Zeeuwse grensgemeenten tegen turbinepark in Knokke-Heist

Print
De Zeeuws-Vlaamse gemeenten Oostburg, Sluis-Aardenburg, Vlissingen en Veere hebben samen met het provinciebestuur van Zeeland een bezwaar ingediend tegen het plan om voor de kust van Knokke-Heist op een zandbank een windmolenpark met vijftig turbines van negentig meter hoog aan te leggen. Volgens de Nederlandse lokale overheden hebben de initiatiefnemers achter het windmolenpark te weinig rekening gehouden met alle natuurlijke functies van het gebied en met het schadelijk impact van een windturbinespark op het milieu.
Volgens het Nederlandse bezwaar is de Vlakte van De Raan waar de windmolens komen een belangrijke paaiplaats voor vissen. De briefschrijvers zijn vooral beducht voor de gevolgen van het project voor de garnaalstand. Het windmolenpark zou ook op een weinig gunstige plaats komen voor trekvogels.
De Nederlanders wijzen ook op de eventuele gevaren voor de scheepvaart. Zo vrezen ze dat de windturbines de radarcontrole ten bate van een veilige scheepvaart zullen ontregelen. Het gebied waar de vijftig windturbines komen ligt dicht bij de drukbevaren scheepvaartroute naar de havens van Vlissingen, Terneuzen, Gent en Antwerpen.
Het bestuur van het badplaatjes Westkapelle in Zeeuws-Vlaanderen vreest dan weer voor horizonvervuiling. In hun bezwaarschrift wijzen de Nederlanders er op dat bebouwing op zee een uitzondering moet blijven.
Het dossier zal ter sprake komen op het eerstvolgende overleg tussen de Nederlandse en de Belgische regering.
Nu in het nieuws