Ligt bijbelse Zondvloed aan basis van Zwarte Zee?

Print
Was de Zwarte Zee oorspronkelijk een zoetwatermeer dat ten prooi viel aan wat we uit de bijbel kennen als de Zondvloed ? Op die vraag poogt een team van Amerikaanse en Bulgaarse wetenschappers vanaf 15 augustus een antwoord te vinden. Onder de (financiële) auspiciën van National Geographic Society ondernemen zij dan een expeditie in de Zwarte Zee.
"We zullen op zoek gaan naar elementen die de these ondersteunen dat er op de vroegere kustlijn van de zee leven was", zegt professor Petko Dimitrov die langs Bulgaarse zijde wetenschappelijk directeur is van de expeditie. De algemene leiding is in handen van Robert Ballard. Die ontdekte in 1985 de wrakstukken van de Titanic en speurt al verscheidene jaren de bodem van de Zwarte Zee af.

Volgens Dimitrov bevond de vroegere kustlijn van de Zwarte Zee zich 50 tot 70 kilometer de zee in. Oorzaak voor de verschuiving was een enorme overstroming 7.600 jaar geleden die wel eens de Zondvloed zou kunnen zijn geweest, zo meent de wetenschapper. Volgens de bijbelse overlevering vernietigde de Zondvloed alle levende wezens op aarde behalve zij die een toevlucht vonden op de befaamde Ark van Noë. De ark strandde op de berg Ararat in Turkije, ten zuiden van de huidige Zwarte Zee.
br> Sinds 1978 hebben tal van onderzoekers zich al achter de these geschaard die stelt dat de Zwarte Zee ongeveer 8.000 jaar geleden een zoetwatermeer was. Bij verscheidene expedities werden sporen gevonden van zoet water. Die bevonden zich twee meter onder de bodem van de Zwarte Zee.

William Ryan en Walter Pitman, twee Amerikaanse geologen van de universiteit van Columbia, poneren dat het zoetwatermeer oorspronkelijk gescheiden was van de Middellandse Zee via een landengte op hetzelfde niveau als de Bosporus. Het smelten van gletsjers op het einde van de eerste ijstijd zou in het noordelijk halfrond tot een stijging van de zeeën hebben geleid, waardoor de Middellandse Zee over de Bosporus heen zou zijn gewalst, menen Ryan en Pitman verder.

Bij zijn verkenning van de bodem van de Zwarte Zee trof de Bulgaar Dimitrov de oevers van het zoetwatermeer aan, compleet met zand en duinen. De oevers lagen 80 tot 110 meter lager dan de huidige kust. Daarvan uitgaand berekende Ryan dat het water van de Middellandse Zee met een snelheid van 80 tot 100 km/u in het meer moet zijn gestort. Het niveau van de nieuwe zee steeg met 15 cm per dag en werd in dertig jaar wat nu de Zwarte Zee is.

De hypothese dat de zee een zoetwatermeer was met aan de kustlijnen bewoning, wordt nog ondersteund door een aantal vondsten. In 1985 vondt een Russisch-Bulgaarse expeditie met Dimitrov in de rangen op de bodem van de Zwarte Zee een voorwerp aan uit zand en klei met daarop een inscriptie. Het voorwerp - perfect rond - wordt meer dan 8.000 jaar oud geschat en kreeg van archeologen de bijnaam "de kom van Noë" mee. De bijbelse Zondvloed wordt enkele honderden jaren later gedateerd. Volgens Dimitrov bewijst ook de vondst van een schat uit goud uit het neoliticum in Varna (westkust van de Zwarte Zee) dat op die plaats één van de oudste beschavingen ter wereld moet hebben geleefd. Dit jaar ontdekte Robert Ballard met behulp van sonars en telegeleide robots bovendien nog sporen van plaatsen uit het neoliticum.

Diezelfde Ballard ondernam in 1999 ook een expeditie in de Zwarte Zee die bevestigde dat de oude kust zich bevond waar Ryan en Pitman die theoretisch hadden gelokaliseerd. Er werden twee weekdieren gevonden die in zoet water hadden geleefd en tussen de 7.460 en 15.500 jaar oud werden geschat. Volgens National Georgraphic Society moet het zoetwatermeer dan zijn overstroomd tussen de 6.820 en 7.460 jaar geleden.
Nu in het nieuws