Offerfeest: Aelvoet wil meer slachtplaatsen

Print
Minister van Volksgezondheid Aelvoet wil meer tijdelijke slachtplaatsen voor het islamitische "feest van het schaap" op 5, 6 en 7 maart. Die moeten het gebrek aan slachtcapaciteit in enkele gemeenten opvangen.
Een aantal gemeenten kampt met een tekort aan slachtcapaciteit voor het offerfeest. Soms wordt dan ook overgegaan tot een rituele slachting thuis. Daardoor komt de volksgezondheid en het leefmilieu soms in het gedrang. De minister pleit dan ook voor het opzetten van tijdelijke slachtplaatsen die erkend zijn door het ministerie van Landbouw.
De tijdelijke slachtplaatsen zijn volgens een mededeling van de minister de enige manier om de volksgezondheid, het leefmilieu en een minimaal dierenleed te koppelen aan respect voor de godsdienstbeleving en maatschappelijke waarden. Ze zouden ook een einde maken aan het gedoogbeleid tegenover thuisslachtingen die op rituele wijze worden uitgevoerd. Dat gedoogbeleid gaat immers in tegen de Europese en nationale wetgeving. Volgens de minister kan via de erkenning van tijdelijke slachtplaatsen bovendien flexibel ingespeeld worden op de vraag. Op die manier kan men ook het besloten karakter van het offerfeest waarborgen, net als de volksgezondheid en het leefmilieu. De slachtplaatsen bieden ook de hoogst mogelijke garanties voor het dierenwelzijn. Volgens de mededeling heeft Aelvoet hierover enkele weken geleden een omzendbrief gestuurd naar de gemeenten. Maar te weinig gemeenten hebben al gereageerd. De minister roept de gemeenten daarom op om tijdelijke slachtplaatsen in te richten en een aanvraag voor de erkenning ervan in te dienen bij het Ministerie van Landbouw. Die erkenning is cruciaal. De wetgeving voorziet namelijk dat rituele slachtingen slechts uitgevoerd mogen worden in een erkend slachthuis of in inrichtingen erkend door de minister van landbouw. In de mededeling benadrukt Aelvoet nog dat de wetgever nooit zal toestaan dat rituele slachtingen thuis gebeuren.
Nu in het nieuws