Onenigheid in kabinet-Sharon over Ramallah

Print
In het kabinet van de nieuwe Israëlische premier Ariel Sharon is onenigheid ontstaan over de afsluiting van de stad Ramallah, het politieke en commerciële centrum van de Palestijnen op de Westoever.
Het Israëlische leger grendelde de 50.000 inwoners tellende stad zondag hermetisch af, onder meer met tanks. Sharons adviseur Raanan Gissin zei dat de blokkade van Ramallah aanslagen op Israël moet voorkomen, zowel door beperking van de bewegingsvrijheid van de Palestijnen als door druk uit te oefenen op de Palestijnse Autoriteit van Yasser Arafat. Ahmed Qureia, de voorzitter van het Palestijnse parlement, zei dat Sharon "in illusies leeft" als hij denkt dat hij de Palestijnen met zulke middelen op de knieën kan krijgen. De Fatah-groep van Arafat heeft de Palestijnen opgeroepen de militaire blokkades rond Ramallah te bestormen. De stad ten noorden van Jeruzalem is volgens Israël een broeinest waar veel aanslagen worden voorbereid.
De Israëlische minister van transport Ephraim Sneh, van de centrum-linkse Arbeidspartij, waarschuwde dat het nieuwe beleid averechts kan uitwerken. "Het maakt het zwaarder voor de algemene bevolking en het maakt dat ze denken dat ze niets te verliezen hebben. Het brengt meer mensen in de cyclus van geweld en berokkent Israël internationaal grote schade", aldus Sneh, die in de vorige regering onderminister van defensie was. "Het richt de woede niet tegen de daders (van tegen Israël gerichte aanslagen), maar tegen ons." Ook minister van buitenlandse zaken Shimon Peres zei dat de blokkade herzien moet worden. Zelfs sommige legerofficieren uitten privé bedenkingen over de omvang van de maatregelen tegen Ramallah.

.

Nu in het nieuws