Hyperseksualiteit bij hond en kat

Print
Niet zonder enige schroom signaleren eigenaars geregeld ongewenst seksueel gedrag bij hun gezelschapsdier. Meestal omschrijven ze dit gedrag met eufemistische, veelzeggende of lyrische begrippen als 'onzindelijk', 'rijden' of 'weelderig zijn'.
Dierenartsen verstaan onder hyperseksualiteit niet zozeer een meer dan normale seksuele belangstelling maar vooral een uitgesproken copulatiegedrag tegenover andere dieren maar ook mensen en zelfs voorwerpen. Vooral bij de hond kunnen huisgenoten dit 'gedoe' als hinderlijk ervaren. Katten kunnen evenwel ook hyperseksualiteit manifesteren: katers 'sproeien' dan en zetten binnenshuis geurvlaggen met hun urine. Deze activiteiten zijn van nature niet afwijkend maar blijken vaak wel erg hinderlijk.
Vraag is: wat is nu eigenlijk de oorzaak van die hyperseksualiteit? Biologen en artsen veronderstellen dat het dier onder invloed van de geslachtshormonen een te hoge bloedspiegel heeft en gaan ervan uit dat dergelijk gedrag op dominantie berust. Sommige eigenaars, meestal romantische zielen, schrijven het weleens toe aan het feit dat hun knuffeltje geen partner vindt. Integendeel dus. Als je je huisdier zou laten dekken, zou dat nog een eerder stimulerende invloed hebben op het hyperseksueel gedrag. Verder spreekt het haast vanzelf dat een loopse teef in de buurt de 'honger' duidelijk zal doen toenemen.
Toch blijft de aandrang niet beperkt tot mannetjesdieren. Ook teefjes 'rijden' soms op alle mogelijke, al dan niet geschikte voorwerpen. Feit is evenwel dat hyperseksualiteit vaker voorkomt bij kleine hondenrassen dan bij grotere. Kattinnen kunnen voortdurend krols blijven zolang ze niet gedekt worden, dit is dus geen vorm van afwijkend seksueel gedrag. Het is niettemin aan te raden de dieren eens te laten onderzoeken, want ook een ontsteking van de vagina of van de teelballen kan de klacht veroorzaken. De meeste eigenaars proberen het probleem op te lossen door de loopse acties van hun hond of kat simpelweg te verbieden of door het dier te straffen. Meestal moeten ze dan vaststellen dat een dergelijke aanpak niet de minste zin heeft. Bij de reu kan een hormonenspuitje de klacht weleens verminderen, maar het garandeert zeker niet altijd een gunstig resultaat en werkt ook maar tijdelijk. Helpt zo'n hormonenspuitje wel, dan is castratie meestal een betere garantie voor succes. Bij het teefje kunnen enkele middeltjes en ingrepen de loopsheid onderdrukken en de hyperseksualiteit beperken. Sterilisatie - waarbij de eierstokken verwijderd worden - verdient zeker de voorkeur. Een langdurige kuur met middelen tegen loopsheid leidt uiteindelijk tot ernstige complicaties, zoals baarmoederontsteking en melkkliergezwellen. Voor kattinnen geldt trouwens hetzelfde: ook voor hen is en blijft sterilisatie de beste oplossing. Bij de kater komt overigens ook alleen maar castratie in aanmerking. Een ongecastreerde kater is trouwens sowieso al moeilijk te houden, maar daar heb ik het vroeger al over gehad.
Nu in het nieuws