Schrijver Maurice Gilliams in 1968. ©  Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis

Biografe Annette Portegies in het Elzenveld bij het standbeeld van Maurice Gilliams, dat op privéterrein staat en nog moeilijk bereikbaar is voor het grote publiek.  ©  RR

1 / 2
thumbnail: Schrijver Maurice Gilliams in 1968. 
thumbnail: Biografe Annette Portegies in het Elzenveld bij het standbeeld van Maurice Gilliams, dat op privéterrein staat en nog moeilijk bereikbaar is voor het grote publiek.  

Standbeeld Maurice Gilliams staat achter slot in hoteltuin Elzenveld: “Verhuis de schrijver naar den Botaniek”

‘De onrust schenkt vleugels aan de verbeelding’ staat er op de sokkel van het standbeeld van Maurice Gilliams (1900-1982) in het Elzenveld. Veertig jaar na zijn dood wordt de veelgeprezen Antwerpse schrijver bedacht met een bloemlezing en een biografie. Maar dat prachtige beeld van hem, dat is voorlopig nog amper te bezichtigen. Tenzij voor hotelgasten van Botanic Sanctuary Antwerp.

Ilse Dewever

Misschien stond Elias of het gevecht met de nachtegalen (1936) nog op uw leeslijst, of Winter te Antwerpen (1953)? Naast een handvol poëziebundels heeft Maurice Gilliams niet veel proza geschreven, maar dat kleine oeuvre leverde hem wel de Prijs der Nederlandse Letteren op. Daarnaast had deze Antwerpenaar een erg kleurrijke levenswandel. Zo leert Een binnenplaats met gras, een nieuwe bloemlezing van zijn werk door Leen Huet, maar vooral ook Weerspiegeld in een waterglas. Aan deze biografie werkte Annette Portegies twintig jaar. Werkzaam als uitgever bij Querido in Amsterdam verbleef de Nederlandse langere periodes in Antwerpen om in het Letterenhuis Gilliams’ immense archief uit te pluizen. “Ik had nooit vermoed dat het me zoveel tijd zou kosten om deze schrijver te doorgronden”, vertelt de biografe. “Tot ik besefte hoeveel moeite Gilliams zichzelf had getroost om te begrijpen wie hij was.”

Depressie

Weerspiegeld in een waterglas start in het voor Gilliams symbolische jaar 1938. Zijn debuutroman Elias is net twee jaar uit, hij is nog maar pas in het huwelijksbootje gestapt, maar vecht niettemin in het Stuivenbergziekenhuis tegen een knoert van een depressie en doodsgedachten. Terwijl zijn verpleegster hem wast, vertelt hij haar misschien over het drama van zijn huwelijk dat niet-geconsumeerd bleef of over de dood van zijn moeder. Hij zal het wellicht te vroeg hebben gevonden om haar ook in vertrouwen te nemen over het misbruik dat hij als kind had ervaren op de kostschool in Turnhout en de worsteling met zijn identiteit. Soms was hij verliefd op een vrouw, zo nu en dan ook op een man.

Deze verpleegster, Maria de Raeymaekers, zou haar hele verdere leven voor Gilliams blijven zorgen. Eerst als huurster in zijn ouderlijk huis, en na bijna veertig jaar eindelijk als zijn echtgenote. Want pas in 1976 kon Gilliams zich wettelijk laten scheiden van Gabriëlle Baelemans, zijn eerste vrouw. Maria bleef altijd trouw aan zijn zijde. Ook toen er in de jaren 50 gefluisterd werd dat Gilliams een buitenechtelijk kind had, en zelfs toen hij op zijn tachtigste verliefd werd op de vrouw die hem zijn insulinespuiten bracht.

Portret van Maurice Gilliams in de late jaren 30. ©  Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis

Alweer een verpleegster, Gilliams had het blijkbaar voor zorgzame types. “De vrouwen in zijn leven leken lang een surrogaat voor zijn moeder”, meent Portegies. “Als enig kind was Maurice erg aan haar gehecht. Vanwege zijn zwakke gezondheid hield ze hem vaak in haar buurt, ook als ze eropuit ging om goede werken te doen voor de kerk. Die streng katholieke opvoeding maakte dat Gilliams worstelde met zijn gevoelens voor mannen. Homoseksualiteit en biseksualiteit werden door Rome niet geaccepteerd en waren in zijn tijd zowat onbespreekbaar. Voor veel jongeren van vandaag is het wellicht gemakkelijker om dergelijke thema’s aan te snijden, al valt er natuurlijk nog veel te winnen.”

Verhullend

Daarmee geeft Portegies meteen ook aan hoe actueel Gilliams nog is. Van zijn proza wordt vaak gezegd dat het autobiografisch is, maar dat is te kort door de bocht, meent de biografe. “Ik kwam er al vrij snel achter dat Gilliams niet samenviel met wie hij beschreef te zijn. In Elias, dat terugblikt op Gilliams’ kindertijd, woont het hoofdpersonage in een kasteel. In interviews liet de schrijver ook uitschijnen dat hij opgroeide op een landgoed, terwijl Maurice in werkelijkheid de zoon van een drukker op de Antwerpse Ossenmarkt was. De avonturen die de jonge Elias met zijn neef beleeft op een kasteeldomein, beleefde Maurice als kleine jongen op Sint-Anneke. Zoals zoveel Antwerpenaren, hadden zijn ouders er een lapje grond met een chalet. Toen daar werd ingebroken en de Gilliamsen uitweken naar een buitenhuisje in Edegem, raakte Maurice onder de indruk van de chique optrekjes daar. Het kasteel uit Elias gaat waarschijnlijk terug op het inmiddels verdwenen kasteel Elsdonck.”

Nochtans situeerde Gilliams zijn werk veelal in Antwerpen. Waarom verhulde hij de werkelijkheid dan zo graag? “Door de heersende taboes bleef in de jaren dertig veel ongezegd. Uit schaamte voor plotse onthullingen schreef Gilliams in interviews de antwoorden zelf uit, en paste hij desgevallend ook de vragen aan. Dat hij officieel gehuwd was, maar tegelijk samenwoonde met een andere vrouw, dat heeft Maurice bijvoorbeeld lang verzwegen. In zijn gedachten was hij dan wel zo onconventioneel dat hij dingen deed die in die tijd niet gebruikelijk waren, zo onconventioneel om het daar openlijk over te hebben was hij nu ook weer niet.”

Bibliothecaris

Los van het postuum verschenen Gregoria zou Gilliams na 1950 vrijwel niets meer publiceren, al kreeg hij rond zijn vijftigste en zonder diploma wel zijn eerste echte baan als bibliothecaris in het KMSKA. De laatste twintig jaar van zijn leven sleet de schrijver op een appartement in de Lange Gasthuisstraat. Vlak bij het Sint-Elisabethgasthuis, waar hij in 1982 zou sterven. Achter de kapel van het voormalige gasthuis staat sinds 1997 zijn standbeeld dat Vita Brevis, de stichting die Gilliams’ nalatenschap beheert, bestelde bij de beeldhouwer Rik Poot. Maar sinds het vijfsterrenhotel Botanic Sanctuary Antwerp begin dit jaar dat deel van de tuin van het Elzenveld reserveerde voor hotelgasten, is de bewuste plek nog amper toegankelijk. Alleen met een hotelpas zwaait het poortje ernaartoe open. De stichting Vita Brevis is intussen met de stad Antwerpen in gesprek om na te gaan of het standbeeld elders een plek kan krijgen.

Standbeeld van Maurice Gilliams van de hand van Rik Poot in de afgesloten tuin van het Elzenveld. ©  RR

“Hopelijk kan het beeld in de buurt van de Kruidtuin blijven”, zegt Portegies. “Voor Gilliams en zijn oeuvre is die plek zo belangrijk geweest. Als kind al ging Maurice er regelmatig wandelen. Zoals spreekt uit zijn verhalenbundel Oefentocht in het luchtledige, voerde ‘den Botaniek’ hem wellicht terug naar de magie van de kindertijd. Los daarvan verdient Gilliams’ standbeeld, net als dat van Van Ostaijen of Elsschot, een plek in de stad waar iedereen het kan zien. Maurice is een zoon van Antwerpen, en niet van een chique hotel.”

Weerspiegeld in een waterglas. Maurice Gilliams 1900-1982, Annette Portegies, Athenaeum, 440 pEen binnenplaats met gras, Leen Huet, Athenaeum, 224 p

Aangeboden door onze partners

Meest gelezen

Vastgoed

Jobs in de regio