Doorbraak in statuut europarlementariërs

Print
De Raad Algemene Zaken heeft een doorbraak gerealiseerd inzake het statuut van de Europese parlementsleden. Over dat statuut wordt al jaren gepalaverd. Vooral het fiscaal regime van de parlementsleden zorgde bij de lidstaten voor onoverbrugbare meningsverschillen. Voorzitter Louis Michel slaagde er maandag in de Vijftien achter een Belgisch compromisvoorstel te krijgen.
Volgens dat voorstel zullen de europarlementsleden in de toekomst door de Unie worden betaald en belast. De landen die echter vinden dat de Europese aanslag te laag is, kunnen een bijkomende heffing opleggen. Op die manier zou het argument dat europarlementsleden geprivilegieerd worden, vervallen.

Vooral de Scandinavische landen hadden het moeilijk met de voordelige Europese aanslagvoeten. Daarmee zou het fiscaal obstakel gelicht zijn en kan het Parlement zijn voorstel voor een globaal statuut opnieuw ter stemming leggen. Tenminste indien er een akkoord komt over de andere knelpunten, zoals de hoogte van de parlementsvergoeding en de wijze waarop de kosten worden verrekend. Over de vergoedingen is het laatste woord nog niet gezegd. Momenteel verdient een europarlementslid evenveel als zijn collega's in de nationale parlementen en tussen de respectievelijke landen zijn er aanzienlijke verschillen. Grieken en Portugezen zijn armoedzaaiers en verdienen niet eens half zoveel als Duitsers en Italianen.

In de toekomst moet iedereen eenzelfde bedrag krijgen. België verdedigt een gewogen gemiddelde van circa 6.300 euro (zo'n 254.000 frank), wat echter betekent dat de best betaalden moeten inleveren. Als het Parlement tot een akkoord komt, moet ook de Raad nog instemmen. Of het Belgisch voorzitterschap dat nog voor elkaar krijgt, is twijfelachtig. De Belgische diplomatie, zo was maandag in Luxemburg te horen, heeft echter goede hoop dat ze daar nog zal in slagen.

De Raad Algemene Zaken beraadde zich maandag ook over het statuut van de Europese partijen. In de toekomst zouden die betoelaagd kunnen worden indien ze aan bepaalde normen beantwoorden. Zo werd in december vorig jaar in Nice beslist. De Raad geraakte er niet uit. Er was geen eensgezindheid over de democratische criteria, maar evenmin over de representativeitsnorm en de giften van de bedrijven. België verdedigde een maximum van 5.000 euro (ongeveer 200.000 frank) en Frankrijk noch Duitsland wilden daar van weten. Frankrijk is principieel tegen bedrijfsgiften gekant, terwijl de rood-groene regering van Duitsland meent dat er geen plafond op de donaties van bedrijven mag staan.
Nu in het nieuws