Deurne-gevoel maakt ons wijzer

Print
Het districtsbestuur van Deurne heeft gisteren de resultaten bekendgemaakt van een onderzoek door de UA naar het zogenaamde Deurne-gevoel. Zweren de inwoners van Deurne anno 2010 nog steeds bij hun eigen Turninum, of zijn ze rasechte Antwerpenaars geworden?
En wat vinden ze van de manier waarop het bestuur van hun district is georganiseerd?

Het verhaal van Deurne blijft toch een beetje bizar. Met zijn 70.000 inwoners is het in feite een middelgrote stad, qua omvang te vergelijken met Hasselt, Sint-Niklaas en Oostende. Maar de fusie in 1983 degradeerde Deurne tot ongeveer 15 procent van de bevolking van de stad Antwerpen. In 2001 kreeg het net als alle andere districten een eigen verkozen bestuur, als doekje voor het bloeden. Maar in wezen zijn toch vooral Patrick Janssens en zijn collega’s op ’t Schoon Verdiep de baas.

Zevenentwintig jaar na de fusie blijkt dat nog slechts 15 procent van de inwoners van Deurne zich vooral Deurnenaar voelt, de rest is min of meer door de stad geabsorbeerd. De authentieke Deurnenaar sterft geleidelijk uit. Echt ontevreden met de gang van zaken is Deurne blijkbaar niet. Het stelt wel meer vertrouwen in zijn districtsbestuur dan in ’t Schoon Verdiep, om nog maar te zwijgen van de politiek in het algemeen. Waarmee de stelling bewezen lijkt dat hoe dichter een bestuur bij de burger staat, des te meer vertrouwen het geniet. Die wetenschappelijke vaststelling kunnen districtsvoorzitter Frank Geudens (sp.a) en al zijn collega’s mooi in hun zak steken.

Uit de UA-studie distilleren we ook nog een ander fenomeen: de stad breidt zich uit als een olievlek. In het oosten en zuiden van Deurne heeft de bevolking nog een profiel dat lijkt op dat van de naburige groene rand: meer actieven met een hoger gemiddeld inkomen en minder kansarmen, krotwoningen en leegstand. Maar Deurne-Noord heeft inmiddels al een zeer stedelijk karakter, inclusief alle typische stedelijke problemen.

Wat moeten we nu met alle inzichten die dit onderzoek ons verschaft? Niet zo veel, lijkt me, want er wordt vooral bevestigd wat we gevoelsmatig al wisten. Eens te meer blijkt dat de districtsbesturen wel degelijk zin hebben. Je kan een stad met bijna een half miljoen inwoners niet alleen runnen op de Grote Markt. Maar de hamvraag blijft hoeveel autonomie de districten zouden moeten krijgen, en hoeveel financiële middelen om hun lokale projecten te realiseren.

Door Lex Moolenaar

Nu in het nieuws