Vrouwen op kieslijsten: politica's positief over quota-regeling

Print
Een meerderheid van de vrouwen die bij de verkiezingen van 1999 kandideerde, wil dat extra maatregelen worden genomen om de vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek te verzekeren. Dat blijkt uit een studie die de dienst gelijke kansen van het ministerie van Arbeid heeft uitgevoerd. Voor de volgende verkiezingen - in 2003 - gelden alvast strengere regels.
BR>
Het parlement zette in het voorjaar het licht op groen voor enkele ontwerpen die voor meer vrouwen in de politiek moeten zorgen. Voortaan moeten op de kieslijsten evenveel mannen als vrouwen staan. Daarnaast dienen de twee eerste plaatsen op een lijst ingenomen te worden door een man en een vrouw. Voor deze laatste bepaling geldt voor de eerstvolgende verkiezingen nog een overgangsbepaling: de eerste drie kandidaten mogen niet van hetzelfde geslacht zijn.

De ontwerpen maken komaf met de wet Smet-Tobback uit 1994, die bepaalde dat maximaal tweederde van de kandidaten op de kieslijsten van hetzelfde geslacht mag zijn. Dat systeem werd bij de stembusslag van 1999 voor het eerst toegepast.

De dienst gelijke kansen ondervroeg schriftelijk 1.613 vrouwen die in 1999 op een kieslijst stonden. Tussen juli en oktober 1999 bezorgden 469 onder hen de antwoorden op de vragen. Daaruit blijkt dat 27 procent van de betrokken vrouwen in 1999 voor het eerst opkwam. Ongeveer de helft (42 procent) vindt dat de quota-regeling daarbij heeft geholpen. In 52 procent van de gevallen werd hen gevraagd zich kandidaat te stellen. Bijna één op drie vrouwen stelde (27 procent) zegt geen kandidaat te zijn geweest mocht ze geen goede plaats aangeboden hebben gekregen. Zowat iedereen (82 procent) verklaarde bij de volgende verkiezingen een kans te willen wagen. Slechts 6 procent denkt dat quota nefast zijn voor vrouwen. Zeven op 10 vrouwen spraken zich uit voor een nog meer verregaande regeling. Die kwam er dus ook.

.

Nu in het nieuws