Gunther Hofmans moest stoppen met topvoetbal

Print
ANTWERPEN - "Voor de rest van mijn leven zal ik lichtjes manken. Dat komt nooit meer goed." Ruim acht maanden geleden speelde Gunther Hofmans zijn laatste voetbalwedstrijd. Vandaag is de vroegere goaltjesdief van het Veltwijckpark bedrijfsleider en heeft hij zo'n 300 mensen in dienst. Maar de pijn van het afscheid sluimert nog altijd. In zijn hart én in zijn benen. "Mijn knieën waren perte totale", zegt hij. "Ik móést stoppen."
BR>
"Ik heb het lastig gehad." Hofmans geeft het eerlijk toe. "Vijftien jaar lang had ik mij erop voorbereid. Bewust heb ik altijd contact gehouden met het bouwbedrijf van mijn schoonvader (Jos Verhaegen, voorzitter van Germinal Beerschot, red.). Omdat ik wist dat ik erop een dag fulltime zou werken. En toch had ik het nog moeilijk met mijn afscheid. Vooral toen het seizoen opnieuw begon. De idee dat al die voetballers weer aan de slag gingen en ik niet, viel mij zwaar. Ik wilde nog, maar kon niet meer. Gelukkig had ik toen de zaak. Ik ben er meteen ingevlogen. Werkdagen van vijf uur 's ochtends tot acht uur 's avonds. Met succes. Stilaan mis ik het voetbal minder en minder."

Ben je te vroeg gestopt?
Gunther Hofmans: Integendeel, ik ben een jaar te laat gestopt. Na het seizoen heb ik mij onmiddellijk laten opereren. Als ik terugdenk aan de diagnose toen... Mijn meniscus was totaal verfrommeld. Kraakbeen had ik niet meer. Mijn bot was aan het afbrokkelen. 'Dat jij het seizoen hebt kunnen volmaken, is een mirakel', zei de dokter. Dan schrik je toch. Waar ben ik mee bezig geweest, vroeg ik mij af. Is het dat allemaal wel waard? Ik heb onverantwoorde risico's genomen vorig jaar. Maar zolang ik op dat veld stond, dacht ik daar niet aan. (stilte) Ik deed het nog te graag, zie je.

In november '99 zei je al dat de pijn ondraaglijk werd.
Ik herinner mij die periode heel goed. Wekelijks nam ik tussen de tien en de vijftien Apranaxen, elke dag kreeg ik een spuit, af en toe ook nog eens een cortisonespuit. En nog liep ik constant met pijn rond. Dat was niet meer gezond. Ook ik besefte dat. Nog even heb ik gehoopt dat het niet zó erg zou zijn. Tot ik in februari opnieuw bij de dokter ging. Wat zijn de mogelijkheden, vroeg ik hem. 'Geen', antwoordde hij. Toen wist ik dat het definitief over was. (denkt na) Ik heb twee kinderen met wie ik ook de komende jaren nog wil ravotten. Doorgaan betekende dat ik over vijf jaar een nieuwe knie had moeten laten steken. Dat had ik er niet voor over.

Vandaag mank je nog altijd.
Dat zal nooit meer overgaan. Ik kan mijn knie niet meer volledig strekken, vandaar. Ik kan ermee leven. Ook in mijn laatste jaren als voetballer liep ik al een beetje te trekkebenen. Op het einde was het zelfs mijn trademark. Zoveel last heb ik er trouwens niet van. Ik ben de jongste weken een paar keer gaan skiën in de Casablanca in 's Gravenwezel en dan voel ik wel dat er aan die knie een en ander hapert. Maar zolang ik niet overdrijf met sporten is het draaglijk.

Een kapotte knie, pijn voor de rest van je leven: je voetbalcarrière heeft zijn tol geëist.
Ik heb nergens spijt van. Het voetbal heeft mij ook heel veel mooie momenten bezorgd. Bovendien: ik ben gestopt op een moment dat ik nog meekon. Al was het dan noodgedwongen, ik heb in schoonheid afscheid genomen van het voetbal. Stel dat ik er nog een jaar had bijgedaan: wie zegt dat ik dan nog in de ploeg zou staan? Dat ik niet zou wegkwijnen op de bank? Dat zou ik niet gewild hebben.

Het overkomt Rudy Smidts momenteel bij KV Mechelen.
(aarzelt) Ik zie Rudy nog regelmatig. Hij voetbalt nog altijd heel graag, doet zijn job nog steeds met heel veel liefde. Daarom heb ik er ook geen compassie mee. Anderzijds denk ik regelmatig: 'Rudy, waarom en voor wie doe je dat toch? Iemand met jouw carrière zou niet op de bank bij Mechelen mogen eindigen.' Hij heeft dat niet nodig, denk ik. Voor mensen als hem moeten er toch alternatieven zijn. Waarom wordt hij geen scout of trainer?

Jij hebt makkelijk praten. Jij wist dat je na je carrière onmiddellijk aan de slag kon.
Dat besef ik. Ik moest niet bang zijn voor het zwarte gat. Als speler moet dat het ergste zijn wat er is: niet meer meekunnen en tegelijkertijd weten dat je niets anders kan dan voetballen. Als je dan een gezin hebt en voor de kost moet zorgen, rek je je carrière zo lang mogelijk. Gelukkig is mij dat bespaard gebleven.

Slotvraag: je hebt nooit een afscheidswedstrijd gekregen. Stoort je dat?
(grijnst) Een afscheidswedstrijd organiseer je zelf niet. Die wordt voor jou georganiseerd. (stilte) Ik lig er niet wakker van. De laatste competitiewedstrijd van vorig seizoen, tegen Beveren, zal altijd mijn laatste wedstrijd blijven. Ik heb mijn afscheid ook niet met veel tamtam aangekondigd. Diezelfde week pas heb ik de spelers meegedeeld dat mijn carrière erop zat. Een paar dagen later heb ik nog een feestje gegeven en dat was dat. De volgende dag was ik voetballer af.

Jos Verhaegen zal met de situatie moeten leren leven"
Gunther Hofmans is een jongen van het Veltwijckpark. Als profvoetballer kende hij geen ander stadion. Alleen in zijn laatste jaar speelde hij zijn thuiswedstrijden op het Kiel. "Het doet mij wel iets dat er momenteel zelfs niet meer getraind wordt in het Veltwijckpark", zegt hij. "Voor mij is dat altijd een tweede thuis geweest. Ook vorig jaar nog. We speelden dan wel op het Kiel, veruit de meeste tijd brachten we door in Ekeren. Ik vond het een schitterend oefencomplex. Maar blijkbaar denken sommigen daar anders over. Er wordt nu op de Wilrijkse pleinen getraind."

De ontwikkelingen binnen de Antwerpse fusieclub volgt Hofmans tegenwoordig vanop een afstand. Al ziet hij ook dat Jos Verhaegen, voorzitter van Germinal Beerschot en collega van Hofmans, lijdt onder de strubbelingen binnen het bestuur. "Maar ik vrees dat hij met de situatie zal moeten leren leven. Er is destijds gekozen om Ajax meerderheidsaandeelhouder te maken en dan moet je daarvan ook de consequenties aanvaarden. Ajax en niemand anders neemt voortaan de beslissingen. Hoe moeilijk dat ook is. Als voorzitter heeft Jos Verhaegen vijfentwintig jaar lang de club volgens zijn filosofie geleid. Germinal was een stuk van zijn leven geworden. Dat zie je niet graag verloren gaan. Is het niet logisch dat hij daar emotioneel door geraakt wordt?"

MEEST RECENT