Di Rupo I moet op zoek naar tweede adem

Print
Mijn regering is in grote vorm”, verklaarde eerste minister Elio Di Rupo gisteren na afloop van de laatste ministerraad van 2012. Wanneer niemand met bloemetjes gooit, dan kun je dat maar beter zélf doen, moet hij gedacht hebben.
p>De premier legt er de nadruk op dat zijn ploeg “beslist”, ook al bestaat ze dan uit zes erg verschillende politieke partijen. Dat vergemakkelijkt de zaken niet. Tripartites hebben tot nu toe nooit hoge toppen geschoren.

Heeft Di Rupo gelijk? Vormt zijn sextet een uitzondering op de algemene regel?

In het begin van de legislatuur zeker wel. Di Rupo I nam een vliegende start. Ze wou tonen dat regeren zonder Bart De Wever ook mogelijk was. De anti-N-VA-gevoelens waren het cement tussen de coalitiepartijen.

De begroting, pensioenen, werkloosheid, energie, B-H-V: het ging allemaal razendsnel. Dat door de grote haast hier en daar een slordigheid in de wetgeving sloop, moesten we er maar bijnemen.

Na de zomer stokte het tempo echter danig. De gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober zorgden voor een collectieve spierverlamming. De begrotingsbesprekingen werden met meer dan een maand vertraging afgesloten.

De regering-Di Rupo moet op zoek naar haar tweede adem. In het bijzonder enkele ministers. Steven Vanackere bijvoorbeeld maakt er geen geheim van dat hij moe is. Volgens eensluidende geruchten is hij zelfs “het” moe en zou hij graag een andere job hebben.

Politici hebben een zwaar, hectisch leven. Maar medelijden is overbodig en zelfs ongepast. Ze hebben er vrijwillig voor gekozen. Elke vier of vijf jaar prijken hun gezichten op levensgrote affiches en proberen ze ons met alle mogelijke en onmogelijke beloftes te verleiden om hen toch maar naar de hoogste posten te duwen. Noblesse oblige.

Bovendien maken ze het zichzelf moeilijker dan noodzakelijk. Wat efficiënter vergaderen, wat beter plannen en spreiden zou het leven al wat lichter maken. En hun beslissingen wellicht beter. Ze kunnen dat. Zij bepalen hun agenda en hun ritme helemaal zelf. Hoeveel Belgen kunnen dat zeggen?

Moraal van het verhaal: er zijn geen excuses. Di Rupo I kan en moet hoe dan ook dringend een tandje bijsteken.

Door Paul Geudens

MEEST RECENT