Economische realiteit bepaalt mee studiekeuze

Als het over onderwijs gaat blijft Vlaanderen tot de beste leerlingen van de Europese klas behoren. We besteden er ook enorm veel inspanningen en financiële middelen aan. Het afgelopen jaar hapte de hele onderwijssector met ruim 9,8 miljard euro, meer dan een derde, de grootste brok weg uit de Vlaamse begroting. Logisch, want het Vlaams onderwijs telt globaal 1,27 miljoen leerlingen en studenten.

Gva.be

Wie zich zonder diploma’s en kwalificaties op de steeds veeleisender arbeidsmarkt begeeft krijgt het almaar moeilijker om een job te vinden. Toch neemt de scholingsgraad in Vlaanderen beduidend toe. Zo’n tien jaar geleden was nog 46% van de 24- tot 65-jarigen laaggeschoold. In 2006 ging het nog om één op de drie. Bovendien gaat het aandeel van de diploma’s hoger onderwijs voortdurend de hoogte in, van 23% in 1996 tot ruim 32% nu.

Met deze cijfers behoort Vlaanderen tot de Europese top, want we halen met brio de Europese Lissabonnorm inzake onderwijsdoelstellingen. Uit de voorlopige cijfers over het aantal inschrijvingen aan de UA, de UGent en de VUB blijkt dat ook volgend academiejaar meer jongeren de stap naar een universiopleiding zetten. Ongetwijfeld volgen de hogescholen deze trend, zoals dat de voorbije jaren het geval was.

Een verheugende vaststelling is dat meer eerstejaars kiezen voor de wetenschappelijke richtingen. Zelfs de interesse voor wiskunde zit in de lift. Werkgevers- en sectororganisaties schreeuwen steeds luider om wetenschappers en kennelijk is deze roep niet in dovemansoren gevallen. De economische realiteit is mee bepalend voor de studiekeuze. Een keuze voor relatieve zekerheid. Als ingenieur of bioloog zal je in deze tijden makkelijker een job vinden dan bijvoorbeeld als archeoloog.

De toegankelijkheid van het hoger onderwijs is terecht een van de speerpunten in het Vlaams regeerakkoord. Maar het secundair onderwijs blijft met een pijnpunt worstelen, het watervalsysteem waarbij ouders hun kind in een moeilijker richting stuwen “want het kan altijd zakken als het niet lukt”. Vaak met desastreuze gevolgen voor de jongere die op de duur niet meer weet welke richting hij/zij uit moet. Of beter, wat hem/haar uiteindelijk nog overblijft.

De nieuwe structuur in het secundair onderwijs moet dat probleem helpen oplossen. Hopelijk werkt die en gaan minder talenten verloren.

door Dirk CASTREL