguleert bepaalde substanties in de hersenen die het gedrag van mensen beïnvloeden. De delen waaruit het gen is samengesteld, zouden verklaren waarom sommige mensen die in hun jeugd werden mishandeld, zelf gewelddadig worden en andere niet.

Het onderzoeksteam van het King's College in Londen, onder leiding van Terrie Moffitt, baseert zijn stelling op gegevens van jonge mannen uit Nieuw-Zeeland die tijdens hun eerste levensjaar door hun moeder werden verlaten en daarna door hun voogd gekleineerd, geslagen of seksueel misbruikt werden. Bij 12 procent van de proefpersonen stelden de onderzoekers vast dat het gen MAOA aanwezig was. Bijna een vierde (22 procent) van die 12 procent vertoonde tijdens de onderzoekssessies gewelddadig gedrag.

Terrie Moffitt schrijft dit toe aan het samenspel van het MAOA-gen en de ervaringen uit de jeugd. De Britse onderzoekers onderzochten bij iedere proefpersoon de activiteit van het MAOA-gen. Hun conclusie was dat de weinig actieve varianten van het gen, maar wel de gevaarlijkste, het gedrag enkel beïnvloeden als de drager van het gen tijdens zijn jeugd is mishandeld.

Omdat het MAOA-gen zich op het X-chromosoom bevindt, zijn mannen van nature agressiever dan vrouwen. Mannen hebben immers slechts één X-chromosoom. Vrouwen hebben een tweede X-chromosoom. Bij hen is het dus mogelijk dat een weinig actieve variant van het MAOA-gen op het ene chromosoom geneutraliseerd wordt door een actief MAOA-gen op het andere X-chromosoom.

.

Nu in het nieuws