Stoica wil net als vader Beker der Landskampioenen

DILBEEK -

Wie huize Stoica betreedt, kan er niet naast kijken. De foto van Tudorel Stoica, Steaua-ploegmaat Bölöni (ex-Racing Jet) en de 7-jarige Alin met de Beker der Landskampioenen, pronkt sierlijk op de open haard. Alin Stoica glimlacht en zegt, daags voor de levensbalangrijke return tegen Leeds: "Ik heb

hem

al aangeraakt. Het zou mooi zijn, dat ik die beker 15 jaar na mijn vader ook win."

Yves Taildeman

Stoica heeft van de Champions League een obsessie gemaakt. Ga zelf maar na. Leeds uit: een wereldgoal. Real uit: een wereldgoal. Lazio: een berematch. En ga zo maar door, tot zijn sterkste match, thuis tegen Kiev. Straks meent de Roemeense balkunstenaar het nog dat hij de beker hoopt te winnen. "Maar natuurlijk," zegt hij in koor met zijn vader. "Waarom niet? Het was een veel groter mirakel dat Steaua hem in 1986 won. Een club uit het Oostblok dat Barcelona ging kloppen in eigen huis, want de finale vond in Sevilla plaats. Niemand kon het geloven. Ik herinner me dat heel Boekarest op straat kwam."

Herinner je je de halve finale nog?

Stoica:

"Natuurlijk, 3-0 tegen het grote Anderlecht met sterren als Scifo, Vercauteren en Vandereycken in de ploeg. Ik zat in de tribune. De cassette van die match heb ik enkele keren bekeken voor ik naar Anderlecht kwam. Toen ik ervan overtuigd was dat Anderlecht een technische ploeg was, heb ik als 16-jarige getekend. Al was de ploeg van toen sterker dan de onze nu."

Je kan alles met een bal. Is dat talent aangeboren?

"Ik heb thuis nauwelijks een match gemist van Steaua. Tijdens de competitiematchen zat ik als kleuter mee op de bank met de zoon van ex-bondscoach Iordanescu. We keken goed en tijdens de rust toonden we op het veld onze kunstjes. Op school deed ik niks anders dan voetballen en na de lessen speelden we op straat. Het is door dat straatvoetbal dat alle Roemenen technisch begaafd zijn. Vanaf mijn 7de speel ik voor Steaua, op mijn 16de deed ik 3 matchen mee in de eerste ploeg."

En dan naar Anderlecht, waar je het etiket kreeg niet veel te lopen. Een beetje zoals Hagi?

"Hagi is mijn idool, maar ik durf me niet met hem vergelijken. Hij is de grootste speler aller tijden in mijn land. Jammer genoeg heb ik in mijn 7 selecties nooit met hem in de ploeg gestaan. Ik hoop nog tégen hem te spelen, in de kwartfinales van de Champions League. Bij Galatasaray zit met hem, Popescu en de trainers Lucescu en Balint een hele Roemeense kolonie. Ach, het klopt dat we niet graag lopen, maar iedereen heeft zijn nadelen. Ik weet dat het moderne voetbal fysiek vergt, maar ik wil de bal zoveel mogelijk het werk laten doen.

Hij

maakt je niet moe, hé. En als

hij

snel rondgetikt wordt zoals door Real of Manchester, is dat toch een lust voor het oog? Toch ben ik dit seizoen conditioneel gegroeid. De laatste matchen bleef ik 85 of zelfs 90 minuten op het veld. Ik tackle meer, met als bewijs enkele gele kaarten. Ik heb in enkele jaren 2 à 3 kilo spieren bijgekweekt."

Een ander verwijt is dat je je matchen uitkiest. In Harelbeke had je er blijkbaar niet veel zin in.

"Van het begin vloog Harelbeke erin als de gekken. Met alle respect, want ieder roeit met de riemen die hij heeft. Maar als de scheidsrechter de technische spelers niet beschermt, heb ik geen zin meer. Zo gaat het voetbal nooit vooruit. Het liefst speel ik elke week tegen een grote ploeg."

Je lacht weinig. Ben je gelukkig bij Anderlecht?

"Ik kan me niet veranderen. Mijn serieuze blik is nu eenmaal mijn imago. Maar ik voel me goed op Anderlecht. Ik heb vrienden in de groep, vooral de jongens die uit de buurt van Roemenië komen, zoals Milojevic en Koller. Hoe ik met Jan communiceer? Het Tsjechisch en Roemeens zijn totaal verschillend. Dus behelpen we ons met gebarentaal en gebrekkig Nederlands. In de kleedkamer lachen we ons wel te pletter, als Baseggio en ik Nederlands praten. Met Zetterberg blijf ik in contact via Anastasiou. En Scifo heb ik met de feesten proberen te bellen om mijn beste wensen over te maken, maar zijn antwoordapparaat stond altijd op..."