Minivoetbal stimuleert leerproces jonge veldspelers

Print
Minivoetbal kan een gunstige invloed hebben op het leerproces van jeugdige veldspelers, dat concludeert de Rijksuniversiteit Gent uit haar onderzoek naar de complementariteit tussen veld- en minivoetbal.
"Het is zeer waarschijnlijk dat minivoetbal een gunstige invloed kan hebben op het leerproces bij jeugdige spelers zodat minivoetbal in het kader van de jeugdopleiding een belangrijke bijdrage tot prestatieverbetering kan leveren", luidt de conclusie van de Gentse onderzoekers.
Reeds jaren wordt de complementariteit tussen veld- en minivoetbal, en dit zeker bij jeugdspelertjes, geopperd. Meer en meer jeugdtrainers beginnen daadwerkelijk ook te geloven dat minivoetbal door zijn vele balcontacten, snelle balwisselingen en gevarieerd combinatiespel een belangrijke bijdrage kan leveren tot de ontwikkeling van jonge voetballers.
Getuige daarvan ook de sterk groeiende jeugdcompetities minivoetbal. Maar al even groot in getale blijven de sceptici ten opzichte van het minivoetbal bij jongeren.
De Rijksuniversiteit Gent, onder leiding van Professor R. Philippaerts, onderzocht wat er nu werkelijk aan was van deze zogenoemde complementariteit tussen mini- en veldvoetbal. De vraag werd gesteld of minivoetbal een belangrijke bijdrage kan leveren in de prestatiebevordering van jeugdspelertjes in het veldvoetbal.
De onderzoekers noteerden opvallend meer en langere combinaties en dus balbezit in minivoetbal en dus ook significant meer passes die toekomen in vergelijking met het veldvoetbal.
Als determinerende factoren die in het voordeel pleiten van het minivoetbal werden volgende items aangehaald: kleiner veld, minder spelers, niet-botsende bal en de vlakke ondergrond. Daarenboven worden in het jeugdveldvoetbal heel veel wedstrijden afgelast, terwijl dit in het minivoetbal niet gebeurt.
Het onderzoek toont geen significant verschil aan tussen veld- en minivoetbal naar blessures toe, waardoor één van de belangrijkste vooroordelen ontkracht wordt.

.

Nu in het nieuws