Komeetsonde Stardust ondervindt besturingsproblemen

Print
De Amerikaanse komeetsonde Stardust ondervindt problemen met haar besturingssysteem. De 385 kilo wegende Stardust werd op 8 februari '99 met een Delta-raket vanop Cape Canaveral gelanceerd om voor het eerst in de geschiedenis komeetstof naar de Aarde te brengen. De onbemande sonde koerst naar de komeet Wild 2. Dat is een brok gesteente die ook gassen in de vorm van ijs bevat en organische materialen. De "staartster" bevindt zich op 286 miljoen km van ons.
BR>
Stardust moet op 2 januari 2004 tot minder dan 150 km van de komeetkern naderen, en aldus bij de cona komen. Het ruimtetuig moet met een vlindernet-achtig instrument (CIDA) ter grootte van een tennisraket materiaalmonsters nemen van de komeetkern, plus stalen van het interstellaire stof dat, afkomstig van andere sterren, door ons Zonnestelsel reist.

De vluchtleiding onderzoekt sinds vrijdag een probleem met de stuurraketjes voor de standbepaling van de Stardust. Meer bepaald moet de oriëntatie van het ruimtetuig zodanig worden gecontroleerd dat communicatie met de Aarde mogelijk blijft. Wanneer Stardust buiten een zone van vier graden aan alle drie assen komt, laten de boordcomputers de stuurraketjes even ontbranden, om het tuig naar de andere richting te brengen. Het probleem is nu echter dat de computers onnodige ontbrandingen van die kleine motoren bevelen. Op korte termijn is dit geen probleem, maar op de duur kan er een tekort aan brandstof ontstaan.

De Stardust blijft ondertussen prima op koers. In die mate dat een baanmanoevre na de succescvolle scheervlucht langs de Aarde vorige maand onnodig was. Een eerder probleem met de CIDA is opgelost. De Stardust moet na een reis van ongeveer vier miljard km op 16 janauri 2006 terug rond onze Aarde vliegen. De monsters steken in een terugkeercapsule van 0,45 meter die aan een valscherm op een militaire basis in de Utah-woestijn moet landen.

.

Nu in het nieuws