Frans Heymans op schattenjacht op de Vrijdagmarkt. 

Frans Heymans op schattenjacht op de Vrijdagmarkt. ©  Patrick De Roo

 

 ©  Patrick De Roo

1 / 2
thumbnail: Frans Heymans op schattenjacht op de Vrijdagmarkt. 
thumbnail:  

ALLEMAAL ANTWERPEN XL. Met schattenjager Frans Heymans (70) naar de Vrijdagmarkt: “We zijn jagers en verzamelaars, dat is ons oerinstinct”

Antwerpen -

“Zoals een boer naar zijn veld trekt, in de hoop iets te oogsten. Zo trek ik naar de Vrijdagmarkt, al is het maar voor een goed verhaal.” Die twee zinnen vatten zowat het leven van Frans Heymans (70) samen. Een summiere samenvatting weliswaar. Een goed verhaal is mooi, maar het moet ook iets opbrengen. De Antwerpenaar heeft zijn professionele leven opgebouwd op vlooienmarkten overal te lande. Samen met zijn vrouw speurde hij de markten af, op zoek naar verborgen schatten en rariteiten om nadien door te verkopen aan geïnteresseerde kopers.

Jan Stassijns

ALLEMAAL ANTWERPEN XL

Elke weekdag plukken onze reporters en fotografen een toevallige voorbijganger van straat voor een fijn gesprek. Want iedereen heeft een verhaal. En zeker in Antwerpen. Dat doen ze nu al meer dan twee jaar. Sommige ontmoetingen bleven nog lang nazinderen. Omdat die verhalen meer aandacht verdienen, zochten onze reporters deze personen terug op voor een uitgebreide babbel.

 

Frans is intussen met pensioen, maar dat jagen op rariteiten is hij nog lang niet verleerd. Elke week vind je hem nog terug op de Vrijdagmarkt in Antwerpen. Geen week slaat hij over en dat houdt hij zo al meer dan veertig jaar vol. Al is ‘volhouden’ misschien niet het juiste woord in deze, want een echte chineur, zoals hij zichzelf noemt, heeft geen zittend gat.

Begin februari lopen we hem toevallig tegen het lijf in de Hoogstraat, op de terugweg van zijn wekelijkse snuisterronde. Hij vertelt ons het ene verhaal na het andere. Over een Chinees rouwkleed van 500 jaar oud bijvoorbeeld dat hij ‘in den tijd’ van de vuilnisbelt heeft gered en nu staat te pronken in een museum in Peking. Dat gesprekje van een klein halfuur is blijven nazinderen. En dus zoeken we Frans enkele maanden later opnieuw op. We laten ons rondleiden op de Vrijdagmarkt, het rioolputteke van stad, zoals hij het in het eerste gesprek omschreef.

Om 8u ’s morgens staan we aan zijn deur. “Je moet er vroeg bij zijn, zodat je de tijd kan nemen om te zien wat er allemaal is uitgestald”, zegt Frans. “Dit is geen gewone markt. Als particulier kan je er bijvoorbeeld niet verkopen. Dat is weggelegd voor professionelen. Je kan ook niet zomaar kopen wat je aanstaat. Het is wachten tot 10u, wanneer de veiling start. Dan wordt rond het plein een koord gespannen en komt niemand er meer in. Ieder stuk of lot wordt één voor één in de lucht gehouden en dan kan het bieden beginnen. Om 14u moet het plein leeg zijn. Wat niet verkocht geraakt, gaat de vuilkar in. Daarom noemde ik dit ook het rioolputteke van ’t stad. Er is geen enkele verkoopzaal waar nadien de vuilkar komt om de overschot op te halen.”

Bezoekers zijn er al vroeg bij om te kijken wat er allemaal uitgestald staat. Het is pas om 10u dat het bieden kan beginnen.  

Bezoekers zijn er al vroeg bij om te kijken wat er allemaal uitgestald staat. Het is pas om 10u dat het bieden kan beginnen.  ©  Patrick De Roo

De geschiedenis van de Vrijdagmarkt gaat al terug tot in de 16de eeuw. In 1549 verhuisde de markt van oude kleren en meubels van de Grote Markt naar het nieuw aangelegde plein, dat toen de Oude Kleerkopersmerct werd genoemd. Sinds 1585 spreekt men van de Vrijdachsmerct.

“Hier zijn heel wat inboedels verkocht van nalatenschappen en faillissementen”, vertelt Frans. “Vroeger liep de markt van gevel tot gevel en waren er verschillende verkopers. Dat waren mensen die werkten voor notarissen of deurwaarders die voor hen huizen gingen leeghalen na faillissementen of wanneer iemand diep in de schulden zat. Als je spullen hier te koop stonden, dan was dat het laagste dat je kon vallen. Het bracht gewoonlijk niet op wat het zou moeten opbrengen. Maar dat is niet meer. Er staat hier nog maar één verkoper. Er worden nog wel inboedels verkocht, maar dan enkel van overlijdens. Zaken die verbeurd verklaard zijn, worden nu verkocht in het huis van de deurwaarders, in de Drukkerijstraat.”

De Vrijdagmarkt telde jaren geleden meerdere verkopers en lokte veel volk.  

De Vrijdagmarkt telde jaren geleden meerdere verkopers en lokte veel volk.  ©  rr

En zo haalt Frans nog anekdotes aan. Van mensen die er hun geluk kwamen verkopen. Voor 5 Belgische frank kon je zo een zorgeloze toekomst tegemoet. Of de traditie van de oude vrouwtjes die kledij aan de man brachten. “Dat was eigenlijk niet toegelaten, maar werd wel gedoogd”, weet Frans. “Ten beginnen toen ik hier kwam, was hier nog een vaste klik oude, gepensioneerde vrouwen die zakken kleren kochten en verkochten. Ik herinner me zelfs nog dat tussen hen eens een gevecht is uitgebroken. Eén van de vrouwen kocht en verkocht een jas, maar tijdens de verkoop merkte ze dat er een pak geld in één van de zakken zat.”

“Ten beginnen toen ik hier kwam, was hier nog een vaste klik oude, gepensioneerde vrouwen die zakken kleren kocht en verkocht”, zegt Frans Heymans. “Dat was eigenlijk niet toegelaten, maar werd wel gedoogd.” 

“Ten beginnen toen ik hier kwam, was hier nog een vaste klik oude, gepensioneerde vrouwen die zakken kleren kocht en verkocht”, zegt Frans Heymans. “Dat was eigenlijk niet toegelaten, maar werd wel gedoogd.” ©  rr

Zijn eerste kennismaking met de Vrijdagmarkt was toen Frans nog maar een jaar of tien was. “Met de tram kwam ik van Schoten naar de stad”, zegt hij. “Toen al had ik die kriebels. Ik ben altijd een zoeker geweest en dat kwam hier echt tot uiting. Dan liep ik ook alle brocanteurs af om aan de vitrine te loeren. En dat is eigenlijk nooit meer veranderd. Ik heb er uiteindelijk mijn beroep van kunnen maken, samen met mijn vrouw. Het is niet altijd de grootse verdienste geweest. Je hebt geen vast loon. Met alles moet je zorgen dat je er profijt uithaalt en uit de kosten geraakt. De winstmarges zijn vaak minimaal. Ik heb ook zwarte sneeuw gezien. Het is knokken, maar de vrijheid is de grootste winst. En eens je in dat bootje zit, dan blijf je door roeien. Zowel mijn vrouw als ik hadden die geest van vrij te willen zijn. Je moet natuurlijk wel de tendensen kennen van het moment. De kunst is om wat je tegenkomt naar waarde te kunnen schatten. Dat is een gevoel, dat kan je niet benoemen.”

Dat gevoel is Frans nog niet verloren. Aan één van de tafeltjes blijft hij hangen bij enkele schilderijtjes. “Dit is een kopie”, zegt hij stellig. “Maar dit houten paneeltje, dat kan 17de eeuw zijn, al is het duidelijk beschadigd. Er is ook wat aan geprutst, zie ik. Bijgeschilderd. Maar er zijn zeker mensen die hier interesse in hebben. Iedereen vindt hier zijn gerief.”

 

 ©  Patrick De Roo

We snuisteren verder en stoten op een buste van de Russische revolutionair Lenin. Dat zal wel niet in trek zijn, denken we. “Of net wel”, zegt Frans. “Als je ziet hoeveel interesse er is in nazispullen, dan zou dit zowaar iets kunnen opbrengen. Soms moet je ook de gok wagen. Als je een paar keer ‘chance’ hebt, kan je het ver schoppen. Er zijn mensen die hier fortuinen maken. Bij mij is dat nooit echt gelukt in geld. Al heb ik wel spectaculaire dingen in mijn handen gehad, De kunst is om ze ook te verzilveren. Ik heb op de Marché aux Puces, de vlooienmarkt van Brussel, ooit een ongesigneerde tekening gekocht voor 1.000 Belgische frank. Hemelsmooi, maar niemand geloofde erin. Ik zei nog tegen mijn vrouw: dit is voor ons pensioen, maar ik heb het moeten verkopen aan een collega om enkele financiële problemen op te lossen. Die verkocht dat door aan een andere collega en zo is het uiteindelijk op een tentoonstelling in Rotterdam terechtgekomen waar experts zich erover zijn gaan buigen. Het bleek om tekening van Giovanni Bellini te gaan, een Italiaanse kunstenaar uit de 15de eeuw. In 2004 is het verkocht voor 875.000 dollar.”

 

 ©  Patrick De Roo

Ook op de Vrijdagmarkt zijn er dergelijke schatten te vinden. “Ik heb hier een schilderij gekocht van Antwerpenaar Edmond Van Dooren, één van de eerste grondleggers van de abstracte kunst in België. Ik heb er 1.000 euro voor betaald. Later is dat, na de zoveelste hand, door de bank Delen verkocht voor 3,5 miljoen euro. Dat gebeurt. Gewoonlijk moet je rekenen, van deze bodem tot eindbestemming en als een object goed is, dat het door vijf handen gaat voor het zijn waarde haalt. Maar het moet ergens opgepikt worden. Het zat tussen een hoop schilderijen van flut kwaliteit. Je moet de gok nemen om 1.000 euro uit te geven, wat voor mij veel geld was. Voor ’t zelfde geld is dat vals, maar het bleek één van zijn meesterwerken te zijn.”

Voor Frans is en blijft het een avontuur. “We zijn jagers en verzamelaars. Dat is ons oerinstinct”, zegt hij. “Je kan dat nergens gaan studeren. De Vrijdagmarkt, dat is de school, de enige school. Maar wij konden destijds ‘echte antiek’ niet betalen. Wij zochten de dingen die niet bekend waren, maar artistiek wel belangrijk genoeg waren. De echte antiquairs lachten ons uit met onze rommel, maar uiteindelijk waren zij het wel die kochten wat wij in handen hadden.”

Om halftien, een halfuur voor de veiling op de Vrijdagmarkt start, zetten we ons op een terras voor een koffie. ”Het zit er niet in deze week”, zegt Frans. “Zo is dat nu eenmaal. Er zit nu ook niet diezelfde druk achter als vroeger. Ik ben met pensioen. Ik sta nog wel op de zondagmarkt op de Sint-Jansvliet. Al is dat meer voor het sociaal contact. Het is fijn om een praatje te slaan met mensen die evenveel interesse hebben in wat je verkoopt dan jezelf. Dat is toch nog anders dan caféklap. Geef mij maar de markt boven een terras.”

 

 ©  rr

 

 ©  rr

 

 ©  rr

CITTA

Aangeboden door onze partners

Vastgoed

Jobs in de regio