Milojevic leeft zonder stress toe naar zijn match van de waarheid

LEEDS -

De vijftien tegengoals in vier uitmatchen laten er haast geen twijfel over bestaan: ook dinsdag vindt voor het Anderlecht-doel een belegering plaats. Niet aan De Wilde, Peersman of Gaspercic om bolle netten te vermijden. Wel aan Zvonko Milojevic, de populaire 29-jarige Joegoslaaf die jaren zit te verkommeren op de bank en in juni Belg wordt.

Yves Taildeman

BR>

Je laatste Europese match dateert van 21 oktober 1997 in Schalke. Ben je bang voor deze kraker?

Milojevic:

«Nee, ik heb daarvoor te veel meegemaakt. Ik speelde met Rode Ster Belgrado 203 officiële wedstrijden, waarvan 21 in de Europacup. Ik werd in 1991 in Tokyo wereldkampioen, na een 3-0 tegen Colo Colo. Die cassette heb ik thuis nog liggen. Ik stond in een schiettent, want we speelden met tien, maar pakte alles. In het grote Barcelona met Ronaldo en Figo speelde ik voor 120.000 mensen. We verloren met 3-1, maar ik pakte een penalty van Popescu. In Manchester, de enige keer dat ik in Engeland speelde, pakte ik in de Supercup een penalty van Steve Bruce. En met Rode Ster klopte ik in 1991 Anderlecht met 3-2, we scoorden in de laatste minuut. Ik kijk uit naar Leeds. Ik zag dat het publiek hier kort op het veld zit. Daar hou ik van. Het enige vervelende is dat ik noch tegen Charleroi, noch tegen Antwerp werk heb gehad. En in de B-ploeg is het moeilijk ritme op te doen.»

Waar haal je met zo'n palmares de moed om jaren op de bank te zitten?

«Van mijn veertiende ben ik thuis weg: ik ben een harde jongen.

(lacht)

Ik mag niet weg van Anderlecht. Ik kon naar Porto en later naar Sevilla, Valencia en Montpellier. Maar Verschueren zei: nee! Toen De Wilde terug naar Anderlecht kwam, was ik derde keeper. Toen heb ik het moeilijk gehad. Als ik straks derde keeper word na Peersman, wil ik weg. Het is niet mooi in de krant te lezen dat Anderlecht met Gaspercic onderhandelt. Maar dat is het probleem van de club. Een topteam moet twee topkeepers hebben. Mijn motto is: de kansen kunnen keren.»

Munaron noemt je niet ambitieus genoeg.

«De Wilde is voor mij in de eerste plaats een vriend en dan pas een concurrent. We moeten elke dag samen trainen. Het is toch niet goed voor de ploeg als onze relatie vertroebeld is? Ik lach altijd, ook als ik op de bank zit. Ik zit zo in elkaar, daarvan ga ik langer leven.

(Schatert)

Dat maakt me ook populair bij de supporters.»

Je uitvoetballen was vroeger een probleem.

«Dat gaat nu veel beter. Ik heb er met Munaron veel op getraind. Het probleem was dat ik bij Anderlecht arriveerde toen de nieuwe regel werd ingevoerd die een keeper verbiedt een terugspeelbal op te rapen. Ik had in Joegoslavië nooit op traptechniek geoefend. Achter mijn huis in Jagodina heb ik een veldje ingericht voor tennisvoetbal. Als ik met vakantie ga naar Joegoslavië, train ik uren met de voet om mijn balgevoel te verbeteren.»

Ken je Viduka?

«Hij is een Kroatische Australiër. Maar hij is

down under

geboren, dus is hij niet populair in Kroatië. Mijn vrienden zitten bij Lazio: Mihajlovic en Stankovic. Ik was getuige van Stankovic op zijn trouwfeest.

Lazio en Real gaan naar de kwartfinales

, zei hij voor onze match tegen Lazio. Ik hoop hem dinsdag te bellen met als antwoord:

Ik denk het niet, Dejan.

»