"Gebuisde" tuinbouwschooldirecteur krijgt gelijk van Raad van State

Print
De Raad van State heeft het examenbesluit vernietigd van het vorige Kortrijkse schepencollege over het examen voor directeur van de stedelijke Tuinbouwschool. De examenuitslag werd op 12 februari 1998 vastgesteld. Een niet geslaagde kandidaat trok naar de Raad van State. Dat hij in de psychotechnische proeven eerst wel en dan niet geschikt werd bevonden, vond de Raad van State niet kunnen.
De Tuinbouwschool, toen nog eigendom van de stad maar ondertussen in handen van de provincie, schreef in september 1997 een examen uit voor een nieuwe directeur. Drie kandidaten dienden zich aan. Enkel Johan Decruynaere slaagde in het schriftelijke gedeelte van het examen en slaagde ook als enig overblijvende kandidaat in het mondelinge examen.
Het probleem ontstond nadien, bij de psychotechnische testen. De professor die deze had afgenomen, had "ongeveer voldoende en geschikt" als beoordeling gegeven. Het schepencollege vroeg om verduidelijking van deze vreemde omschrijving, waarna de prof het predikaat "ongeschikt" op Decruynaere kleefde.

De gebuisde kandidaat-drecteur ging in beroep bij de provincie maar trok daar aan het kortste eind. Daarna stapte hij naar de Raad van State, die hem op 20 november in het gelijk stelde.
Het besluit van het schepencollege wordt vernietigd. Er is volgens de Raad van State geen voldoende motivering "voor een zo onvermoede en vrij drastische kentering in het psychologische profiel op grond van dezelfde psychotechnische testen en zonder dat hiervoor een nieuwe motivatie wordt opgegeven", zei Johan Decruynaere woensdag.
Op 1 september 1999 is de Tuinbouwschool overgegaan in handen van de provincie en samengesmolten met een andere school. Decruynaere zegt dat het schepencollege toch een nieuw examenbesluit zal moeten nemen om de vernietigde uitslag recht te zetten. Hij denkt eraan schadevergoeding te eisen van de stad eens dit besluit er is.
Nu in het nieuws