Reisjournaal van Bontekoe hertaald

Het beroemde Journael, ofte Gedenckwaerdige Beschryvinghe vande Oost-Indische Reyse door de Hoornse schipper Willem Ysbrantsz. Bontekoe (1587-1657) gaat voor de zoveelste keer een nieuw leven tegemoet. Thomas Rosenboom, de schrijver van onder meer Gewassen vlees en Publieke werken, zorgde voor een eigentijdse hertaling. Hij bewondert de kroniek omdat het geschrift als de schrijver is: "Het is niet geschreven met de klamme hand van iemand met literaire aandrang, de lezer voelt er veeleer de droge, stevige handdruk in van een waarachtige scheepskapitein, en het is die handdruk die ik met deze vertaling heb willen beantwoorden."

GPD

BR>

Hij noemt zijn vertaling, onbescheiden maar met reden, "liefdevol en getrouw". Rosenbooms werk, zo leert een vergelijking, is wel degelijk zeer ingrijpend geweest. Er bleef haast geen woord op z'n oorspronkelijke plaats; voor de hedendaagse lezer blijkt dat echter louter winst. Juist door de herschikte zinnen komt de nuchtere poëzie van het origineel veel beter naar voren. Voor zover je van een origineel kunt spreken. Want zoals Vibeke Roeper, een specialiste op het gebied van zeventiende-eeuwse reisboeken, in een boeiende inleiding duidelijk maakt, heeft de uitgever Jan Jansz. Deutel indertijd "met een ferme hand" geredigeerd. Dat had naar haar zeggen "een meer dan gemiddelde compositie tot gevolg". En het gaf, lijkt mij, het geheel ook een beetje het aanzien van een door de heilige zelf verteld heiligenleven.

Dat laatste werkte kennelijk alleen maar in het voordeel van het boek en van de schrijver, die geen gewone schipper meer lijkt maar een uitverkorene, een nieuwe Mozes die met goddelijke bijstand zijn volk naar het beloofde land leidt. De auteur werd een nationale held en zijn relaas werd na de eerste editie van 1646 meer dan zeventig maal herdrukt. Ieder kent de geschiedenis. Aan boord van het VOC-schip Nieuw Hoorn, op 28 december 1618 uitgevaren, brak ergens op de Indische Oceaan brand uit. De brand sloeg in het kruit, een explosie volgde. Om Bontekoe volgens Rosenboom aan te halen: "We vlogen de lucht in, met de complete bemanning, 119 personen op het moment van de ontploffing, toen het schip in honderdduizend stukken sprong."

Een aantal opvarenden was al met een sloep en een boot weggevaren, de onfortuinlijke schipper werd door hen opgepikt. De overlevenden stond een ellendige tocht te wachten, maar door de kennis van Bontekoe en vooral ook door enig geluk gingen de meesten van hen niet ten onder. De beroemdste episode: "De benauwenis werd hoe langer hoe zwaarder en groter, en de mannen begonnen zo wanhopig, duister en wreed naar elkaar te kijken, dat het leek of ze elkaar bijna zouden grijpen om op te eten. Ja, onderling werd daar zelfs over gepraat, met als uitkomst dat ze de scheepsjongens het eerste zouden opeten."

Bontekoe weet dit net te voorkomen, door zijn mannen voor te houden dat ze dichtbij de kust moeten zijn. Inderdaad wordt enige dagen later land bereikt, waarna weer nieuwe belevenissen volgen. De hele kroniek is eigenlijk één fascinerende avonturenroman. De tocht naar Indië, toch door zovelen ondernomen, was minstens even ongewis als nu een ruimtereis naar Jupiter zou zijn. Wanneer er geen storm woedde, was er hongersnood. Of anders moest er wel strijd worden geleverd om ergens te mogen landen, voor vers drinkwater en proviand. Voor Bontekoe was er uiteindelijk altijd uitkomst in de nood. Op het juiste moment kunnen er bijvoorbeeld meeuwen worden gegrepen: "We aten ze zo rauw op, en het smaakte mij beter dan ik ooit gegeten heb."

Na z'n redding heeft Bontekoe vele zeeën in de Oost bevaren. Pas op 16 november 1625 keerde hij in Nederland terug. Om aan een nieuw bestaan te beginnen: dat van het middelpunt in een waar gebeurde legende.

Het Journaal van Bontekoe. Hertaald door Thomas Rosenboom. Ingeleid en geannoteerd door Vibeke Roeper.

Nu in het nieuws