Hamid Karzai dankt steun verschillende facties aan verleden

Print
De royalistische Pasjtoen-leider Hamid Karzai, die de aanvoerder wordt van de volgende overgangsregering in Kaboel, ziet zich met zijn benoeming beloond voor zijn onmiddellijke steun aan de VS-bombardementen tegen het Taliban-regime. Hij verdiende eerder zijn strepen als vice-minister van Buitenlandse Zaken, halfweg de jaren negentig.
Kazai lijkt te beantwoorden aan de eisen van de verschillende Afghaanse facties. Als Pasjtoen, de grootste bevolkingsgroep in het land, wordt hij aanvaard door zijn eigen etnie. Dat in tegenstelling tot de leiders van de Noordelijke Alliantie, die samengesteld is uit verschillende minderheden zoals Tadzjieken en Oezbeken.
Bovendien geniet hij de steun van de royalisten. Karzai was partizaan van de voormalige koning Mohammed Zaher Shah, die in 1973 van de macht werd gezet en sindsdien in ballingschap leefde in Rome. Tenslotte ligt hij goed bij alle moedjahedin-oudstrijders omwille van zijn verleden als anti-Sovjetstrijder tijdens de jaren tachtig.

De 44-jarige Karzai werd geboren in Kandahar. Na zijn studies in de Afghaanse hoofdstad Kaboel, trok de nieuwe regeringsleider naar de universiteit van Simla in India. In 1982 nam hij deel aan de strijd tegen de Sovjet-bezetting en werd operationeel leider van het Afghaanse nationaal bevrijdingsfront (FNLA).
Hij woonde het merendeel van zijn leven, tot 1992, in ballingschap in Peshawar (noordwest Pakistan). Daarna verhuisde Karzai naar Kaboel om er, na de val van het pro-Sovjetregime, Afghaans vice-minister van Buitenlandse Zaken te worden.
Toen de Taliban in 1996 de macht grepen, leek Karzai in eerste instantie te willen samenwerken met de militie. De Talibanleiders hadden hem zelfs voorgesteld hun gezant binnen de Verenigde Naties te worden. Hij legde het voorstel naast zich neer, omdat hij dacht dat de militieleden eigenlijk Pakistaanse geheimagenten waren.

De houding van Karzai tegenover de Taliban radicaliseerde na de moord in 1999 op zijn vader Abdoel Ahad Karzai in Quetta (west Pakistan). Vader Karzai liet het leven toen hij door gewapende mannen op straat in een hinderlaag werd gelokt. Niemand eiste de aanslag op, maar Karzai bleef ervan overtuigd dat de Taliban achter de aanslag zaten.
Na de dood van zijn vader ging Karzai aan het hoofd staan van de Popalzai-clan. Die oefent sindsdien een grote invloed uit in het zuiden van Afghanistan en is nauw verbonden met het koningshuis. De grootvader van Karzai was voorzitter van de Nationale Raad onder het bewind van Zaher Shah.

Halfweg oktober keerde Karzai terug naar Afghanistan om een opstand tegen de Taliban te beginnen. De militie had lucht gekregen van zijn plannen en zat hem op de hielen. Karzai kon echter vluchten naar Pakistan. Volgens VS-minister van Defensie Donald Rumsfeld werd hij gered door Amerikaanse troepen, maar die versie van de feiten wordt tegengesproken door de familie van Karzai. Een week eerder was Abdoel Haq, een van de helden van de oorlog tegen de Sovjetunie en commandant van de oppositie, door de Taliban geëxecuteerd.
Sinds Kaboel en het overgrote deel van Afghanistan op 13 november in handen vielen van de Noordelijke Alliantie, keerde Karzai terug naar het zuiden van het land om er zijn troepen aan te voeren tijdens de strijd om Kandahar, het laatste Taliban-bastion in Afghanistan.
Nu in het nieuws