Een deel van het Mobiel Psychiatrisch Team 15 24. © Dirk Kerstens

ZNA start met psychiatrische zorg aan huis voor jongeren tussen 15 en 24 jaar: “Continuïteit van zorg is op die leeftijd cruciaal”

Antwerpen -

Te veel jongeren die nood hebben aan psychiatrische zorg dreigen uit de zorg te verdwijnen door de gapende kloof tussen de jeugdpsychiatrie en de volwassenenpsychiatrie. Om de broodnodige continuïteit aan zorg te verzekeren, heeft Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA) het ‘Mobiel Psychiatrisch Team 15 24’ opgericht. Dat team geeft jongeren van 15 tot en met 24 jaar psychiatrische ondersteuning bij hen thuis. Een primeur voor Vlaanderen.

Elien Van Wynsberghe

“75% van alle pathologieën begint voor de leeftijd van 24 jaar”, legt psychiater Kirsten Catthoor van ZNA Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg uit. “Dat maakt dat continuïteit van zorg tussen de beginnende adolescentie en volwassenheid cruciaal is. Bovendien is het zo dat hoe sneller je behandelt, hoe beter de prognose. Het is enorm schadelijk om op de leeftijd van 18 jaar te zeggen: hier stopt het. Dat is een zeer destabiliserend moment.”

Toch is dat vandaag vaak de realiteit. “Dat komt omdat de overgang tussen kinder-/jeugdpsychiatrie en volwassenenpsychiatrie slecht geregeld is. Het gaat om twee aparte behandelcircuits die op totaal andere manieren werken. En tot op heden zijn er geen handvaten om de overgang van het ene naar het andere circuit te verbeteren. Dat is al lang een pijnpunt”, aldus Catthoor.

Want een op de vier minderjarigen (25%) in zorg heeft later nood aan volwassenenpsychiatrie. Bij slechts een op de twintig (5%) onder hen verloopt die zorgtransfer goed. Met de oprichting van het ‘Mobiel Psychiatrisch Team 15 24’ probeert ZNA de kloof tussen beide circuits zelf te dichten.

Minder ontwrichtend

Het mobiele team zoekt de jongeren wekelijks thuis op. Een aanpak die minder ontwrichtend werkt dan een opname in het ziekenhuis. Want bij een ziekenhuisopname wordt het dagelijkse leven gepauzeerd.

Tot de doelgroep van het team behoren jongeren bij wie vaak sprake is van een ontwrichte ontwikkeling. Ze hebben een psychische kwetsbaarheid en ervaren hierdoor op verschillende levensdomeinen ernstige problemen. Maar omdat ze niet op wachtlijsten staan, blijven ze verstoken van zorg.

Psychiater Kirsten Catthoor: “75% van alle pathologieën begint voor de leeftijd van 24 jaar. Dat maakt dat continuïteit van zorg tussen de beginnende adolescentie en volwassenheid cruciaal is.” © Dirk Kerstens

Momenteel bestaat het mobiele team, dat sinds deze zomer operatief is, uit negen medewerkers. Er staan nog een aantal vacatures open. Op volle sterkte -met vijftien medewerkers- kan het team 120 patiënten tegelijk behandelen.

Op termijn wordt er gemikt op 5.000 huisbezoeken per jaar. En dat binnen het arrondissement Antwerpen, dat reikt van Essen tot Rumst en van Zwijndrecht tot Malle. “We proberen zo veel mogelijk bezoeken met de fiets, de deelwagen of het openbaar vervoer te doen”, zeggen coördinator Luiza Badasyan en therapeutisch coördinator Bieke De Wilde.

Welke meerwaarde zij ervaren door de jongeren thuis te kunnen opzoeken? “We leren hen in hun natuurlijke omgeving kennen. Daardoor hebben we meteen een zicht op de dynamieken die zich daar afspelen. We krijgen ook sneller een zicht op de noden van de jongere in kwestie. En de jongeren zelf zijn op hun beurt toch meer zichzelf in hun vertrouwde omgeving. We kunnen meer op maat werken dan dat dit het geval is binnen de context van een ziekenhuis”

Lage drempel

Het behandelingstraject is er een op lange termijn. “Meestal gaan we één keer per week langs. Indien nodig, kan dat worden opgeschaald. Ons team is ook altijd bereikbaar via Whatsapp.”

De jongeren worden veelal aangemeld door een betrokken hulpverlener. Al kan de aanmelding ook gebeuren door familie, de school of door de jongere zelf. “De drempel daartoe is heel laag.”

En dan valt een traject doorgaans op te delen in drie fases. “In eerste instantie draait het om het ‘aanhaken’. Veel jongeren hebben er moeite mee om zorg toe te laten. Door aan huis te komen, kunnen we hen de tijd gunnen om ons in vertrouwen te nemen.”

Een tweede fase bestaat uit de behandeling zelf. “Dat gaat van het voeren van gesprekken tot ‘wat heb je nodig om verder te kunnen in het leven’. Denk aan: naar school gaan, werk vinden of doorstromen naar de volwassenenpsychiatrie.”

Een laatste fase is de nazorg. “Dit thuistraject is een langdurig traject met als einddoel maatschappelijk herstel.”

Jitte Oelbrandt: “Thuis voel ik me comfortabeler om over moeilijke dingen te praten”

Jitte Oelbrandt. © Dirk Kerstens

Jitte Oelbrandt (22) uit Deurne is een van de jongeren die door het ‘Mobiel Psychiatrisch Team 15 24’ wordt opgevolgd. Ze heeft er al een lange weg in de hulpverlening opzitten.

“Op mijn vijftiende ben ik begeleiding beginnen volgen bij Tejo (een gratis therapeutische organisatie voor jongeren, red.)”, vertelt ze. “Daar kon ik tien beurten terecht. Later, tijdens corona, ben ik naar een eerstelijnspsycholoog gegaan via mijn huisarts. Omdat het corona was, verliepen die sessies per telefoon.” Nadien viel de zorg even stil. Tot vorig jaar.

“Toen ben ik in opname gegaan. Gedurende 3,5 maand. Ik studeer voor leerkracht lager onderwijs en ervaarde ontzettend veel stress. Op een bepaald moment ben ik ingestort. Ik kampte al een lange tijd met negatieve gedachten en die ontweek ik door me op mijn studies te storten. Maar dat hield ik niet langer vol.”

Die opname in het ziekenhuis was nodig, weet ze. “Maar na een tijd wilde ik mijn studies graag voortzetten. We hebben toen gekeken wat het beste zou zijn voor mij. Sindsdien komt er elke week een vaste begeleider van het mobiele team bij me langs.”

Prikkels

Dat die begeleiding thuis doorgaat, ervaart ze als erg positief. “Zeker in het begin was het voor mij te zwaar om me te verplaatsen. Op het openbaar vervoer kreeg ik bijvoorbeeld te veel prikkels binnen. Doordat de begeleiding thuis kon doorgaan, viel er een grote drempel weg”, vertelt ze. “Ik voel mezelf thuis ook veel comfortabeler om over moeilijke dingen te praten. Je moet niet meer wennen aan de omgeving, enkel aan de persoon tegenover je.”

Ondertussen is ze weer begonnen met school, maar de begeleiding loopt nog steeds. “Ik heb een aangepast traject gekregen op school en met mijn begeleider bekijk ik de moeilijkheden die ik ervaar. Zoals mijn onzekerheid. Daar werken we dan op voort. Ik heb deze begeleiding nodig. Want op sommige momenten heb ik het nog moeilijk. Bijvoorbeeld rond de feestdagen. Dan lig ik in gevecht met mezelf. Erover praten helpt. Anders kom ik vast te zitten in mijn hoofd.”

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Aangeboden door onze partners

MEER OVER