EU zet commerciële druk op Israël

Producten die gefabriceerd zijn in de gebieden die door Israël zijn bezet, zijn geen Israëlische producten. Er kan voor die producten dan ook geen aanspraak gemaakt worden op de preferentiële invoertarieven waarvan Israël geniet. Dat heeft de Europese Commissie vrijdag officieel laten weten aan de invoerders van die producten.

BELGA

Het dossier zorgt al enige tijd voor onenigheid tussen de Unie en Israël. Eerder deze week werd geen overeenkomst gevonden tijdens onderhandelingen en daarom was er vrijdag een officiële mededeling.

Het gaat om producten als bloemen, dadels, zout, cosmetica, machines en plastic. Het preferentiële tarief op de meeste van die producten bedraagt nul procent. Als de producten uit gebieden komen die niet van een voorkeur genieten, schommelt het Europese invoertarief meestal tussen 2,5 en 8,5 procent.

De Commissie heeft er de invoerders van verwittigd dat producten uit de bezette gebieden geen voorkeurstatuut genieten en dat ze in een latere fase eventueel extra invoerheffing zullen moeten betalen. De douanediensten van de lidstaten worden aangeraden nu al te zorgen dat de invoerders financiële garanties bieden. Mochten de invoerders eventuele extra lasten niet kunnen of willen betalen, moeten de lidstaten het zelf doen, vermits douanerechten rechtstreeks in het gewone Europese budget komen.

Israël ziet het probleem met Europa als een politiek probleem, nu de Unie haar druk op het land opvoert. Woordvoerders van de Europese Commissie stellen dat het een puur technisch probleem is. De EU is van oordeel dat de grenzen van Israël liggen waar ze lagen voor de zesdaagse oorlog. Producten geproduceerd buiten die grenzen zijn dan ook geen Israëlische producten.