COLUMN. ‘Gaat ge dat allemaal vragen?’, zei Juul Kabas

,Stijn Janssen

Juul Kabas is niet meer. Om ons die trieste mare te komen melden, kwam onze vrouw gisteren in de verzengende hitte speciaal de steile trap op naar ons schrijfbureau. Tien jaar geleden zou ze zich die moeite niet hebben getroost. Juul Kabas uit Retie stond toen evenver van ons bed als de jodelende cowboy uit Lichtaart. Uiteraard kenden we wel zijn twee hits, maar we deden zelfs niet de moeite om er onze schouders voor op te halen.

Maar dat veranderde in het jaar 2014 toen we het idee opvatten om hem te gaan interviewen voor een teloorgegaan cultuurblad. De aanleiding: zijn 70ste verjaardag. Bovendien stond hij 45 jaar op het podium en op de koop toe werd er een boek van maar liefst 200 pagina’s over zijn leven uitgebracht. Voor één keer kon zo’n interview wel, zo meenden we hautain.

Hem contacteren bleek kinderlijk eenvoudig. Hij had nog een vast nummer en dat stond gewoon open en bloot op zijn website juulkabas.be. Bovendien nam hij zelf op. “Julien Deckx”, klonk het aan de andere kant van de lijn. En na onze vraag of we hem konden interviewen, volgde onmiddellijk een “Kom maar af”. De locatie lag wel vast. Het moest ‘t Lindenhof zijn aan de Markt van Retie. Hij had de taverne jaren met zijn vrouw Annie uitgebaat, maar recent van de hand gedaan. Hij gunde de nieuwe eigenaar wel iets.

Stipt op het afgesproken uur meldde hij zich. Maar toen we onze vragenlijst bovenhaalden, keek hij ons verbaasd aan. “Gaat ge dat allemaal vragen?”, vroeg hij. Al snel bleek dat hij het niet gewoon was om uitgebreid te worden geïnterviewd. Zijn eerste antwoorden besloegen dan ook niet meer dan twee zinnen. Maar hoe langer het gesprek duurde, hoe uitgebreider hij begon te vertellen. Twee uur - en drie koffies op zijn kosten - later namen we afscheid. Daarbij sprak hij zelfs niet eens de gevreesde woorden “Mag ik het eerst nog eens nalezen?”

Wel belde hij ons de week nadien nog drie keer op. “Met Julien hier”, zei hij dan altijd. Onze frank moest telkens vallen. Hij vroeg steeds of het uitschrijven wel lukte. Hij had dan ook zoveel verteld. “En dat hadden we toch allemaal niet nodig”, zo dacht hij. Toen het interview uiteindelijk verscheen, kregen we weer een telefoon om ons te bedanken. Zoveel dank overkwam ons maar zelden. Vanaf toen hadden we Julien hoog zitten.

 

 ©  JDW

MEER OVER Kempens Bekeken

Aangeboden door onze partners
Meer nieuws uit de Kempen

citta Kempen

Mobiliteit in de Kempen

Vastgoed

Jobs in de regio