Levensverwachting mongolen hangt in VS af van etniciteit

Print
Uit onderzoek in opdracht van de regering van de Verenigde Staten blijkt dat blanken met het syndroom van Down gemiddeld 50 jaar worden, terwijl zwarten met dezelfde afwijking gemiddeld op 25-jarige leeftijd sterven. Kinderen met het Downsyndroom die tot andere bevolkingsgroepen behoren worden gemiddeld maar 11 jaar.
"Ik geloof niet dat we echt verbaasd waren dat er enige raciale ongelijkheid bestaat", zegt J.M. Friedman, die het onderzoek heeft geleid. "Maar wat ons wel verbaasde was hoe enorm groot dat verschil is." Friedman wijst erop dat de volksgezondheid onder de zwarte bevolkingsgroep in de VS in het algemeen slechter is dan bij blanken.
Het syndroom van Down is een chromosomale afwijking. Kinderen die ermee geboren worden (mongooltjes) hebben een verstandelijke handicap en ze hebben een grotere kans op hartproblemen, slechte ogen en een slecht gehoor en nog een serie andere gezondheidsproblemen.
De cijfers zijn voor alle bevolkingsgroepen een grote verbetering ten opzichte van de jaren '60, toen Down-kinderen uit alle etnische groepen in de VS gemiddeld niet ouder dan 2 jaar werden. Volgens Friedman was het zo'n 30 jaar geleden nog niet gebruikelijk om baby's met het Down-syndroom te opereren. Ook hebben de moderne antibiotica veel bijgedragen aan het verhogen van de levensverwachting van deze groep, die extra vatbaar is voor allerlei infecties.
De National Down Syndrome Society reageerde ook met verwondering op het onderzoek. Deze "ernstige ongelijkheid" moet worden aangepakt, zei woordvoerster Jennifer Schell Podoll. Ze zei dat ze, net als de onderzoekers, altijd wel had gedacht dat er een zekere mate van "sociaal-economische ongelijkheid" was, maar dat ze niet had gedacht dat "de raciale ongelijkheid zo sterk was".
Nu in het nieuws