© Jeroen Hanselaer

DE WEEK VAN ELIEN. “Laat ons hopen dat de job van onze jeugdwerkers niet op de helling komt te staan”

Antwerpen -

Elke zaterdag blikt een stadsreporter terug op de gebeurtenissen van de voorbije week.

Elien Van Wynsberghe

De Belgen liggen eruit. Boehoe. Hoewel het er zat aan te komen, blijft het een domper op een WK dat eigenlijk an sich al één grote flop was. En waar ik totaal niet toeleefde naar het wereldkampioenschap, schaarde ik me uiteindelijk toch als trouwe Duivelsfan achter onze ploeg en heb ik, zoals iedereen die dat ook deed, m’n kas opgefret van het begin tot het einde. Of toch tot het bijna-einde. Konden ze met dat voetbal van die laatste helft niet wat vroeger op de proppen komen? Hallo?

Maar oké, we liggen eruit, ik leg me erbij neer. De teerling is geworpen (of zoals onze burgemeester zou zeggen: alea jacta est).

Marokko daarentegen is door. Zo door als het maar zijn kan. Boem, paukenslag. Feest! Het is hen gegund. Ze stuurden ons van het kastje naar de muur afgelopen zondag. En dus worden de Belgische vlaggen naar binnen gehesen en wapperen de Marokkaanse wel nog vol trots. In de straten rondom de Turnhoutsebaan weerklonk donderdag opnieuw getoeter en muziek van zodra het laatste fluitsignaal op het veld gegeven was.

Ik moest rond die tijd op het Moorkensplein zijn en hoorde het langs alle kanten. Zelf was ik nog wat aan het mokken om het verlies van de Duivels, maar hé, een uitgelaten sfeer en blije gezichten, daar kan je niets op tegen hebben.

Alleen kon het niet gezellig blijven. Hoe jammer. Hoe idioot. En dan vooral voor al diegenen die zo vaak geconfronteerd worden met vooroordelen en discriminatie en daartegen moeten vechten. Op school, op de woningmarkt, tijdens de zoektocht naar een job.

Want beelden als die van afgelopen donderdag en zondag op de Turnhoutsebaan en op het Kiel bereiken zo veel mensen. Die enkele amokmakers zetten de deur wagenwijd open voor een verse lading bagger ten koste van een hele gemeenschap. Het zou niet mogen, maar het is wel een feit.

En dan vind ik het triest en mooi tegelijk hoe tientallen jeugdwerkers, opbouwwerkers en buurtvaders zich letterlijk in de strijd gooiden om de gemoederen te bedaren. Ze plaatsten zich tussen politie en jongeren om de agenten te beschermen. Doofden hier en daar – opnieuw letterlijk – het vuur en gingen in gesprek met de heethoofden die de overwinning van Marokko aangrepen om rel te schoppen.

“We zijn in onze buurt bekende gezichten”, zegt een van hen de dag nadien. “De jongeren zien ons dagelijks in de straten. We zijn ook steeds aanwezig op evenementen in de buurt. Als jongeren zich dreigen te misdragen, dan spelen we in op hun emoties. We verwijzen naar de gevolgen voor hun ouders.” Voor hun plezier doen ze dit natuurlijk niet. “Maar uiteindelijk doe je dit voor de jongeren en voor de buurt, die ook mijn buurt is.”

Het toont nog maar eens aan hoe onmisbaar jeugdwerkers en opbouwwerkers zijn in onze stad. Zeker in wijken waar zo veel jongeren wonen. Het is maar zeer te hopen dat hun job niet op de helling komt te staan door de besparingen van het stadsbestuur die ook het professioneel jeugdwerk dreigen te treffen.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Aangeboden door onze partners

MEER OVER De Week van