Kwaliteitslabel voor kippen

Print
De Vlaamse pluimveesector werkt aan zijn imago. Op de landbouwbeurs Agribex in Brussel werd zaterdag de oprichting aangekondigd van een systeem van integrale kwaliteitswaarborg voor in Vlaanderen geslachte braadkippen, dat voorlopig 'Belplume' heet.
BR>
Een en ander werd zaterdag voorgesteld door Vlaamseconomieminister Jaak gabriëls, die van de gelegenheid gebruik maakte om de sector een hart onder de riem te steken. «Het feit dat het bedrijfsleven zelf het initiatief neemt om van mengvoederfabrikant over braadkippenhouder tot pluimveeslachterij en uitsnijderij werk te maken van een geïntegreerde kwaliteitsbewaking, doet mij veel plezier», zei de voormalige federale minister van Landbouw. «Het is voor andere sectoren binnen en buiten de landbouw een voorbeeld van hoe we te werk moeten gaan om succesvol te kunnen ondernemen.»

De productie van braadkippen en het slachten ervan is voornamelijk een Vlaamse aangelegenheid. Vlaanderen telt 650 professionele vleeskippenbedrijven, elk met een capaciteit van minimum 10.000 kippen. Jaarlijks worden in Vlaanderen ruim 200 miljoen braadkippen geslacht. Daarvan is een groot deel voor het buitenland bestemd. De belangrijkste afnemers zijn Nederland (40%), Frankrijk (17%), Groot-Brittannië (11%) en Duitsland (5%). «Een eenheidslabel moet de kwaliteit garanderen, voedselveiligheid moet een verkoopsargument worden», meent Gabriëls. De introductie van IKB-kip (integrale keten bewaking) is een positief signaal. Over een half jaar moet heel het systeem klaar zijn.
Nu in het nieuws