©  Bert De Deken

Hoe de boksende lijfwacht van Hitler in binkenstad belandde

Turnhout -

Zes jaar geleden mocht ik de kleine Floyd Kaspereit op de foto zetten. Het ukje lag in de bokshandschoenen van zijn papa, die poseerde in de boksring van Boxing Team Turnhout. Floyd kon de vierde generatie boksers worden. Overgrootvader Walter had als eerste de handschoen opgenomen. Maar over hem viel nog wel wat te vertellen.

Wouter Adriaensen

Nieuws melden? Tip hier onze redactie

 

Wouter Adriaensen (36)

Werkt sinds 2014 voor de krant

wouteradriaensen@telenet.be

gva.be/tip of sms gratis naar het nummer 8100

Meer nieuws over Turnhout? Volg onze Facebookpagina Gazet van Turnhout.

De beste verhalen zitten in de kleinste hoekjes. Een anekdote aan het einde van de receptie van een feestelijke inhuldiging leidt tot een reportage over een Turnhoutenaar die maanden op de Zuidpool verbleef en zijn naam aan een gletsjer daar gaf. Een op het eerste gezicht doorsnee bedrijfsreportage haalt weetjes boven over de Turnhoutse koffieproducent die ouder is dan België en naar wie een Ecuadoraanse kikker vernoemd werd. Een rondslingerende flyer verklapt je dat Turnhout er een lasershoot-arena bij krijgt die het uitzicht heeft van een industriële garage en gevestigd is in voormalige kleedkamers voor ijshockeyers.

Het verhaal van Pieter-Jan en Peter Kaspereit over hun respectievelijke grootvader en vader Walter valt in dezelfde categorie te klasseren. Zes jaar geleden mocht ik een stukje maken over hun pasgeboren (klein)zoon Floyd Kaspereit. “Die naam was in vijf minuten gekozen”, vertelde Floyds mama, Aylene Scheyltjens. “We vinden hem mooi en het is een verwijzing naar Floyd Mayweather, die net als de vader en grootvader van Pieter-Jan bokser is.”

Overgrootvader Walter introduceerde het boksvirus in de familie Kaspereit en besmette zo zijn kleinzoon Pieter-Jan, die zijn zoon Floyd noemde. 

Overgrootvader Walter introduceerde het boksvirus in de familie Kaspereit en besmette zo zijn kleinzoon Pieter-Jan, die zijn zoon Floyd noemde. ©  WOAD

Smal manneke

De Kaspereits lieten nog enkele dingen vallen. Dat Walter in 1926 net niet de Olympische Spelen in Berlijn haalde en dat hij de sparringpartner was van de toenmalige wereldkampioen, Max Schmeling.

Peter Kaspereit. 

Peter Kaspereit. ©  BERT DE DEKEN

“Zet die maar in het rijtje van de grote wereldkampioenen bij de zwaargewichten, zoals Joe Louis en Muhammad Ali”, aldus Peter. “Ik heb altijd opgekeken naar mijn vader, hij heeft het toch ver gebracht.”

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoorde Walter tot Hitlers elitetroepen. Een motorongeluk verhinderde hem om nadien nog te boksen. Bij Peter begon het pas op de middelbare school te kriebelen. “Ik was een smal manneke van Duitse afkomst, dus ik werd al eens gepest. Toen ik een keer een mep kreeg, heb ik besloten te leren boksen om het die andere ooit betaald te zetten.”

In tijden van fake news is wantrouwen een tweede natuur geworden voor echte journalisten. Ik doe dus erg m’n best om hetzelfde te krijgen. Thuis googelde ik de naam Walter Kaspereit. Het eerste zoekresultaat was een document in de Vlaamse ScriptieBank, met als titel Tussen trots en ontnuchtering: mijn Duitse grootvader & het Derde Rijk en geschreven door Kathy Leysen, het eerste kleinkind en petekind van Walter.

Daaruit bleek dat de Kaspereits me geen blaasjes wijs hadden gemaakt. Ik schreef mijn stukje, stuurde het door naar Antwerpen en dook in de scriptie van Kathy. Wist ik veel dat ik op het punt stond een waargebeurd verhaal tot mij te nemen dat het scenario van menig oorlogsfilm overtreft.

Leibstandarte-SS

Walter vertelt over zijn jeugd, hoe hij opgroeide in Oost-Pruisen, niet ver van de grens met Litouwen, in een gezin met elf kinderen van wie er vier gestorven waren in de Eerste Wereldoorlog voor hij geboren werd. Wanneer hij 15 jaar is, krijgt hij op café een pak slaag waarna een onbekende hem introduceert tot het boksen. De jongeman sluit zich ook aan bij de Hitlerjugend, de nationaalsocialistische jeugdbeweging, omdat de leden zo’n mooi uniform mochten dragen. De NSDAP genoot populariteit in Oost-Pruisen omdat de inwoners hoopten dat de partij van Adolf Hitler hun redding uit de armoede zou zijn.

Op zijn 17de sluit Walter aan bij de Freiwilliger Arbeitsdienst, een door de staat gesubsidieerde organisatie die de werkloosheid bestreed door te helpen met civiele en agrarische bouwprojecten. Daarna meldt hij zich aan voor een plekje bij de Leibstandarte-SS Adolf Hitler, de persoonlijke lijfwacht van de Führer die bestaat uit Arische supermannen. Uit meer dan vierhonderd kandidaten is hij een van de vier gekozenen. “Ik zag mezelf bij de Leibstandarte vooruitkomen in het boksen, dat is alles wat ik wou.” Met tegenzin leert Walter marcheren en de Hitlergroet brengen.

De klak van Hitler

De fiere Duitser is op dat moment nog geen 20 en heeft nog altijd iets kwajongensachtig in zich. “Ik heb wacht gestaan voor de Arbeitszimmer van Hitler. Hij was er niet maar godverdekke, zijn klak lag er wel. Ik dacht: ‘Als ik die nu opzet, dan schrijf ik naar huis dat ik Hitler zijn klak heb opgezet’. Het was meer een jongensstreek dan mannelijk. Ik heb ook nog zijn gordel omgedaan. Er hing toch geen pistool aan, dat droeg hij niet.”

Als chauffeur voor de elitetroepen ziet Walter beruchte mannen als Hermann Göring (“die was werkelijk heel graag gezien”) en Heinrich Himmler (“die konden we allemaal niet uitstaan”) in levenden lijve en maakt hij kennis met het uitgaansleven van Berlijn. Maar in de zomer van 1941 is het gedaan met de pret. Walter krijgt het bevel om te gaan vechten aan het oostfront. Lugubere details zoals bergen dode Russen en het afgeschoten hoofd van een luitenant dat in zijn handen belandt, doen hun intrede in zijn verhaal.

Door omstandigheden krijgt Walter de leiding over de 2. Sanitätskompanie van de Leibstandarte-SS Adolf Hitler, een medische compagnie. Het enige schot dat hij lost, is op een kieken. Voor de verspilde kogel krijgt hij veertien dag straf van de Kompanieführer, uit te zitten na de oorlog. “Ik heb het nooit nicht gezeten.”

Met de motor naar Stalingrad

De geschiedenis herhaalt zich. Walter belandt in plaatsen met bekende namen, zoals Marioepol, waar de soldaten zonder winterkledij temperaturen onder min 40 graden Celsius moeten trotseren, en Charkov. Afgezien van drie maanden in Frankrijk en Italië (“Ik heb het in mijn ganse leven niet zo goed gehad als in Parijs, ja”) verblijft hij bijna de hele Tweede Wereldoorlog aan het oostfront.

Wanneer een ordonnans verongelukt, meldt Walter zich vrijwillig aan om hem te vervangen. Na een motorongeluk op een brug in de buurt van Stalingrad, de Russische stad waar Hitler de oorlog verliest, heeft Walter voor de rest van zijn leven hoofdpijn en moet hij noodgedwongen zijn bokscarrière opgeven. Tijdens de terugtrekking van de Duitse troepen krijgt hij permissie om met verlof te gaan. Maar thuis ligt een telegram te wachten met het bevel om naar het Belgische Turnhout te vertrekken.

In de hoofdstad van de Kempen kent Walter voor het eerst weer enkele maanden vrede. Hij wordt er gepromoveerd en onderscheiden voor wat hij in Oekraïne en Rusland gepresteerd heeft. In Beerse moet hij een nieuwe compagnie oprichten. De Jachthoorn is zijn stamcafé en hij leert zijn toekomstige vrouw kennen.

Nooit geweten

De Amerikaanse inval in Normandië en het von Runnstedt-offensief in de Ardennen doen het krijgsgeweld opnieuw hoog oplaaien. Aan het einde van de oorlog moet Walter naar Oostenrijk en Hongarije, waar de Russen aan de deur kloppen. Uiteindelijk wordt hij gevangen genomen door Amerikanen. Zo belandt hij in Ebensee. “Dat was een concentratiekamp. Het was de eerste keer dat we daarvan hoorden. Wij waren frontsoldaten, wij hebben het nooit niet geweten.”

De bekende generaal Patton komt er op bezoek om de beruchte elitetroepen van Hitler met eigen ogen te zien. Hij is niet onder de indruk.

Walter Kaspereit was lid van Hitlers elitetroepen.

Walter Kaspereit was lid van Hitlers elitetroepen. © RR

Walter trouwde begin december 1945 met zijn Turnhoutse liefde Emilia. Een paar dagen later wordt hij gevangen genomen door de Engelsen en naar Schaarbeek gevoerd. Uiteindelijk komt hij pas in de zomer van 1946 vrij. Na zes jaar in Duitsland vestigt het gezin Kaspereit zich in de Noorderkempen.

Trots

Deze waanzinnige, waargebeurde geschiedenis was ideaal om op te vissen als straf verhaal. Maar nog belangrijker: ik kon eindelijk bronnen checken en onwaarheden corrigeren. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat de 16-jarige Walter, die dan nog maar een jaartje bokst, in aanmerking kwam voor deelname aan de Olympische Spelen in Berlijn van 1936 (dus niet 1926). Max Schmeling begon zijn professionele carrière in 1924, toen Walter 4 was, en was al een grote naam toen Walter begon te boksen. Opnieuw onwaarschijnlijk dus dat de man die met Joe Louis en Max Baer streed om wereldtitels, een onervaren tiener als sparringpartner had.

Het maakt het verhaal van Walter niet minder mooi. En het mag de trots van de familie niet minder groot maken. Benieuwd of kleine Floyd ondertussen al in de ring gestaan heeft, of toch voor voetbalschoenen of een koersfiets gekozen heeft.

MEER OVER Het Strafste Verhaal

Aangeboden door onze partners
Meer nieuws uit de Kempen

citta Kempen

Mobiliteit in de Kempen

Vastgoed

Jobs in de regio