Gentse meridiaan van Quetelet opnieuw in werking

Print
De meridiaan die door de sterrenkundige Quetelet midden negentiende eeuw werd aangebracht in de Aula aan de Gentse Volderstraat is terug operationeel. Op vraag van het Gentse universiteitsbestuur heeft de sterrenkundige prof. dr. Herwig Dejonghe daartoe de nodige berekeningen uitgevoerd en de opening bepaald waarlangs het zonlicht moet binnenschijnen in het peristylium.
De meridiaanlijn uit 1837 was nog intact maar de opening in de zuidelijke muur al lang verdwenen. In september 2001 werd opnieuw een kegelvormig gat gemaakt en sindsdien kan tussen maart en oktober het uur worden afgelezen op de oude meridiaanlijn. "De meridiaan moest de klokken in Gent regelen", zegt Dejonghe. "In de jaren 1830 had elke stad zijn eigen tijd, die geregeld werd door zonnewijzers." Maar door de komst van de spoorweg moest er over gans België een zelfde tijdzone komen, "anders kon een trein soms vroeger aankomen dan hij vertrokken was."

Quetelet, toen directeur van het Observatorium te Brussel, moest daarvoor zorgen en nam zijn toevlucht tot de aanleg van meridianen, die preciezer waren dan de zonnewijzers. Over gans het land werden in grote gebouwen (kathedralen, kerken, paviljoenen) lijnen getrokken en met metaal afgeboord, zodat men ze niet kon uitwissen. Voordien werd in een muur, het dak of het gewelf een gat gemaakt waardoor de zon kon binnenschijnen.
Een meridiaan functioneert immers als een klok. Wanneer het zonlicht door de opening binnenschijnt, is er op de grond een kleine lichtvlek te zien. In de loop van de dag verschuift dat lichtpunt, omdat de zon zich van oost naar west verplaatst. "Op het ogenblik dat het zonnebeeldje de meridiaanlijn kruist, is het per definitie middag, dat wil zeggen 12.00 uur zonnetijd", aldus Professor Dejonghe. Mits de nodige berekeningen kan aan de hand hiervan onze burgerlijke tijd bekomen worden.

Bedoeling van dit project was een stuk erfgoed te bewaren voor het nageslacht. "Bovendien is het leuk. Het is een les in praktische sterrenkunde", zegt Dejonghe. Het Koninklijk Besluit van 1836 voorzag in een hele resem meridianen, waaronder die van Antwerpen, Oostende, Brugge, Gent, Brussel, Mechelen, Dendermonde, Aalst, Leuven en Luik. De restauratie van de Gentse meridiaan is echter uniek omdat er volgens Dejonghe nog maar weinig werkende meridianen bewaard zijn.
MEEST RECENT