Edgard Van den Bergen. © Nattida-Jayne Kanyachalao

Oud-Oosterweelbewoner over zijn verdwenen geboortedorp: “Blij dat er nog iets van Oosterweel bewaard blijft”

Antwerpen -

Het oude, beschermde kerkje van het verdwenen polderdorp Oosterweel wordt gerestaureerd en krijgt een nieuwe invulling. Dat liet bouwheer Lantis een week geleden weten. Nieuws dat Edgard Van den Bergen (87) erg gelukkig stemt. Hij is een van de laatste oud-Oosterweelbewoners. “In dat kerkje ben ik gedoopt. Het is fijn dat er zo toch nog iets van Oosterweel bewaard blijft.”

Elien Van Wynsberghe

Hij toont zijn geboortekaartje, om te bewijzen dat hij wel écht in Austruweel ofte Oosterweel op de wereld kwam. “Net als mijn vader. Mijn moeder was van Stabroek”, vertelt Edgard terwijl zijn vrouw Greta vanuit de sofa mee naar zijn verhaal luistert. Zij heeft als Deurnese maar weinig met het polderleven te maken. Maar Edgard herinnert zich zijn jeugd er nog alsof het gisteren was.

Uit een mapje dat op de houten eettafel in hun woning in Hove ligt, haalt hij een handvol foto’s tevoorschijn. Zwart-witbeelden met een witte boord en een gekarteld randje. Foto’s van hem als klein manneke in het huis waar hij zijn kinderjaren doorbracht.

“Ik woonde samen met mijn ouders in de Dorpstraat, vlakbij de kerk. We hadden een grote tuin met daarachter een boomgaard. Achter ons lag het Noordkasteel. Daar heb ik leren zwemmen”, glimlacht hij.

Oosterweel met rechts het kerkje. © rr

Oosterweel was het laagst gelegen dorp van België. “Het was een klein dorpje met maar één grote straat. Op zijn hoogtepunt, rond 1900 woonden er iets meer dan duizend mensen. We waren een kleine gemeenschap. Iedereen kende elkaar. Mijn vader had een drankenhandel. Behalve het verkopen van bieren, maakten we ook onze eigen limonade. Nectar, zo heette die. Om die limonade te kunnen maken, hadden we een hele installatie staan in ons huis. We hadden ook een waterput, diep genoeg om zuiver water te kunnen oppompen.”

Oosterweel telde dan wel niet zo veel inwoners, cafés waren er bij de vleet. “Dertien om precies te zijn”, lacht Edgard en hij schetst op een wit blad zijn Dorpstraat en zet kruisjes overal waar destijds een frisse pint kon worden genuttigd. “Dat was kenmerkend voor die tijd”, zegt hij. “Er kwamen ook veel dokwerkers in Oosterweel op café. En bij mooi weer hadden we een enorme toeloop van mensen uit de stad.”

Doordat Oosterweel zo laag gelegen was, kreeg het dorp geregeld te maken met overstromingen. “Dat waren we gewoon. Het ‘watermachien’ zoals we dat noemden, zorgde ervoor dat het water snel weer kon worden weggepompt”, en hij toont een foto waarbij bewoners in de Dorpstraat tot ver boven hun enkels in het water staan. “Ook ons huis is verschillende keren ondergelopen.”

Geregeld liep Oosterweel onder water. © rr

Een bom in een put

Edgard woonde tot zijn 9de in Oosterweel. “In het kerkje ben ik gedoopt en deed ik mijn eerste communie, netjes gekleed in een pofbroek”, vertelt hij. “Dat was toen mode”, lacht zijn vrouw vanuit de zetel.

“Ik ben in Oosterweel naar de kleuterschool gegaan en naar de lagere school, tot en met het derde leerjaar.” Tot op het moment dat de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog voor een leegloop van Oosterweel zorgden.

Want het dorp was dan wel al samen met Oorderen en Wilmarsdonk in 1929 door Antwerpen geannexeerd voor de havenuitbreiding, de economische crisis van de jaren 30 en de oorlog vertraagden dat proces.

“Ik heb nog veel herinneringen aan die periode”, zegt Edgard. “Ik zie me nog spelen in onze boomgaard. Op een bepaald moment merk ik een grote put op. Daarin lag een bom die niet was afgegaan. De Duitsers zijn die bom toen zelf komen halen om ze vervolgens in de vesten te gooien.”

Edgard als peuter in de tuin van hun woning in Oosterweel. © rr

Geregeld moesten de inwoners schuilen voor aanvallen van de vijand. “De vlakbij gelegen autofabrieken van Ford en Chevrolet werden bovendien op hun beurt aangevallen door de geallieerden omdat de Duitsers die fabrieken gebruikten om wapens te produceren. Ik heb de bommen daar zien neerkomen. Dat zijn zaken die je niet vergeet.”

En dan was daar die bewuste 1 februari in 1944. “Op die dag lieten de Duitsers weten dat we veertien dagen de tijd hadden om Oosterweel te verlaten. Nadien zouden ze ons dorp onder water zetten.” Oosterweel werd ontruimd. “Wij belandden eerst in Merksem en niet veel later in Ekeren waar mijn vader zijn drankenhandel verderzette en kon uitbreiden.”

Naar Oosterweel konden ze nooit meer terug. “Want niet lang nadat we Oosterweel verlaten hadden, kwam de periode van de V-bommen en werd ons huis helemaal platgebombardeerd. Er bleef niets meer van over.” Sommige bewoners keerden wel terug naar huis. “Maar de meeste woningen die niet door de bommen geraakt waren, waren te zwaar beschadigd door het water. Enkel de hogerop gelegen pastorie en het huis van de schoolmeester bleven gevrijwaard.”

Edgard samen met zijn vader in de vrachtwagen van hun drankenhandel. © rr

Toch iets dat overblijft

En het kerkje van Oosterweel, officieel de ‘parochiekerk Sint-Jan-de-Doper’? “De pastoor slaagde erin om het kerkje na de oorlog weer te verfraaien. Want doorheen de jaren had het gebouw flink wat meegemaakt. Zo raakte het al zwaar beschadigd door de ontploffing in de kruitfabriek van Corvilain op het einde van de 19de eeuw. Bovendien was het kerkje gebouwd op instabiele ondergrond, waardoor er barsten in het bouwwerk waren gekomen.”

Na de oorlog kwamen er ook mensen uit Antwerpen in de kerk naar de mis. “De laatste misviering werd er gegeven in 1971”, weet Edgard. Oosterweel zelf was toen al dertien jaar verdwenen. Vandaag ligt het kerkje in een zes meter diepe put.

“Waar mijn ouderlijke huis stond, ligt nu een dok. Ik blijf het jammer vinden wat er met Oosterweel gebeurd is. Maar ik ben blij dat het kerkje bewaard blijft. Ik was ervan overtuigd dat ook dat zou verdwijnen. En dan zou er van Oosterweel niets meer resten.”

Intussen is het al een aantal jaren geleden dat Edgard de plek die ooit Oosterweel heette nog heeft bezocht. “Vijf jaar geleden ben ik nog eens naar het kerkje gaan kijken. Toen ontmoette ik er toevallig nog een oud-Oosterweelbewoonster. Ik vraag me af of er nog anderen zijn? Zouden er nog veel oud-Oosterwelers overblijven? Als dat zo is, dan zou ik hen graag eens ontmoeten.”

De Dorpstraat van Oosterweel waar Edgard met zijn ouders woonde. © rr

Het kerkje van Oosterweel krijgt een nieuwe invulling en wordt helemaal gerestaureerd. © rr

Vandaag is het kerkje omgeven door groen. In de zomer is enkel de spits zichtbaar voor wie er passeert. © sdl

Vastgoed

Jobs in de regio