©  Victoriano Moreno

ALLEMAAL ANTWERPEN XL. Abeli Uznadze (25): “Ik hou meer van hoe ik nu ben, dan van hoe ik was”

Antwerpen -

“Welkom in mijn appartement”, glimlacht Abeli Uznadze. “Voor de helft is het hier een thuis, de andere helft lijkt wel op een medische afdeling.” We ontmoetten Abeli voor het eerst in februari dit jaar, tijdens een wandeling in het Stadspark. De jonge Georgiër liet zijn thuisland achter nadat artsen twee jaar geleden hadden ontdekt dat hij maar één nier heeft. Hij had hogere kwaliteitszorg nodig. Zo belandde hij in Antwerpen.

Elien Van Wynsberghe

ALLEMAAL ANTWERPEN XL

Elke weekdag plukken onze reporters en fotografen een toevallige voorbijganger van straat voor een fijn gesprek. Want iedereen heeft een verhaal. En zeker in Antwerpen. Dat doen ze nu al meer dan twee jaar. Sommige ontmoetingen bleven nog lang nazinderen. Omdat die verhalen meer aandacht verdienen, zochten onze reporters deze personen terug op voor een uitgebreide babbel.

LEES OOK. “Pas na 22 jaar hebben ze ontdekt dat ik maar één nier heb”

De studio van Abeli ligt op een boogscheut van het Koninklijk Museum van Schone Kunsten. De ruimte is klein maar mooi ingericht met kleurrijke meubels en planten. “Van planten verzorgen, word ik gelukkig”, zegt hij. Zijn slaapkamer, de leefruimte en keuken lopen in elkaar over. In die slaapkamer staat een paravent, een kamerscherm. Erachter: torens kartonnen dozen. “Mijn medicatie voor de nierdialyse die ik elke avond moet hebben.” Naast zijn bed, de machine waaraan de infusen die in de dozen zitten, gekoppeld moeten worden.

 

Dat Abeli niet meteen het doorsnee leven van een 25-jarige kan leiden, wordt meteen duidelijk. “Elke avond om middernacht start ik met mijn dialyse. Die duurt zeven uur. Lang uitgaan zit er dus niet in. Ik probeer consequent op tijd thuis te zijn. Ondertussen ben ik eraan gewend maar het is iets dat altijd in mijn hoofd zit.”

Abeli werd geboren in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. “Ik studeerde er aan de universiteit. Public relations. Ik was een goede student en werkte tegelijkertijd om mijn studies te kunnen betalen”, vertelt hij. “Ik was onder andere manager in een nachtclub en verzorgde ook de communicatie voor een bekende ngo. Ik had een normaal leven. Ik deed aan yoga, iets wat ik best goed kon en was erg bezig met gezond te leven.”

“Mijn vader was mijn grootste supporter”

Maar van de ene dag op de andere werd alles overhoop gegooid. “Ik moest mijn bloed laten checken. Ik hielp bij het afnemen van bloedstalen van mensen die zich wilden laten testen op aids en op een bepaald moment sneed ik mezelf. Daardoor moest ik mezelf laten testen. Het is toen dat de dokters zagen dat er iets mis was, dat ze zagen dat ik maar één nier heb. Tot dan had ik daar niets van gemerkt, maar beetje bij beetje ging het slechter met me. Ik hield van zwemmen, van reizen, maar sinds toen had ik nog maar één prioriteit: gezond blijven en zien dat ik het mentaal volhoud.”

Hij liet Georgië achter omdat zijn geboorteland hem niet de juiste zorgen kon bieden. En dan gaf het leven hem een tweede slag in het gezicht. “Vorig jaar is mijn vader overleden. Hij was maar 42. Hij was op zijn werk en kreeg een hartaanval. Tien dagen later is hij gestorven. Ik vind dat nog altijd heel raar. De laatste keer dat ik hem zag, een maand eerder, was hij nog kerngezond. Wanneer ik nu met mijn moeder videobel, lijkt het alsof hij gewoon even niet in beeld is. Ik probeer er niet teveel aan te denken. Want wij waren zo’n goed team. Hij was mijn grootste supporter.”

Wachten op de wachtlijst

Vandaag probeert hij zijn draai hier, in Antwerpen, te vinden. “Ik ben nu Nederlands aan het leren en heb ook een integratiecursus gevolgd. Ik weet meer over dit land dan sommige van mijn Vlaamse vrienden”, lacht hij. En ondertussen loopt de procedure die hij moet doorlopen om een niertransplantatie te kunnen aanvragen. “De dag waarop dat lukt, zal ik de draad van mijn leven weer kunnen oppikken. Maar het gaat traag en er is zo veel papierwerk mee gemoeid. Nu ben ik aan het wachten om op de wachtlijst te mogen.”

In mei werd hij 25. “Een van mijn beste vrienden is me toen komen bezoeken. Hij heeft 3.000 kilometer afgelegd, speciaal voor mij. Dat vond ik zo mooi. Dat heeft me meer zelfvertrouwen gegeven.”

Maar uiteindelijk terug naar Georgië gaan, wil hij niet. “Hier krijg ik meer kansen. Ik wil weer naar school, wil nog verder studeren volgens de standaarden van dit land. En dan hoop ik om hier uiteindelijk een job in de marketing of pr-sector te kunnen vinden.”

©   Victoriano Moreno

Een kleine wereld

Met zijn moeder belt hij vaak, vertelt hij. “We spreken elkaar moed in. Ik moet sterk blijven. Want ook de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is iets wat erg leeft bij mijn familie. Zij zijn heel Europees gezind. Zij hebben het communisme onder Rusland gekend en haatten dat. Mijn grootmoeder, grootvader en vader zijn in 1993 alles verloren toen Rusland het gebied waar zij woonden bezette. Ze zijn naar Tbilisi verhuisd en hebben daar een nieuw leven opgebouwd.”

“Ik zou het heel fijn vinden mochten mijn moeder en mijn broer me eens kunnen komen bezoeken in Antwerpen. Maar dat is niet mogelijk. Voor een Georgiër is zo’n onderneming te duur.”

We zitten buiten aan een tafeltje op zijn stadskoertje. In het midden, een bakje kersen en een Georgisch tussendoortje met honing en noten. “Kijk ik terug naar mezelf drie jaar geleden, dan merk ik dat ik helemaal veranderd ben. Toen was ik bezig met kledij, met schoenen. Nu vind ik dat nog steeds fijn, maar ik sta helemaal anders in het leven. Ik neem elke dag hoe hij is. Heb ik pijn, dan weet ik dat dat na een paar uur weer wegebt. En als de zon schijnt, dan ben ik blij. Ik geniet ontzettend van een tas koffie en vind het super belangrijk dat mensen vriendelijk zijn tegen elkaar. Ik leef in een kleine wereld op mezelf en zoek mijn geluk in die kleine wereld. Ik hou meer van hoe ik nu ben, dan van hoe ik was.”

CITTA

Aangeboden door onze partners

Vastgoed

Jobs in de regio