Wespen zijn mooi en nuttig

September mag dan wel de herfstmaand heten, maar feitelijk is het natuurlijk de laatste zomermaand. In september moeten we afscheid nemen van de zomer, na er nog drie weken volop van genoten te hebben. Nou ja, genieten... het is een afscheid dat dikwijls letterlijk pijnlijk genoemd mag worden, want de nazomer is de tijd van de wespen. September kan beter de bijnaam 'wespenmaand' krijgen of 'jeuk-en-krabmaand' of 'maak-dat-je-wegkomt-maand'. Nee, blij zijn we niet met wespen. Maar is dat nu eigenlijk wel terecht?
BR>
Er zijn planten die een hecht verbond hebben gesloten met wespen. Helmkruid en wespenorchis zijn wat bestuiving betreft zelfs bijna geheel afhankelijk van deze insecten. Ook de sneeuwbes kan moeilijk zonder hen. Wespen zijn dus even zo goed bloembezoekers als bijen en hommels dat zijn. In feite zijn wespen net zulke goedmoedige vegetariërs. Gezellige smulpapen zijn het, zachtaardige zoetekauwen. Op nectar en stuifmeel zijn ze verzot. Geen gevallen appel of peer is voor hen veilig. En het allerliefst doen ze zich van 's ochtends vroeg tot ver in de avondschemering te goed aan vruchtensap, gebak, limonade, ijs en alle andere lekkernijen waarop wij onszelf op warme nazomerdagen zo graag trakteren.

Dat ze ook niet van de heerlijkheden van de barbecue kunnen afblijven is het gevolg van hun naar onze mening onsmakelijke gewoonte zich te laven aan de sappen die vrijkomen uit in ontbinding verkerende kadavers. Dit leidt ertoe dat wij onze vrije uurtjes buiten voor een aanzienlijk gedeelte besteden aan slaan, meppen, schreeuwen, hollen en rennen.

Met rood opzwellende lichaamsdelen betalen wij de tol van de laatste mooie zomerdagen. Jawel, wespen steken. En dat doen ze beslist niet zomaar. Ze steken om zich te verdedigen. Tal van vogels en roofinsecten zouden best wel een hapje wesp lusten, maar laten het wel uit hun hoofd om de aanval te openen. Slechts vliegenvangertjes en mezen weten raad met de zwart-gele tegenstanders: ze grijpen hen bliksemsnel in de nek en nog voordat de venijnige angel in stelling kan worden gebracht is deze al aan een tak of een steen afgewreven. Maar in het algemeen hebben mensen en dieren heilig ontzag voor wespen, zeker wanneer ze zelf als prooi zouden kunnen dienen.

Want wespen steken ook om te doden. Dit valt niet te rijmen met wat zojuist allemaal is beweerd. Het is dan ook niet op vrijwillige basis dat een wesp uit moorden gaat. Nee, hij doet het noodgedwongen. Het is zijn kroost dat om vlees schreeuwt. Terwijl volwassen wespen zich beperken tot plantaardige kost, zijn de larven carnivoren. Dus moet er jacht worden gemaakt op vliegen en rupsen en andere insecten die zacht genoeg zijn om er de dodende angel in te steken. We kunnen dus concluderen dat wespen nuttige dieren zijn, die niet alleen bloemen bestuiven, maar bovendien allerlei lastig en schadelijk insectenspul opruimen. En als je je gemak houdt en niet als een idioot om je heen slaat, zal geen wesp je steken. Wespen lusten geen mensen.

Dat wij juist in de nazomer de meeste hinder van hen ondervinden is niet alleen het gevolg van het feit dat er in deze tijd gewoonweg de meeste wespen zijn. De oorzaak van de geringe overlast in de eerste helft van de zomer ligt veeleer in de relatie tussen de larven en de volwassen wespen. Deze laatste kauwen de door een steek verlamde of gedode prooi fijn en kneden er een soort gehaktballetje van. Dit wordt de larven voorgeschoteld en deze geven bij het verorberen ervan een zoet speeksel vrij, dat weer met graagte wordt opgeslobberd door de volwassen wespen. Zo vindt een uitwisseling van voedsel plaats.

Het speeksel komt in belangrijke mate tegemoet aan de behoefte van de wespen en stilt hun honger. Dit gebeurt echter slechts in de lente en de voorzomer. In de tweede helft van de zomer stopt de wespenkoningin met het leggen van eieren, zodat er even later ook geen larven meer zijn. Dan moeten de wespen elders voedsel gaan zoeken. Zoetigheid, in welke vorm dan ook. De tafel op ons terras of balkon zullen ze dan beslist niet onaangeroerd laten.

Het komt veel voor dat jonge dieren heel ander voedsel eten dan ze in hun volwassen leven doen. Zo drinken zoogdieren in hun jeugd melk. Een ander voorbeeld is de gewone zweefvlieg, een vegetariër, die als larve echter een vleeseter is en zich voedt met bladluizen. Niet voor zichzelf, maar voor de larven, die eiwitrijk voedsel nodig hebben. De wesp is dus geen uitzondering. Het is een heel gewoon, heel fraai en heel nuttig insect, dat in onze tuin een vast plaatsje heeft in het gecompliceerde en grillige netwerk van eten en gegeten worden. En hij is nog heel mooi bovendien.

.

Nu in het nieuws