Colombiaanse paramilitairen laten 200 gijzelaars vrij

Print
Rechtse paramilitairen hebben donderdag rond de 200 werknemers van een oliepalmplantage in het oosten van Colombia vrijgelaten. De groep arbeiders was dinsdag het slachtoffer geworden van de grootste ontvoering in de geschiedenis van het land. Volgens procureur-generaal Alfonso Gomez lijkt het erop dat de paramilitairen met de gijzelingsactie hun macht wilden tonen.
De arbeiders bleken te zijn vastgehouden bij de stad Carupana, circa vier uur rijden van Villanueva waar ze werden gekidnapt. De gijzelaars zeiden goed te zijn behandeld. President Andres Pastrana had militairen naar het gebied rond Villanueva gestuurd, met de opdracht terughoudend op te treden om het leven van de gijzelaars niet in gevaar te brengen.

In een fax aan een tv-station die vermoedelijk afkomstig was van de Verenigde Zelfverdedigingstroepen van Colombia (AUC), zoals de rechtse paramilitairen heten, werd de verantwoordelijkheid voor de gijzeling opgeëist. De fax was ondertekend met de initialen van een bekende paramilitair die afgelopen weekeinde uit de gevangenis ontsnapte. Volgens de verklaring proberen linkse guerrillastrijders in de staat Casanare, waar de ontvoering plaatsvond, controle te krijgen over de winstgevende oliepalmplantages. De gijzelingsactie zou daartegen een verweer zijn geweest.

Hoeveel werknemers er precies waren ontvoerd is nog niet duidelijk. Evenmin is zeker dat alle gijzelaars zijn vrijgelaten. Volgens de hoogste mensenrechtenambtenaar van het land, Eduardo Cifuentes, lijkt het erop dat de ontvoering een gedwongen rekrutering betrof voor de AUC. De meeste gijzelaars waren jonge mannen. Volgens Pastrana was een deel van de groep zelfs nog minderjarig.
Nu in het nieuws