Stan Dewulf vertrekt in Wollongong voor een rondje op training. ©  BELGA

Werkmier Stan Dewulf helemaal klaar om zich op te offeren voor Van Aert of Evenepoel: “Wout, Remco, Laporte, Pogacar en Matthews, volgens mij staan er daar altijd twee van op het podium”

Stan Dewulf (24) is niet de renner die de ene krantenkop na de andere haalt of continu in beeld rijdt, maar bondscoach Sven Vanthourenhout gaf hem de voorkeur op Dylan Teuns, die dit jaar een klassieker won. Hij was misschien wel de minst verwachte naam in het rijtje, maar Dewulf heeft zijn waarde en is vooral bereid om zich helemaal weg te cijferen voor de Belgische kopmannen. “Om wereldkampioen te worden heb je elk puzzelstuk nodig. Eender welk stukje ik moet zijn, ik zal mijn best doen.”

Stijn Joris

Jouw naam stond vooraf niet bepaald in steen gebeiteld in de Belgische selectie. Heb je nog aan je aanloop moeten sleutelen in de laatste weken?

“Samen met mijn trainer hebben we nog wel enkele aanpassingen doorgevoerd. Zo reed ik alsnog de Canadese koersen, ben ik iets specifieker gaan trainen met het oog op de hellingen die in het WK-parcours zit en ik heb wel wat meer uren gemaakt. Een WK is langer dan een Belgische wedstrijd van 190 of 200 km natuurlijk. Ik heb iets meer fond, dat is nodig. Lichte wijzigingen in mijn trainingsprogramma, maar geen ingrijpende dingen.”

Sven Vanthourenhout noemde je bij de onthulling van de selectie één van de meest onderschatte renners van het peloton waar veel teams een oogje op hebben. Mooie woorden. Ben je het daarmee eens?

“Goh, ik heb vaak in dienst van gereden en dan is het moeilijk om zelf je stempel te drukken. Ik heb veel gewerkt voor O’Connor en Paret-Peintre, maar dat zo iemand makkelijk in jouw wiel zit en je hem vlot naar voor brengt of vanop de derde rij drie uur voor hem in de wind rijdt, dat ziet alleen het peloton natuurlijk. Ik ben wel iemand die kan duwen en trekken, maar dat komt niet vaak in beeld. Bovendien gebeurt het ook dat mijn werk erop zit als de tv-uitzending begint. Daarom is het een mooi compliment van Sven en ik kan me daar wel in vinden. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Als ze van mij iets vragen, gooi ik er niet zomaar met mijn klak naar. Dat wordt geapprecieerd.”

Ga je opnieuw als de chaperon van Evenepoel uitgespeeld worden zoals vorig jaar op het EK in Trento?

“Dat is nog te bespreken, maar ik hou daar wel rekening mee. Ik heb er geen probleem mee om me 120 procent te smijten voor iemand anders. Op dat EK heb ik dat al bewezen door erg lang bij Remco te kunnen blijven en ik denk dat ik daar nu grotendeels mijn selectie aan te danken heb. Anderzijds kan het ook zomaar dat Sven me vraagt om de vlucht te controleren in de eerste drie uur van de wedstrijd. We zullen elk puzzelstuk nodig hebben om collectief iets moois neer te zetten. Eender welk puzzelstukje ik moet zijn, ik zal mijn best doen.”

Je lijkt erg verheugd met je selectie. Zie je dit als een nieuwe mijlpaal?

“Dit jaar reed ik mijn eerste Tour en nu het WK. Dat kan een springplank hogerop zijn. Hopelijk kan ik volgend jaar nog een stapje zetten. Ik kwam nog niet echt in de buurt van een grote zege, maar dat is ook niet altijd makkelijk in mijn rol. Het zou voor mij hoe dan ook een hele eer zijn om deel uit te maken van het team dat een wereldkampioen levert. Met twee sterke kopmannen zitten we in een bevoorrechte positie om dat waar te maken. Ik had het er nog over met Benoit (Cosnefroy red.). Hij was er vorig jaar bij toen Alaphilippe het voor de Fransen klaarspeelde. Hij zei me dat dat een heel speciaal gevoel was. Een extra motivatie.”

Een koers met 4.000 hoogtemeters. Wanneer is daarin doorgaans jouw rol uitgespeeld?

“Moeilijk te zeggen. Als ik drie uur lang op kop moet rijden, dan ga ik het niet tot de finale uitzingen. De inspanning op zich ligt me wel. Een klim van 1,1 km is iets wat ik zeker moet aankunnen, ik sleep niet veel gewicht mee omdat ik eerder klein ben, maar wel geblokt, een klassiek renner zeg maar. Ik zeg niet dat ik er op de laatste helling van de dag nog ga bij zitten, maar de voorlaatste, dat moet kunnen.”

Je geeft duidelijk aan dat je jezelf helemaal wil wegcijferen voor het team. Betekent dit dan dat je definitief voor een rol als knecht wil gaan en bereid bent eigen ambities aan de kant te schuiven?

“Neen, ik vind het leuk om in A-koersen mannen als Greg, Benoit of Oli te ondersteunen binnen de ploeg. Dat zijn allemaal supertoffe kerels die heel down to earth en respectvol zijn. Van mij verwacht de ploeg veeleer resultaten in kleinere koersen. Dat werkt wel goed, zo kan ik in de grote koersen zonder druk rijden en langzaam doorgroeien tot ik daarin zelf ook een rol kan gaan spelen. Als je me vraagt waar ik over drie jaar zou willen staan, dan hoop ik tegen die tijd toch nog wel een paar keer mijn armen in de lucht gegooid te hebben en stilaan deel uit te maken van de A-ploeg bij AG2R. Eens voor een resultaat mogen rijden in een koers zoals de Omloop Het Nieuwsblad bijvoorbeeld.”

Een koers aanvatten met twee kopmannen, maakt het dat tactisch meer of minder eenvoudig?

“We zijn het bijna aan het status van Remco en Wout verplicht om met twee kopmannen van start te gaan. Het is gewoon een kwestie van duidelijke afspraken te maken. Daar kan je niet omheen. Remco is intussen veel kalmer, dat heeft iedereen in de Vuelta kunnen zien. Je moet je dat ook maar eens inbeelden, om als 20-jarige in zo’n circus gesmeten te worden. Ik denk niet dat er veel daarvoor gemaakt zijn. De babyfoutjes zijn er nu wel uit, hij pakt het allemaal op een volwassen manier aan. Ik denk dat we samen met hem en Wout erbij met een plan aan de start zullen staan waarmee we een goede kans maken om wereldkampioen te worden.”

Uit welke hoek verwacht jij het meeste tegenstand?

“Ik hou rekening met Laporte, Pogacar heeft hier ook naartoe gewerkt en hij is natuurlijk een steengoede coureur op elk terrein. Matthews rijdt thuis. Doe daar Remco en Wout nog bij en ik denk dat ik twee van de drie man heb genoemd die zondag op het podium gaan staan of ik zal er op zijn minst toch dichtbij zijn.”

Vastgoed

Jobs in de regio