©  Joren De Weerdt

COLUMN. Ribbedebie naar Walibi

Gekrijs wanneer je na een lange dag eindelijk een campari hebt uitgeschonken of een gevecht in je recent geordende inloopkast: een gezin kan hectisch zijn. Bij Anneke (47) uit Pulle is dat niet anders. Samen met haar man Phille (49) en zonen Ricky (15) en Vinnie (10) probeert ze er elke dag het beste van te maken.

An Van de Voorde

Mijn vakantie zit er alweer op. Ik ben twee weken thuis geweest. Thuis, in Pulle dus. Veel exotischer is het niet geworden. Op Facebook zag ik vakantiekiekjes voorbijschuiven van al mijn 621 vrienden. Ik zette hartjes bij foto’s die waren genomen in Puerto Rico, op IJsland en op Ibiza en gaf een duim aan foto’s die waren getrokken op het Spaanse vasteland en in het zuiden van Frankrijk. De klasgenootjes van de kinderen poseerden op Times Square in New York en op zandstranden in Griekenland: vond ik allemaal leuk. Echt.

Mijn kinderen zitten niet op Facebook, aan hen ging de stroom van feelgoodbeelden van mensen die we van ver en iets minder ver kennen gewoon voorbij. Gelukkig maar, anders wilden ze misschien ook op een vliegtuig naar de zon en daar hebben we het geld niet voor. Noch is het goed voor het milieu, dat spreekt. “Maar we gaan toch iets doen?”, jengelde de jongste al lang voor de vakantie was begonnen. Hij is 10 jaar en rap content. Ik had hem vorig jaar beloofd om vijf dagen naar Europapark in Duitsland te gaan, maar toen ik het hotel eindelijk wilde boeken, bleek dat helemaal vol te zitten. Ook in de vijf andere hotels in de buurt van het pretpark bleek deze zomer geen plaats meer om ons gezin van vier te slapen te leggen. Dus maakte ik nieuwe beloftes (“In de paasvakantie van volgend jaar gaan we zéker.”) en kondigde ik een daguitstap naar Walibi aan, zowat het enige pretpark waar we nog niet zijn geweest.

Op Facebook zocht ik wat filmpjes bij elkaar van razende rollercoasters en gillende meisjes. Mijn zoon werd er helemaal enthousiast van en wilde dat ik meteen kaartjes zou kopen. Een halve minuut later was ik 180 euro kwijt. Honderdtachtig euro, alstublieft. En dan moest ik het parkeerticket van 10 euro nog betalen. Voor een daguitstap.

De avond voor ons vertrek laadde ik mijn gsm helemaal op, want ik wilde ook leuke prentjes posten op mijn sociale media, van achtbanen en boomstammetjes, van lachende kindergezichten en eindeloos geluk.

Het draaide anders uit. In de auto naar Waver, dat volgens mijn man “naast het Anderlechtstadion” lag, maar in werkelijkheid nog een vol uur rijden verder te vinden was, viel de regen met bakken tegelijk uit de lucht. “Da’s niks”, probeerde mijn man de sfeer erin te houden. “Het zou veel erger zijn mocht het 40 graden zijn.”

Onze oudste zoon lag op de achterbank te slapen, nadat hij de eerste vijf kilometer van zijn paretten had zitten draaien en had geëist dat er andere muziek zou worden gespeeld dan de muziek die ik had gekozen in de auto: de tweehonderd meest gestreamde plaatjes uit de jaren tachtig. “What the fuck, mama. Yo, echt. Wat is dit? Zijn wij 80 jaar of zo? Zet dan N.W.A. op of zo.” Toen ik aan zijn smeekbede niet direct gevolg gaf, dreigde hij ermee uit te stappen op de Antwerpse Ring. Dus zette ik een rapplaat op. We waren vervolgens de Craeybeckxtunnel nog niet uit of hij lag al scheefgezakt in dromenland. Dat heb je met pubers.

In Walibi had hij last van een ochtendhumeur, terwijl zijn broer helemaal hyper werd bij het zien van zoveel rollercoasters. “Ik wil eerst in gele, dan in de blauwe, de rode en de zwarte …” Hij hapte naar adem. “In de witte, in de ...”

“We volgen gewoon de route”, onderbrak ik hem. “En we beginnen met de rode, want dat is de eerste die we tegenkomen.” Omdat de rest van de familie nogal besluiteloos kan zijn, nam ik het voortouw en stapte ik naar de ingang van de Vampire, waar we meteen een halfuur moesten aanschuiven. In de wachtrij kreeg mijn oudste het helemaal op zijn heupen. “Yo mama, echt waar. Wat heb je aan? En praat niet zo luid, iedereen is naar ons aan het kijken. En wat ga je doen? Oh nee, toch geen foto’s nemen, echt waar! Sto-hop.”

Na een ritje van minder dan een minuut, waarin we wel meerdere keren over de kop gingen, stapte ik richting de volgende achtbaan. Achter mij rolden mijn twee zonen al vechtend over de grond en daarachter stond mijn man een sigaret te roken. Mijn barometer schoof stilletjes aan richting onweer. Toen brak mijn handtas ook nog af, waardoor de hele inhoud op het wandelpad kletterde: tampons, portefeuille, balpennen, een boek, teenslippers, parkeerticket, blikje Monster, blikjes Red Bull, damper. “Oh nee”, riep mijn man van in de verte. “Wat heb jij daar ook allemaal inzitten?”

“Ja, het is allemaal mijn schuld”, foeterde ik binnensmonds. De volgende attractie was de Pulsar, een soort boot die naar boven wordt getrokken en vervolgens loodrecht naar beneden stort. “Oh mama, ik ben zo bang”, zei de jongste. “Omdat jij gisteren hebt verteld dat er een kindje is gestorven in dat pretpark in Denemarken.”

Mijn man keek me boos aan. “Wat heb je verteld?” Ik haalde mijn schouders op. “Er ís echt een kindje gestorven deze week, toen er een bakje losschoot in een pretpark in Denemarken. Da’s nieuws hè.” Op dat moment schoot onze boot los en kreeg ik luid gillend een golf water over me heen. Ik was kletsnat toen ik uit de attractie klauterde. “Echt waar”, zei mijn zoon terwijl hij zijn neus ophaalde. “Je ziet alles door dat witte T-shirt dat je draagt.” Ik beet op mijn lip, ook toen mijn man aan elk drankstalletje een blikje bier wilde drinken. En zo kuierde de dag voorbij.

Die avond opende ik Facebook om de foto’s te posten die ik had gemaakt. Geen foto’s van ons gezin, maar van een random toerist met een gigantisch nektapijt en twee foto’s van het schabouwelijke Nederlands dat ik overal in het park tegenkwam. “Onafhankelijkheid van wandelen vereist” en “er zijn luiers beschikbaar van de klanten die misbruik hebben gemaakt van de behandeling”. Leuk, maar niet zo leuk dat het massaal werd geliket. Het goeie nieuws is wel dat we onze bijdrage hebben geleverd in de strijd tegen de klimaatopwarming. Onze ecologische voetafdruk is nog kleiner dan de andere jaren.

Vastgoed

Jobs in de regio