Beatlemania in kanarieland

Print
Bij Paul Raemaekers is het één en al vogel wat de klok slaat. Uit het nestkastje aan de pergola klinkt het gezang van de jonge pimpelmeesjes die zich opmaken om uit te vliegen. En in de klimop tegen zijn huis heeft zich een tortelduiffamilie genesteld. Maar deze vredige tafereeltjes stellen niks voor als je achter in de tuin zijn kweekhokken binnenstapt. Want daar voeren enkele honderden volièrevogels het hoge woord. En de grootste druktemakers zijn de glosterkanaries, Pauls grote trots.
«Zou ik eens naar uw beatleskanaries mogen komen kijken?» Met die vraag belde ik een tijdje geleden naar de Zonhovense kanariekweker Paul Raemaekers. Aan de andere kant van de lijn hoorde ik iemand ingehouden gniffelen. «Je bedoelt de glosterkanaries zeker? Zeker, kom maar af,» nodigde hij uit. Glosterkanaries, nu wist ik het weer. Toch vond ik dat van de beatleskanaries nog niet zo slecht bedacht. Als je deze kanariesoort ziet, moet je onherroepelijk even aan de bloempotkapsels van de legendarische Fab Four denken. Waarschijnlijk hadden de mensen van Radio 2 hetzelfde idee toen zij in sommige van hun televisiespotjes enkele glosterkanaries opvoerden als stand-ins voor de legendarische Liverpoolse barden.

Stamboom

Paul heeft een driehonderd glosterkanaries, of kortweg glosters, in zijn hokken. «Ook nog wel wat Europese vogels, maar toch vooral glosters. Ondertussen kweek ik ze al zo'n dertig jaar. De gloster is een van de 25 soorten postuurkanaries, en met zijn 11,5 centimeter is hij meteen ook de kleinste van die soort. Het ras is rond 1925 in Engeland gekweekt. Er bestaan twee soorten: de corona, een gloster mét kuif, en de consort, ook een gloster, maar dan met een glad kopje.»

Bij Paul zorgen ieder jaar zowat veertig koppeltjes voor het nodige nageslacht. «We hebben een hele boekhouding om alles bij te houden. Sommige fokkers hebben er zelfs een speciaal computerprogramma voor. We kweken er dus niet zomaar op los. Ik weet van iedere vogel precies wie de moeder, vader, grootvader of grootmoeder was. Op die manier bouw ik een hele stamboom op.»

Kweek

«Ik koppel gladkopjes ook altijd met gekuifde glosters. Dat is omdat hun jongen anders geen kuif of een misvormde kuif hebben. Een belangrijke regel: je mag de vogels zeker niet dwingen om zich voort te planten. Ze moeten er klaar voor zijn. Hoe je zoiets ziet? Wel, de mannetjes fluiten driftig en laten zich gelden wanneer ze er zin in hebben. De popjes (vrouwtjes) beginnen nestmateriaal te slepen en trekken pluimpjes uit hun buik om later de eitjes mee warm te houden. Zijn ze klaar voor de kweek, dan klikt het onmiddellijk tussen de pop en het mannetje. In het andere geval beginnen ze te vechten. Natuurlijk zijn er ook altijd kieskeurige exemplaren bij, die niet zomaar met iedereen aan een nestje willen beginnen.» Echt monogaam zijn ze niet, die glosters. «Sommige mannetjes laat ik vier of vijf vrouwtjes bevruchten. Die doen dus hun huiswerk, en mogen dan weer naar huis. De vrouwtjes leggen vervolgens vier of vijf eitjes in hun nestje. Een gemiddelde van vijf jongen per koppel is dan ook zeer goed. Wat de voeding betreft: de oudere vogels krijgen gewoon zaad, de jongen krijgen speciaal eivoer. Dat is paneermeel met ei en vitamines onder gemengd.»

Samen-werking

Het komt zelden voor dat man en vrouw met eenzelfde passie eenzelfde hobby delen. In de familie Raemaekers wordt echtgenote Marie-Louise volop in de vogelkwekerij ingeschakeld. Omwille van de ontelbare uren die in de hobby kruipen, is zij voor Paul een welkome hulp. «We doen alles samen. Zij weet er eigenlijk evenveel vanaf. Koppelen en ringen, da's mijn werk, zij staat dan weer in voor de verzorging. Ik zou gemakkelijk alleen op verlof kunnen gaan. Hoewel, vakantie, het komt er gewoon nooit van. Je moet ze al drie tot vier keer per dag voeren. Je vraagt je misschien af: zo dikwijls? Maar dat is net een belangrijk punt bij kanaries. Hoe vaker je de ouders voedert, des te vaker zij ook hun jongen eten geven en des te groter de kans ook wordt dat de jonge kanaries voorspoedig zullen opgroeien.»

«Wanneer je zelf met vogels wil kweken, dan is het beste advies dat ik iemand kan geven: ga eens praten met een ervaren kweker en geef verder je ogen de kost op shows. In België zit je wat dat betreft goed, want het is het sterkste vogelkweekland van Europa. Beginners kunnen ook best van start gaan met een gewone, goedkope kanarie, zoals de gloster, die je al voor een goeie 600 frank kan kopen. Vaak kopen mensen dure vogels maar wil het niet meteen lukken. En dan geven ze de hobby al te snel op.»

Wie meer informatie over kanaries wil, kan op internet naar http://www.kbof.be surfen.
MEEST RECENT