Antwerpen moet oude en nieuwe stad verenigen

Print
Er zijn in Vlaanderen waarschijnlijk niet veel mensen die de Antwerpse ereburgemeester Bob Cools niet kennen. De manier waarop hij jarenlang zijn stad geleid heeft, laat niemand onberoerd. Of je bent van fan van Bob Cools, of je bent het niet.
Daartussen is alleen maar leegte.

Het is veel minder bekend dat Antwerpen met diezelfde Bob Cools ook de eerste Belgische schepen voor Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw leverde. In 1971, om precies te zijn. Cools is daardoor de geestelijke vader van de Antwerpse autovrije straten, behoedde zijn medeburgers voor een spoorweg door het hart van de stad en was en is een felle verdediger van het stedelijk erfgoed.

Het moet gezegd. Na de kaalslag van de jaren zestig in historisch Antwerpen is Cools erin geslaagd een aantal gebouwen en stadsgezichten voor hetzelfde lot te behoeden. Zonder hem was het Centraal Station waarschijnlijk met de grond gelijk gemaakt en hadden we ook geen Bourlaschouwburg meer gehad.

Het is een strijd die Cools tot op vandaag blijft strijden en graag deelt met iedereen die het horen wil. We zijn het lang niet altijd met hem eens. Cools’ bezwaren tegen de sluiting van een aantal Antwerpse musea en zijn bedenkingen over het Museum aan de Stroom zijn niet de onze. Als het toekomstige museum op het Eilandje de beloften waarmaakt, is Antwerpen een nieuw icoon rijker. En als afgedankte musea zoals het Scheepvaartmuseum in het Steen een nieuwe en waardige invulling krijgen, is dat evenmin een stap achteruit. Tot nader order is er geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet zal gebeuren.

Maar de bekommernis van Bob Cools over de toekomst van het historisch erfgoed in Antwerpen delen we wel. En wij niet alleen. Steeds meer mensen laten zich horen als de ziel van deze stad op de discussietafel ligt.

Bewoners verenigen zich als ze vermoeden dat een gebouw of een plek van enige waarde van aangezicht zal veranderen. Soms doen ze dat te vroeg, te fel en bij momenten ook wel eens ten onrechte. Niet zelden tot ergernis van het stadsbestuur. Maar dat mag geen bezwaar zijn. Een slim evenwicht tussen behouden wat goed is en vernieuwen waar nodig, bepaalt of een stad over enkele tientallen jaren nog steeds de moeite waard is om in te leven of om te bezoeken. Dat de Antwerpenaren zelf dat evenwicht mee bewaken en aan de alarmbel trekken als ze dat nodig vinden, houdt dit stadsbestuur alert.

Door Patrick Van de Perre

MEEST RECENT