Carpentier bij De Studio, de voormalige Studio Herman Teirlinck. © Nattida-Jayne Kanyachalao 

Allemaal Antwerpen XL. Peter Carpentier: “Ik leef uit mijn valies, dat is wat ik gewoon ben”

Antwerpen -

Het levensverhaal van Peter Carpentier (65) leest als een trein. Een TGV met haltes over de hele wereld. Terwijl zijn leeftijd bij velen synoniem staat voor ‘uitbollen’, wil de regisseur van beroep niets weten van die boemeltrein genaamd pensioen. Na een eerste, vluchtige ontmoeting eerder dit jaar, spreken we dit keer met hem af op een terras op het Mechelseplein. “Hier speelde zich de belangrijkste dag van mijn leven af: mijn toelatingsexamen bij Studio Herman Teirlinck.”

Elien Van Wynsberghe

“Ik herinner me nog perfect wat ik die dag aanhad”, lacht Carpentier. “Een opgelapte, gescheurde jeans, een wit t-shirt en een oversized pullover, gebreid door mijn moeder. Mijn western-gitaar had ik mee in een koffer. Ik voelde me een boerke uit de Kempen tussen allemaal kinderen uit kunstenaarsgezinnen. We waren met 36. ‘We zien wel’, dacht ik, en ik ben er voluit voor gegaan. Op het einde van de auditiedag schraapte de directeur zijn keel en riep hij de zes namen af van de studenten die aan hun opleiding mochten beginnen. Mijn naam viel als tweede.”

Maar zijn ouders, die waren minder happig op het kunstenaarsbestaan dat Carpentier als jonge student voor ogen had. “Zij vonden dat ik mijn capaciteiten verkwanselde. Ze zagen me liever voor dokter studeren.”

“Ik kom uit een kleinburgerlijke familie waar cultuur geen voorname rol speelde. Mijn vader was een ingenieur. Hij slaagde erin om zich bij General Motors te specialiseren in dieselmotoren. Samen met mijn moeder verhuisde hij naar de States, naar Flint in Michigan. Het is daar, in Michigan, dat ik geboren ben. Ik ben de tweede in een rij van vijf broers die mijn moeder in zes jaar tijd op de wereld zette.”

Staking

Toen hij een jaar oud was, verhuisde het gezin weer naar België. Eerst naar Luchtbal, vervolgens naar Deurne, dan naar Hoogvliet bij Rotterdam waar zijn vader twee jaar voor Chrysler werkte en tot slot naar het Kempense Vosselaar in een huis dat grensde aan de terreinen van Janssen Pharmaceutica. “Want mijn nonkel was getrouwd met de zus van oprichter Paul Janssen.”

Als tiener liep Carpentier school op het Jezuïetencollege in Turnhout. “Een elitaire school. Denk dat jullie de elite zijn en jullie zullen als dusdanig behandeld worden, peperde men ons daar in. Je belandde er in een ratrace om de beste te zijn. Maar het college was wel een plek waar we flink wat cultuur konden opsnuiven. We moesten ook elk jaar een toneel opvoeren. Op een bepaald moment werd ik geselecteerd voor een stuk van Shakespeare, Midzomernachtdroom. Ik kreeg een van de hoofdrollen, die van elfenkoning Oberon. Plots stond ik op een podium. Ik had de smaak meteen te pakken.”

Amateurtoneel

Er volgden rollen bij het plaatselijke amateurtoneel en dan het toelatingsexamen bij Studio Herman Teirlinck eind juni 1974. Het is daar dat zijn wereld openging, vertelt Carpentier. Maar het is ook daar dat hij de theaterwereld vaarwel zei en zijn blik richtte op de filmindustrie.

“Het was 1976. Alfons Goris, zo heette de directeur van Studio Herman Teirlinck op dat moment, voerde een autoritair regime en dat stootte veel studenten waaronder ikzelf tegen de borst. Vier maanden lang gingen we in staking. Een staking die ik mee trok. In diezelfde periode kreeg ik telefoon van het Jeugdfeuilleton met de vraag of ik een rolletje wilde spelen in Circus Rondeau. Ik moest een paar minuten spelen en kreeg daar 3.000 frank voor, genoeg om de huur van mijn kot te betalen. Die nieuwe wereld triggerde mij. Ik voelde ook nattigheid omwille van die staking en dus hield ik de eer aan mezelf. Ik verliet Herman Teirlinck en deed ingangsexamen aan de Filmschool in Amsterdam waar ik tot mijn grote verbazing werd geselecteerd.”

Achter de horizon

“Nieuwsgierigheid is mijn drijfveer in het leven”, vertelt Carpentier. “Wat ligt er achter de horizon? Die vraag stel ik me telkens opnieuw. En staat me dat aan, dan ben ik weg.” Op de filmschool ontdekte hij zijn ware liefde: het regisseren. “Acteren vond ik tof, maar ik wilde mee nadenken. Al tijdens mijn studies werkte ik als productieassistent. En nadien als regieassistent, ook voor Amerikaanse producties. Die Amerikaanse manier van werken stond me ontzettend aan. Daar moet ik heen, dacht ik. En ik begon te sparen tot ik voldoende geld had om in L.A. verder te studeren aan het American Film Institute. Ik was toen 23.”

Carpentier droomde van een carrière als regisseur in de Verenigde Staten. Maar toen legde een staking de hele filmindustrie lam. “Anderhalf jaar duurde die staking. Er was geen job meer te krijgen. Op een bepaald moment verdiende ik mijn geld met het verkopen van dakisolatie over de telefoon.” Niet bepaald de American dream die hij voor ogen had. “Toen ik een aanbod kreeg om mee te werken aan een Duitse film, heb ik geen moment getwijfeld. Ik heb mijn valies gepakt en ben vertrokken.”

Toeristencowboy

In Duitsland bouwde hij zijn carrière als regisseur verder uit. “Ik heb uiteindelijk 25 jaar in

Carpentier’s passie voor acteren en regisseren bracht hem de hele wereld rond. © Nattida-Jayne Kanyachalao

München gewoond, regisseerde onder meer de bekende serie Commissaris Rex en werkte samen met acteurs als Julien Schoenaerts, Rex Harrison, Rod Taylor, Charles Aznavour en Tobias Moretti. Tussen de opdrachten door, reisde ik de wereld af met mijn moto. Tot ik in Namibië zwaar ten val kwam. Dat bracht me weer naar België om te herstellen. Nadien ben ik naar Berlijn verhuisd.”

Vandaag pendelt hij tussen Berlijn en Antwerpen. “Ik ben alleenstaand en leef uit mijn valies. Dat is wat ik gewend ben, al mijn hele leven lang. Ik ben wel getrouwd geweest. Op mijn 30ste. Maar we zaten al in een crisis van zodra we de kerk uitwandelden. In de hoop onze relatie een handje te helpen, vertrokken we met onze rugzak naar de Caraïben. De palmen zullen ons redden, dachten we. In de Dominicaanse Republiek heb ik toen een tijd als toeristencowboy gewerkt. Ik verzorgde dagtours per paard. Maar die onderneming mocht niet baten. Na minder dan een jaar zijn we uit elkaar gegaan. Sindsdien ben ik nooit meer opnieuw getrouwd. Een relatie hebben wanneer je telkens maanden van huis weg bent, dat is heel moeilijk. Als regisseur zie je je team vaker dan je eigen familie. Maar dat is oké. Ik ben altijd meer op mezelf geweest en word niet snel verliefd.”

Ondertussen is Carpentier 65. Maar aan stoppen met werken, denkt hij nog lang niet. “Het is een raar idee dat in dit land sterk leeft: dat je op je 65ste afgeschreven bent. Zo gooi je enorm veel kapitaal, ervaring en kennis weg. En ik moet ook bekennen: een pensioen opbouwen, dat is iets wat ik niet goed geregeld heb. Stoppen zit er dus gewoonweg niet in. Dat is best spannend. Nu werk ik aan een documentaireserie over Dr. Paul Janssen. Seffens duik ik weer de archieven in. En ik heb nog verhalen in mijn hoofd die ik wil vertellen. Nee, aan mijn pensioen denk ik nog lang niet.”

MEER OVER Allemaal Antwerpen

Aangeboden door onze partners

Meest gelezen

Vastgoed

Jobs in de regio