Rododendrons en azalea's: Decoratieve planten voor elke tuin

Als je een populaire en toch bijzondere plant in je tuin wil halen, zit je altijd goed met een rododendron. Voor de kleine en middelgrote soorten heb je geen grote tuin nodig. De grotere soorten lijken, vanwege hun omvang en hun relatief korte bloeitijd, zelfs een beetje veroordeeld tot de tuinen van grootgrondbezitters. Of je ze solitair plant of in groep, hun bloemenpracht en kleurenrijkdom fascineren iedereen. In de kwekerij van Fernand Ceysens in Lummen treffen we een uitgebreide collectie aan.
'Rhodon' betekent roos en 'dendron' boom. De planten behoren tot de familie van de Ericaceën (heide-achtigen). Het mooiste decoratieve effect krijg je als je verschillende variëteiten in groepen samenplant.

Nat en zuur

Net als de azalea ontwikkelt de rododendron een vlak wortelstelsel, waarmee ze de voedingsstoffen dicht onder het grondoppervlak opnemen. Voordeel is dat je ze makkelijk kunt planten, nadeel dat ze vrij snel uitdrogen. Ze hebben dus voldoende water nodig en zijn niet bestand tegen droogte of een hete, droge standplaats. Ze gedijen nog het best in een bosmilieu, al kan onder de bomen, zeker onder beuken en esdoorns, de grond erg droog zijn. Ondanks alle goede zorgen is een plant met een droge wortelkluit gedoemd om te sterven. Bij droogte rolt de plant het blad in. Dat gevaar bestaat zeker ook in de winter bij zon en schrale wind. Met rietmatten kun je ze afdoende beschermen.

Rododendrons verdragen ook geen kalk en verlangen meestal zure grond. Voor kalkrijke, zware klei zijn rododendrons dus ongeschikt, want het is niet eenvoudig om kalkrijke klei zuurder te maken. Verhoogde bedden kunnen dan wel een oplossing geven.

Rododendrons staan liefst in de (half)schaduw, zodat je ze minder vaak moet begieten en ze minder vroeg zullen bloeien, wat een voordeel is bij late nachtvorst. Krijgen ze te veel schaduw, rekken de planten uit, vermindert het beschikbare vocht en manifesteren zich ziekten, zoals meeldauw. Staan ze toch in de zon, is een royale mulchlaag meer dan welkom om het vocht in de bodem op peil te houden.

Planten

Maak een voldoende groot plantgat en meng de grond met beendermeel, gedroogde koemest en bladaarde. Vergeet ook niet de potkluit eerst een half uur in water te zetten. Lichtjes aandrukken en zeker de grond niet aanstampen, anders kun je de wortels beschadigen. Strooi houtschors, maar beter nog dennennaalden en eikenbladeren, want de wortels profiteren van de bodemschimmels die zich erin bevinden en de grond blijft onkruidvrij. Bedek maximaal 5 cm zodat de grond voldoende verlucht wordt. Hetzelfde effect kun je ook met bodembedekkers bereiken. Na de bloei moet je tijdelijk veel water blijven geven om nieuwe knopvorming te stimuleren. Voor een goede drainage is grind aangewezen.

Sommige soorten zijn minder winterhard. Dan kun je best het eerste jaar de kluit tegen vorst beschermen met stalmest en afgevallen bladeren. Staan ze op een minder gunstige plek, kun je de struik met dennentakken bedekken. Bij te veel wind kunnen de bladeren afbreken zodat ze zelfs al hun blad kunnen verliezen.

Overplanten brengt altijd stress met zich mee, zodat je het eerste jaar geen weelderige bloei hoeft te verwachten.

Vermeerdering kan door enten op de wortels of door afleggen. Bij aflegging moet je wel twee-drie jaar wachten voor je de gewortelde, afgelegde scheut van de moederplant kunt verwijderen.

Onderhoud

Rododendrons houden van veengrond en zijn tuk op een jaarlijkse portie turf en eventueel humusrijke tuinaarde en stalmest. Bladcompost van te zure eikenbladeren is minder geschikt. Vanwege de oppervlakkige wortels schoffel je best niet maar wied je met de hand. Juist voor de bloei geef wat organische meststof, een eindje van het hart van de plant. Er bestaat ook speciale meststof, maar dan moet je je wel aan de geadviseerde hoeveelheid houden. Bladverkleuring kan wijzen op een tekort aan magnesium. Sommige meststoffen verhelpen dit probleem.

Na de bloei knijp je er de uitgebloeide knoppen uit om zaadvorming te voorkomen, zodat alle energie naar nieuwe scheuten gaat. Pas op voor de jonge scheuten die zich al onder de bloemen gevormd hebben.

Sproei niet met kalkrijk leidingwater, maar het blijft beter dan geen water. Je kan ook best eenmaal in de week fors begieten. Giet het water onderaan bij de wortels en niet op de bladeren, want dan verdampt het te snel. Druppelbevloeiing is de ideale methode.

Pas ook op voor de 'cicade'. Dit insect legt in het najaar haar eitjes in de bloem van de rododendron. In januari, februari komt er schimmel in de opening waarin de eitjes gelegd werden. Niet de cicade maar de schimmel zorgt ervoor dat de knop bruin verkleurt en er geen bloem verschijnt.
Behandelen kan met een milieuvriendelijk middel op basis van pyrethrum. Meer informatie: Kwekerij Fernand Ceysens - 013/52.16.84

Azalea's en rododendrons?

Azalea's verliezen meestal hun blad. Sommige bladhoudende soorten zijn bovendien erg vorstgevoelig. Door kruisingen zijn kwekers erin geslaagd azalea's te kweken die temperaturen tot -25°C verdragen. Ze hebben kleine, ovale en soms harige felgroene bladeren met een bruine onderkant, dit in tegenstelling tot de glimmende, leerachtige bladeren van de rododendrons met gladde of gekartelde randen. Hun kleurenscala gaat van felgroen tot donkergroen. Azalea's hebben dan weer meer verschillende kleuren op hun palmares: geel, zalmroze, rood, oranje.
Ze hebben allebei klokvormige bloemen, maar bij de azalea tel je vijf meeldraden, bij de rododendron tien. Bij de azalea ontwikkelen de bloemen zich voor de bladeren. Waar de azalea vooral in de lente bloeit, spreidt de bloeiperiode van de rododendron zich uit over het hele jaar, afhankelijk van de soort.


Belangrijkste groepen



1 Grootbloemige hybriden: struiken hoger dan 1 m met grote leerachtige bladeren en weelderige bloemschermen / voor grotere tuinen
· Calophytum: juweeltje / lange decoratieve bladeren en trossen witte bloemklokken vanaf maart-april / erg winterhard
· Catawbiense: 1,5 tot 2 m / bleekrode tot violette bloemen / één van de meest winterharde soorten
· Cunningham White: witte bloemen / één van de meest gekweekte planten, omdat ze zich niet stoort aan arme grond en een open, winderige plaats
· Sappho: betoverende witte bloemen met opvallende paarse vlekken in het hart / enigszins vorstgevoelig

2 Yakushimanum-hybriden: zeer veel bloemen / bloemvorm zoals bij de grootbloemige hybriden, maar geringere, compacte groei en grijze, viltig behaarde scheuten / goed bestand tegen de koude, maar niet tegen de volle zon

3 Williamsianum-hybriden: compacte ronde groei, ronde bladvorm en vaak hangende roze, rood of crèmegeel bloemen / de nieuwe scheuten zijn rood / niet goed bestand tegen de koude

4 Repens-hybriden: lage (0,5 m) en eerder brede groei met talrijke losse, rode bloemschermen en decoratieve, glanzendgroene bladeren

5 Wilde soorten en hun hybriden: meestal dwergvormen met kleine bloemen

6 Rododendron 'Praecox': kruising van de R. ciliatum en R. dauricum / de vroegstbloeiende hybride: 1 m tot 1,50 m / halfbladhoudend / kan in maart-april-mei rijk bloeien met lila-roze bloemen / door de vroege bloei vaak last van nachtvorst, vraagt dus bescherming / de glanzende bladeren verspreiden bij aanraking aangename geur

7 Bladverliezende azalea's: 1 tot 2 m / grote bloemschermen, die 's winters hun blad verliezen / weelderige groei / bloeien vrij laat en hebben dus weinig last van late nachtvorst / mooie herfstverkleuring / goed bestand tegen koude en zon
· Azalea calendulaceum: oranjegele bloemen, één van de mooiste
· Azalea mollis: goudgele, oranje of rode bloemen voor het blad verschijnt
· Azalea viscosum of moerasazalea: witte of roze bloemen / bloeit half juni
· Knaphill-groep: zeer opvallend, o.a. 'Gibraltar', 'Persil'

8 Japanse azalea's: groenblijvende azalea's, geheel of gedeeltelijk bladverliezend in de winter / gedeeltelijk winterhard / lage compacte groei en weelderige bloei met kleine bloemen / mooie herfstverkleuring
· Azalea japonicum: oranjerode, mauve of zalmkleurige bloemen, zeer winterhard
Nu in het nieuws