Amerikaanse inflatie valt mee

Print
De jongste Amerikaanse inflatiecijfers zijn flink meegevallen. De producentenprijzen, een van de toonaangevende idicatoren om de inflatie te meten, zijn in juli behoorlijk afgenomen. Tegenover de maand juni bedroeg de daling 0,9 procent. Dat was de sterkste vermindering in acht jaar, zo heeft het Amerikaanse ministerie van Arbeid vrijdag bekendgemaakt.
De daling viel groter uit dan de meeste analisten hadden verwacht. Zij waren uitgegaan van een vermindering van hooguit een half procent. Sommigen hadden een gelijkblijvend prijsniveau geraamd. De groter dan verwachte daling vloeit vooral voort uit de energiesector, waar de prijzen scherp daalden. Hier doken de prijzen in de afgelopen maand met 5,8 procent omlaag, wat de sterkste daling in bijna twaalf jaar betekende. De benzineprijs in de groothandel zakte bijna 18 procent, terwijl stookolie 9 procent goedkoper werd.
Worden energie en voeding, twee productsoorten die doorgaans veel prijsschommelingen ondergaan, buiten beschouwing gelaten dan zijn de producentenprijzen in juli met 0,2 procent gestegen. Deze zogenoemde kerninflatie viel ook mee, maar hier was de verrassing minder groot. De meeste analisten hadden een 0,3 procent hogere kerninflatie verwacht.
Duurder werden investeringsgoederen, waaronder vrachtwagens en verkeersvliegtuigen. Ook consumentenartikelen stegen in prijs. Het gegeven dat de inflatie zich minder snel ontwikkelt dan verwacht, vergroot de kans dat de Amerikaanse centrale banken later deze maand de rente opnieuw verlaagt. Eerder deze week bleek de economie in de VS in juni en juli nog slechts een zeer magere groei te vertonen. Ook de zwakke bedrijvigheid in industrie slaat over naar andere sectoren.
MEEST RECENT