Hakbijl dreigt voor Bijzonder Evaluator De Belder

Print
Academicus Etienne De Belder werd in mei '99, op het einde van de regering-Dehaene II, benoemd tot Bijzonder Evaluator van de Belgische ontwikkelingssamenwerking en dit voor een periode van zeven jaar. Maar of hij die hele rit zal kunnen uitzitten, is twijfelachtig. De kans is groot dat De Belder Luc Beernaert, het hoofd van het voedselagentschap, achternagaat, wat meteen zou betekenen dat een punt gezet wordt achter twee exponenten van de zogenaamde Nieuwe Politieke Cultuur, waarbij onafhankelijken zouden waken over "de principes van goed openbaar bestuur en de continuïteit van administratief beheer".
BR>
Precies op het punt van "onafhankelijkheid" dreigt De Belder tegen een lamp te lopen. Hij werd destijds voor de nieuwe functie voorgedragen door de SP.A en geldt ook als een overtuigd sociaal-democraat, zonder overigens ooit bezitter van een of andere partijkaart te zijn geweest. Anderhalf jaar na De Belders benoeming vist het Rekenhof uit dat bij die benoeming bepaalde wervingsregels niet werden gerespecteerd. De Belder stipt in dit verband fijntjes aan dat (ook) de raadsheren van het Rekenhof niet politiek kleurloos worden benoemd.

Doordat de juridische garantie van de onafhankelijkheid van de evaluator daardoor in het gedrang zou komen, zou De Belder als "politiek benoemde" ontslag moeten nemen. Daarbij rijst de vraag of de lacune in het KB dat De Belder benoemde pas na lange tijd werd "ontdekt", of dat zij de geschikte stok bleek om de Evaluator tot ontslag te dwingen. Het feit dat De Belder na twee jaar in zijn nieuwe functie geen gebrek aan onafhankelijkheid in de feitelijke praktijk kan worden aangewreven, doet de laatste optie vermoeden. De Belder vindt het overigens "merkwaardig" dat over het inzetten van de ontslagprocedure uiteindelijk de minister van buitenlandse zaken moet beslissen, en dat is tot nader order ... een politicus.

In een gesprek met Belga zegt De Belder zich het mikpunt te voelen van een heuse coalitie, verenigd door een "conglomeraat van belangen". Hoewel hij in zijn evaluatierapport naar eigen zeggen op zoek ging naar een "faire waarheid" - veel meer een toekomstgericht "leerproces" dan een inspectie met de dreiging van straf en boete - blijkt de weerstand binnen het "politico-bureaucratische" apparaat tegen een evaluatie "door een buitenstaander" erg groot. De gruwel, door een "schoonmoeder" op de vingers gekeken te worden, de bedekte kritiek op de manier van werken in het verleden in het evaluatierapport én de schrik voor nieuwe (ABOS-)lijken die door de aard van het werk onvermijdelijk toch blootgespit zouden worden, verklaren volgens De Belder waarom hij geviseerd wordt. Ook het feit dat de Evaluator niets voelde voor samenwerking met studiebureaus, omdat die al te vaak met "bestelde conclusies" op de proppen komen, "heeft her en der allicht kwaad bloed gezet".
Nu in het nieuws