Marc De Maeseneer bij een kerksteen van edelman Jan van Berchem, met centraal zijn wapenschild. ©  kma

“Wie binnen de kerk begraven wou worden, moest minstens dubbel zo veel betalen”

Halle-Zoersel -

In de inkomhal van de Sint-Martinuskerk van Halle-Zoersel ligt een merkwaardige oude grafsteen met een soort kousenvoet als afbeelding, waarbij je de vijf tenen kan tellen. Van een schoenmaker? Nee, van de toen vooraanstaande familie Bervoets, “berrevoets”, vandaar die blote voet. Het is maar een van de weetjes uit het nieuw boek Grafstenen, het onderliggend verhaal van Marc De Maeseneer.

Kristin Matthyssen

Het onderliggend verhaal als subtitel is wel goedgekozen, want Marc De Maeseneer graaft naar de personen onder/achter de grafstenen die tussen 1503 en 1815 in de kerk van Halle werden begraven. Nadien mocht het niet meer, al is pastoor Hanegraeff in 1815 wel nog binnen de kerkmuren begraven, zeer kortstondig in de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden toen het in Nederland wel nog mocht. Wie denkt dat er nog skeletten onder de kerkstenen liggen: in 1912 bij de verbouwing tot de huidige nieuwe kerk werden alle nog aanwezige grafstenen die eerst meer vooraan tegen het altaar lagen uitgebroken en verlegd, allemaal naar de achterzijde. Geraamtes liggen er dus niet meer onder, en als er nog een knokkeltje ligt, dan zeker niet meer onder de juiste steen.

De merkwaardige grafsteen van de familie Bervoets, met de blote voet erbij. ©  kma

Hoe Marc De Maeseneer erbij kwam om een boek te schrijven over de grafstenen in de kerk? “Normaal had het parochieteam van Sint-Martinus een tentoonstelling willen organiseren in november 2021 rond het feest van patroonheilige Martinus. Maar door de coronabeperkingen ging dat niet door. Tijdens de expo wilden we ook iets met die grafstenen doen. Vermits ik toch tijd had in die hele coronaperiode toen alles stillag, ben ik beginnen snuisteren wie er binnen de muren van het toenmalig kerkgebouw begraven werd. Ik heb er uiteindelijk 105 kunnen documenteren tussen 1503 en 1815. Op een gegeven moment moeten er zo’n 30 grafstenen in de kerk hebben gelegen. Dat is al een soort tegelvloer op zich. Momenteel liggen er nog zeventien.”

Een steen van een pastoor, te herkennen aan kerk en hostie, en zijn moeder. ©  kma

Marc gebruikte drie bronnen, waaronder het boek van de voormalige koster Juul Wouters van de jaren zeventig van vorige eeuw en het manuaal van pastoor Henricus Smets die tussen 1840 en 1860 heel wat opzoekingen deed over Halle. Hij doorploegde ook alle overlijdensregisters van de zeventiende en achttiende eeuw. Dat gaat om 2.000 begrafenissen.

De 105 doden wier leven Marc De Maeseneer min of meer kon reconstrueren, zijn niet alleen pastoors, maar ook een pastoorsmoeder, een zeer vrome vrouw, een edelman zoals Jan van Berchem en de betere families van Halle. Eén zerk ligt zelfs helemaal verborgen onder een kast nu. Het gaat om de steen van een pastoor die in 1625 aan de pest is gestorven in Halle.

Marc De Maeseneer en zijn boek. ©  kma

“Het is wel interessant dat je op die manier overledenen kan linken aan tijdsvakken en gebeurtenissen. Dat is ook wat ik tijdens mijn voordracht in de kerk wil doen”, zegt Marc.

Religieuze redenen

Waarom iemand vroeger in de kerk begraven wou worden? “In het begin primeerden zeker de religieuze redenen”, zegt De Maeseneer. “We weten dat mensen ook zo dicht mogelijk bij de kerkhofmuur begraven wilden worden. De begraafplaats was nog rond de kerk. Het kostte wel iets om binnen de kerkmuren begraven te worden. In het begin 2 gulden en acht stuivers, dubbel zo veel als op het kerkhof, maar op het einde al 12 gulden, en zelfs 48 gulden in het hoogkoor. Dat was vooral een voorrecht voor de pastoors.”

De concessie van de familie d’Udekem d’Acoz op de begraafplaats in Halle. ©  kma

De zerken van de familie d’Udekem d’Acoz. ©  kma

Een d’Udekem d’Acoz is nooit binnen de kerkmuren begraven, want die familiesteen buiten aan de kerk van Halle is van na 1815. Op de begraafplaats van Halle heeft de familie van onze koningin Mathilde wel nog steeds een eigen grafperk met zeven zerken.

De steen van de familie d’Udekem d’Acoz-du Bois de Vroylande aan de kerkmuur in Halle, aan de kant waar de auto’s parkeren. ©  kma

d’Udekem d’Acoz

Charles du Bois de Vroylande, verwant dus met d’Udekem d’Acoz, kocht de Heerlijkheid Halle in 1859 en was er burgemeester tussen 1862 en 1876. Hij woonde op het kasteel Hallehof, het oude dan, want het huidig kasteel werd begin vorige eeuw pas gebouwd.

Als we naar de graven van d‘Udekem d’Acoz gaan kijken, blijken er nog vrij recente te liggen, zoals van Marie d’Udekem d’Acoz (overleden 1977) en baron Baudouin d’Udekem d’Acoz (overleden 1968). Maar niemand in Halle die rond 1 november onze koningin er al eens een pot chrysanten heeft zien zetten.

De historie van de d’Udekem d’Acoz staat los van de stenen die Marc De Maeseneer binnen in de kerk heeft onderzocht. Wie meer over die stenen wil leren, kan naar de Sint-Martinuskerk op woensdag 9 november om 19.30 uur, donderdag 10 november om 14.30 uur en vrijdag 11 november om 19.30 uur. Vooraf aanmelden via mail st.martinus.zoersel@parochies.kerknet.be of ingesproken op telefoonnummer 03-383.09.56. De voorstelling duurt zo’n twee uur. Het boek kan voor 20 euro besteld worden, bij de leden van het parochieteam of bij de Heemkundige Kring Zoersel, Schoolstraat 9, op donderdagavonden van 20 tot 22 uur, tijdens de bezoekuren op de derde zondagen van de maand van 10 tot 17 uur en op het mailadres heemkundige.kring@zoersel.be.

Aangeboden door onze partners

Meest gelezen

Vastgoed

Jobs in de regio