© RR

Hoofdprijs tombola: vlucht met vliegende schotel boven Geel

Geel -

De wereld was in de jaren vijftig in de ban van ufo’s. Toch was het eerder ongewoon dat leerlingen van de Geelse vakschool - nu Sint Jozef Geel - in 1962 in alle ernst aan hun eigen vliegende schotel sleutelden.

Hans Otten

Nieuws melden? Tip hier onze redactie

 

Hans Otten (52)

Werkt sinds 1997 voor GVA 

hans.otten79@telenet.be

gva.be/tip of sms gratis naar het nummer 8100

Meer nieuws over Geel? Volg onze Facebookpagina Gazet van Geel.

Onbekende vliegende voorwerpen, marsmannetjes en andere buitenaardse toestanden, de wereld was er in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw al helemaal weg van. Bovendien heerste er dankzij de heropleving na de ellende van de Tweede Wereldoorlog een euforisch toekomstdenken. In het jaar 2000 zou de technologie zeker zo ver gevorderd zijn dat we niet langer zelf naar ons werk zouden rijden, maar ons laten voeren in zelfrijdende auto’s of zelfs vliegen in ons persoonlijk tuigje.

Het is dan misschien niet compleet van de pot gerukt dat begin jaren zestig leerlingen buiten hun reguliere lesuren in de ateliers van de zogenaamde vakschool van Geel naarstig werkten aan wat een eigen vliegende schotel moest worden. Dat gebeurde met de nadrukkelijke goedkeuring van eerwaarde heer Bellekens, studieprefect van de school. Hij was daartoe overgehaald door Alfons Dejoncker, een wat zonderlinge garagist-technicus uit West-Vlaanderen.

De leerlingen van plaatbewerking/lassen-constructie werkten tijdens hun vrije uren aan wat de eerste vliegende schotel van het land moest worden. 

De leerlingen van plaatbewerking/lassen-constructie werkten tijdens hun vrije uren aan wat de eerste vliegende schotel van het land moest worden. ©  RR

Radarwagen

Hier hoort wel een fraaie portie voorgeschiedenis bij. Dejoncker en de prefect hadden Bobbejaan Schoepen als gemeenschappelijke vriend. Deze jodelende cowboy uit Boom had eind jaren vijftig een moerasgebied in Lichtaart (Kasterlee) gekocht en er een variétécentrum opgetrokken. Dat was op de laatste dag van 1961 opengegaan. Op de evolutie naar pretpark vol attracties was het nog een decennium wachten, maar Schoepen had wel een neus voor zaken die volk naar zijn domein konden lokken. Zo was hem ter ore gekomen dat ene Alfons Dejoncker in diezelfde periode onder de ronkende slogan ‘het wonder van het jaar 2000’ het land rondreisde met zijn verbazingwekkende radarwagen. Dat was een imposante Amerikaanse cabriolet Chrysler Imperial Crown die hij tjokvol innovatieve technieken had gepropt.

Dejoncker had tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen gezeten in verschillende Duitse kampen, tot hij er door het leger van de Amerikaanse generaal Patton werd bevrijd. In plaats van naar huis terug te keren, bood hij zijn expertise als garagist aan bij den Amerikaan. Hij leerde er allerlei nieuwigheden kennen zoals de automatische versnellingsbak en het servostuur, maar was vooral onder de indruk van de toepassingsmogelijkheden van de radar. Als ambulancier in Kortrijk was hij getuige geweest van de gruwelijke gevolgen van verkeersongevallen. Hij had het daarom tot zijn levensmissie gemaakt om een veilige auto te ontwikkelen die ongevallen gewoon kon vermijden.

Geen pedaal of stuur

Zijn wonderwagen stelde hij in 1960 voor. Die Amerikaanse slee had geen enkele pedaal en een stuurknuppel zoals in een vliegtuig in plaats van een klassiek stuur. De snuit en staartvin waren uitgerust met radars en antennes om aan- of achteropkomend verkeer te detecteren en automatisch te ontwijken. Maar er zaten ook snufjes in zoals sensoren die bandbreuk detecteerden of een systeem waarbij de auto zijdelings uit een parkeerplaats kon komen. Meer nog: het voertuig kon volledig zelfstandig rijden door op stemcommando’s te reageren. Je snapt het: Alfons Dejoncker was zijn tijd met een halve eeuw vooruit en sleutelde al met succes aan technieken waar menig internetmiljardair anno 2022 nog zijn tanden op stukbijt.

Een jonge Bobbejaan Schoepen inspecteert de technische snufjes uit de radarwagen van Alfons Dejoncker.

Een jonge Bobbejaan Schoepen inspecteert de technische snufjes uit de radarwagen van Alfons Dejoncker. © RR

Dejoncker gaf in het hele land demonstraties met zijn radarwagen, ook in de Geelse vakschool. Al liep dat niet helemaal van een leien dakje. “Het werd de blikvanger van onze tentoonstelling Pinksteren 1962”, schrijft Eddy Vanaelten - later schooldirecteur, maar ten tijde van deze affaire nog leerling - enkele jaren geleden in het schoolblad. “Dejoncker ging samen met prefect Bellekens instructies aan de auto geven door de micro van de geluidsinstallatie. De duizenden nieuwsgierigen konden dan alles goed volgen. Heel het spel viel echter in het water want... Dejoncker en Bellekens hadden er geen rekening mee gehouden dat door de micro er geen stemherkenning meer was. Gelukkig deed de besturing met afstandsbediening het nog wel.”

Auto zonder bestuurder

De radarauto reed nadien als attractie nog een tijdje rond bij Bobbejaan Schoepen. Dat het vehikel wel degelijk deed wat zijn bedenker beweerde, bewijst een zalige anekdote die een Geelse lezeres ons aan de hand deed. Deze dame die haar naam liever niet in de krant ziet, was 15 jaar toen de West-Vlaming een keer bij haar ouders in Geel kwam eten. “Dejoncker is ooit op de huidige A12 in zijn radarwagen door enkele zwaantjes (de vroegere motorbrigade van de rijkswacht, red.) aan de kant gezet. Die waren verwittigd door geschrokken automobilisten die een auto over de snelweg hadden zien rijden zonder dat er iemand achter het stuur zat. Dejoncker zat op de achterbank terwijl hij zijn auto via stemcomputer aanstuurde.”

De West-Vlaamse garagist-technicus achter het stuur van zijn ‘wonderwagen van het jaar 2000’.

De West-Vlaamse garagist-technicus achter het stuur van zijn ‘wonderwagen van het jaar 2000’. © RR

Bovendien was hij al langer bezig om diezelfde technologie in een vliegend tuig te installeren. “Hij had van zijn tijd bij de Amerikaanse diensten apparatuur meegebracht van een mislukte start van een ruimtetuig, als ik het mij goed herinner”, gaat de vrouw voort. “Dat waren al echte computers, zoiets nieuws bestond in België nog niet. Aan zee liet hij al vliegende schotels met een doormeter van 1 meter de lucht in gaan. De onderkant was beschilderd met fluorescerende verf. Hij liet die vooral in het donker vanuit de duinen opstijgen. Mensen die dat zagen vliegen, waren verwonderd, nieuwsgierig of bang. En tegen dat de politie arriveerde, was Dejoncker ribbedebie. En plezier dat hij daarin had!”

Vliegende schotels

Toen Dejoncker in de Kempen sprak over zijn plannen om de vliegende schotel mét bemanning te lanceren, twijfelden prefect Bellekens en Bobbejaan Schoepen niet lang. Als hij dat met die radarauto en die kleinere schotels allemaal kan, moet dit toch ook lukken?

Prefect Bellekens stelde Dejoncker enkele bekwame leerlingen plaatbewerking/lassen-constructie ter beschikking, die tijdens de vrije uren op basis van de instructies van hun werkgever het vliegende gevaarte in elkaar timmerden. Stilaan kreeg het vehikel vorm: een vliegende schotel die door zijn ronde vorm met een diameter van 15 meter zijn naam alle eer aan deed. Het eindresultaat moest een tuig van 850 kilo worden, dat dankzij twee Porschemotoren op een hoogte van 3.000 meter een snelheid van ruim 300 kilometer per uur zou bereiken. De bedoeling was dat het vliegend verschijnsel binnen een jaar door het Kempense zwerk zou klieven.

De West-Vlaamse technicus Alfons Dejoncker (centraal in lichte overall) licht zijn plannen toe.

De West-Vlaamse technicus Alfons Dejoncker (centraal in lichte overall) licht zijn plannen toe. © RR

Schooltombola

Het mag duidelijk zijn, het was Dejoncker en co menens. Schoepen stond erop dat de proefvluchten in zijn Bobbejaanland plaats zouden vinden, qua publiciteit kende dat zijn gelijke niet. Want ook enkele grootmachten zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada stelden in die jaren ambitieuze plannen voor nieuwe vliegtechnologieën voor. Stel je voor dat een West-Vlaming, een pretparkuitbater en wat technische leerlingen uit Geel klaar zouden spelen wat zij (nog) niet voor mekaar kregen!

“Niet enkel Dejoncker geloofde rotsvast in zijn zaak, maar ook de schooldirectie”, schrijft Eddy Vanaelten - later schooldirecteur, maar ten tijde van deze affaire nog leerling - enkele jaren geleden in het schoolblad. “Wij, als leerlingen, gingen zelfs de baan op met de lootjes voor de jaarlijkse tombola. Daarop stond als hoofdprijs: ‘Vlucht met de vliegende schotel’. Wie die prijs gewonnen heeft, zit waarschijnlijk nog altijd te wachten op de uitnodiging om in te stappen.”

Bedenker Dejoncker (midden) en twee toenmalige leerlingen van de Geelse vakschool buigen zich over de vliegende schotel.

Bedenker Dejoncker (midden) en twee toenmalige leerlingen van de Geelse vakschool buigen zich over de vliegende schotel. © RR

Regie der Luchtwegen

Want er was een niet onoverkomelijk probleem: Dejoncker had wel een straf plan, maar geen plannen. Alle werkzaamheden gebeurden op basis van de technische orders die Dejoncker gewoon uit zijn blote hoofd opdiepte. Er stond helemaal niets op papier. Toen de Regie der Luchtwegen dankzij de persaandacht vernam wat er in Geel gebeurde, wees het overheidsorgaan er fijntjes op dat het geheel niet mocht opstijgen zonder voorafgaande toelating. En daarvoor was eerst een uitgewerkt plan nodig. Inderhaast kwamen er ruwe schetsen op papier, met de bedoeling die grondiger te laten uitwerken.

Of dat er ooit van gekomen is, blijft onduidelijk. “Hoe het verder verlopen is, weten we niet”, stelt Vanaelten. “Maar op een bepaald moment was de vliegende schotel weg. Na wat speurwerk vonden we ze terug in de werkplaats, maar in stukken verborgen achter een muurtje van vezelplaat.”

MEER OVER Het Strafste Verhaal

Aangeboden door onze partners
Meer nieuws uit de Kempen

citta Kempen

Mobiliteit in de Kempen

Vastgoed

Jobs in de regio