Van Grembergen wil bescherming oorlogskerkhoven

Op de Vlaamse Vredesdag aan de IJzer in de IJzertoren in Diksmuide heeft Vlaams minister bevoegd voor Monumenten en Landschappen Paul Van Grembergen, de beschermingsbesluiten voor achttien Vlaamse oorlogskerkhoven en -monumenten ondertekend. Volgend jaar zal de minister bij de Unesco een dossier indienen om de oorlogskerkhoven en -herdenkingstekens in West-Vlaanderen te beschermen als Unesco-werelderfgoed.

BELGA

De Vlaamse Vredesdag aan de IJzer op Wapenstilstand, was de eerste herdenking zonder een levende oud-strijder. De laatste, Paul Ooghe, stierf immers op 8 september van dit jaar.

Om de herdenking van de Eerste Wereldoorlog levendig te houden, zal de minister de monumentwaarde van vele kerkhoven en oorlogsmonumenten onderzoeken. Voor dertien gedenktekens en monumenten, waaronder de Sint-Pieterskapel met necropool van Grimde bij Tienen, werd vandaag, op 11 november 2001, de beschermingsprocedure opgestart. Vijf andere zijn nu reeds beschermd. Nog dit jaar wordt bovendien een studie opgestart met het oog op de volledige inventarisering van het WOI-patrimonium in West-Vlaanderen.

Voorzitter van het IJzerbedevaartcomité Lionel Vandenberghe stelde zich in zijn toespraak op de herdenking de vraag of de bombardementen op Afghanistan het meest geschikte middel zijn om het terrorisme te bestrijden. Hij hield ook een pleidooi voor een ander Europees veiligheidsbeleid, waarbij de bedoeling van een Europees leger in vraag wordt gesteld. Hij kantte zich bovendien tegen elke vorm van wapenexport, wapenhandel of wapenproductie. Volgens Vandenberghe kan bevordering van de wereldvrede enkel door de verbetering van de levensomstandigheden van de wereldbevolking.