Luc Goiris, Annelies Bredael en coach Eric Cordemans bij hun aankomst in Willebroek in 1992. 

Luc Goiris, Annelies Bredael en coach Eric Cordemans bij hun aankomst in Willebroek in 1992. © rr

1992: het jaar dat Willebroek hofleverancier van het Belgisch Olympisch team was

Willebroek -

Op 2 augustus zal het precies dertig jaar geleden zijn dat roeister Annelies Bredael uit Willebroek een zilveren medaille behaalde op de Olympische Spelen in Barcelona. Later dat jaar zou ze ook nog de Trofee voor Sportverdienste krijgen en werd ze verkozen tot Sportvrouw van het jaar. Het was niet alleen voor Bredael een topjaar, maar ook voor de gemeente Willebroek, die in 1992 maar liefst drie atleten afvaardigde naar de Spelen. Ik was toen zelf roeier en maakte de voorbereiding op de sportieve topprestaties van de Willebroekenaars van dichtbij mee. Een terugblik op een memorabel jaar…

Ward Bosmans

Nieuws melden? Tip hier onze redactie

 

Ward Bosmans (60)

Werkt sinds 2017 voor GVA

wardbosmans@telenet.be

gva.be/tip of sms gratis naar het nummer 8100

Meer nieuws over Willebroek? Volg onze Facebookpagina Gazet van Willebroek.

Dertig jaar was ik in 1991. Een jaar voordien was ik gehuwd, en dat begon zich stilaan te vertalen in een wassend welzijnsbuikje. Iets wat ik tot dan toe niet gewoon was. Als puber was ik altijd al een frêle ventje geweest. En van 1978 tot pakweg 1986 had ik vrij intensief aan sport gedaan.

Van bij de oprichting van roeivereniging TRT Hazewinkel in 1978 was ik gebeten door de roeimicrobe. Na een mislukte carrière als voetballer, volleyballer en squasher had ik eindelijk een sport gevonden waar ik mij goed bij voelde. Door de dagelijkse, intensieve trainingen kreeg mijn tengere lichaam wat meer vorm en mijn zelfvertrouwen een boost. De roeisport maakte van mij een nieuwe mens.

Een van de eerste foto’s van onze reporter als roeier in 1980

Een van de eerste foto’s van onze reporter als roeier in 1980 © rr

Terug naar 1991 en mijn welzijnsbuikje… Na enkele jaren zonder roeien was ik ruim twintig kilogram bijgekomen. En dus besloot ik om de draad weer op te nemen. Ik was meteen de oudste van alle competitieroeiers bij TRT Hazewinkel. Mijn doelstelling was om als lichtgewicht te gaan roeien, een categorie die in mijn vorig roeileven nog niet bestond. Als lichtgewicht mag je maximaal 72,5 kilogram wegen. Geen gemakkelijke uitdaging, want ik woog er toen ruim 90.

Berlijnse Muur

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur. Later zou blijken dat dat de onrechtstreekse aanleiding was voor enkele van de mooiste jaren van mijn leven. Ik verklaar mij nader… Na de val van de Berlijnse Muur trok de Vlaamse Roeiliga in 1991 met Jorg Weissig een Oost-Duitse bondscoach aan. De man, die al een eind in de vijftig was, verbleef in een van de chalets op het Bloso-sportcentrum Hazewinkel.

Samen met Luc Goiris (links in de boot) ging ik ieder morgen om 6u trainen.

Samen met Luc Goiris (links in de boot) ging ik ieder morgen om 6u trainen. © rr

Mijn clubgenoten bij TRT Hazewinkel, Luc Goiris en Annelies Bredael, stonden op dat moment op de rand van een internationale doorbraak. Ikzelf, bezig aan een bescheiden comeback, trainde naarstig mee met hen. Ook toen Jorg Weissig het trainingsvolume zowat verdubbelde, bleef ik meetrainen met de toproeiers.

Ochtendstond

Dat betekende dat ik in het najaar en de winter van 1991 elke weekdag om 5.30u ’s morgens opstond om tegen 6u op Hazewinkel aan een training van anderhalf uur te beginnen op een indoor roeitoestel. Luc Goiris, Jorg Weissig en ik. Meer volk was er niet in de fitnessruimte.

Weissig zat op een stoel in een hoekje van de zaal. Hij zei weinig tot niks, maar hield ons de hele tijd nauwlettend in de gaten. Onder mijn roeitoestel stond na elke training een grote plas zweet. In een paar maanden tijd was ik twintig kilogram kwijt. Na een verkwikkende douche ging ik werken. Tijdens de middagpauze ging ik vaak nog een half uurtje lopen en ’s avonds na het werk trainde ik nog eens twee uur. Powertraining, lopen of roeien op het water. Ook in het weekend waren er twee trainingen per dag en roeiden we soms tot tachtig kilometer. De filosofie van Jorg Weissig was om een hele brede basis te leggen om daar op verder te bouwen.

Annelies Bredael (tweede van rechts) op haar eerste Olympische Spelen in Seoul in 1988 met links van haar Lucia Foque, ook uit Willebroek.

Annelies Bredael (tweede van rechts) op haar eerste Olympische Spelen in Seoul in 1988 met links van haar Lucia Foque, ook uit Willebroek. © rr

Terwijl Luc Goiris mijn trainingsmaatje was, zag ik Annelies Bredael alleen tijdens de avondtrainingen en in het weekend. Zij werkte in de Opel-garage van haar ouders en had de luxe om overdag te kunnen trainen. “Ik wou mijn job niet opgeven om fulltime met mijn sport bezig te zijn. Alleen maar roeien zou te saai geweest zijn voor mij”, zei Annelies daarover.

Annelies Bredael aan de start van een wedstrijd.

Annelies Bredael aan de start van een wedstrijd. © rr

1991 was een bijzonder jaar voor haar. Een week voor ze naar het wereldkampioenschap in Wenen zou trekken, overleed haar vader heel onverwacht. Hij kreeg een hartaderbreuk tijdens een wandeling in de Ardennen. Ondanks die zware klap voor de familie Bredael besloot Annelies toch om aan het WK deel te nemen. Ze won een bronzen medaille in de damesskiff en behoorde ineens tot de wereldtop.

Helemaal een verrassing was dit resultaat ook niet. Annelies had al mooie uitslagen behaald in andere boottypes. In 1988 eindigde ze bijvoorbeeld zesde in de dubbelvier op de Olympische Spelen in Seoul. En op de Belgische kampioenschappen won TRT Hazewinkel, onder aanvoering van Annelies Bredael, van 1989 tot 2000 alle zes de te verdelen titels bij de dames. Maar het brons in Wenen was wel haar eerste WK-medaille en een echte doorbraak als skiffeuse (éénpersoonsroeiboot). De trainingen met Jorg Weissig wierpen al na enkele maanden hun vruchten af. Annelies was meteen een van de favorieten voor de Olympische Spelen, een jaar later in Barcelona.

Ook Luc Goiris roeide in 1991 een paar mooie resultaten bij elkaar met zijn Gentse ploegmaat Jaak Vandriessche in de twee zonder stuurman. Ook hun Olympische selectie stond niet ter discussie.

Surfster Christ’l Smet.

Surfster Christ’l Smet. © rr

Ik heb het nog niet gehad over die derde Willebroekse Olympiër. Ik leerde Christ’l Smet kennen toen we samen les gaven bij Bloso. Zij gaf windsurflessen, ik roei-initiatie. Ze was op dat ogenblik de beste surfster van ons land en ver daarbuiten. Christ’l behoorde tot de topdrie van de wereld, ze won een wereldbekermanche in Thailand en was meer dan twintig keer Belgisch kampioen.

Net als Annelies Bredael en Luc Goiris was zij al snel zeker van een selectie voor de Olympische Spelen. Ze zou uiteindelijk een mooie vijftiende plaats behalen in het windsurfen.

Annelies Bredael na haar medaillerace in Barcelona 1992.

Annelies Bredael na haar medaillerace in Barcelona 1992. © rr

Het is best een unicum voor een relatief kleine gemeente als Willebroek (toen een goeie 20.000 inwoners) om drie atleten af te vaardigen naar de Olympische Spelen. Al even straf was het feit dat de Willebroekse roeivereniging TRT Hazewinkel op vier achtereenvolgende Olympische Spelen telkens twee deelnemers aan de start had.

Finale

Met een twintigtal roeiers van TRT Hazewinkel zaten we op een zondagvoormiddag 2 augustus 1992 in ons clubhuis naar de Olympische finale van Annelies Bredael te kijken. De dag ervoor waren Luc Goiris en Jaak Vandriessche al mooi vijfde geworden, maar voor de start van de vrouwenskiff droomden we van een medaille. Het was nagelbijten.

We herkenden André Brissinck, een internationale scheidsrechter uit Oostende, die de start mocht geven van Annelies’ wedstrijd. Het was de Roemeense Elisabeta Lipa die resoluut de leiding nam en haar voorsprong stelselmatig uitbouwde op de rest van het veld. Annelies Bredael streed samen met de Amerikaanse Marden, de Canadese Laumann en de Zweedse Brandin voor de medailles.

Van de wedstrijd werd zelfs een film gemaakt rond het leven van Silken Laumann, die door Bredael werd verslagen in de strijd voor het zilver. Laumann was tijdens de finale herstellend van een zeer ernstig ongeval waardoor ze in en uit haar boot moest geholpen worden.

Op het podium van de Olympische Spelen samen met de Roemeense Elisabeta Lipa en de Canadese Silken Laumann.

Op het podium van de Olympische Spelen samen met de Roemeense Elisabeta Lipa en de Canadese Silken Laumann. © CP

Toen Annelies over de meet kwam, barstte in het clubhuis van TRT Hazewinkel een feest los dat nog de hele dag zou duren. We vatten al snel het plan op om met een colonne auto’s, versierd met Belgische vlaggen, al toeterend door het centrum van Willebroek en Mechelen te rijden.

Ook een paar dagen later, toen Annelies en Luc op Zaventem landden, trokken we met een uitgebreide delegatie naar de luchthaven om onze roeihelden een warm welkom te geven.

Belgische kampioenschappen

Anderhalve maand na de Olympische finale lag ik zelf aan de start van het Belgisch kampioenschap. Het waren een beetje mijn persoonlijke Olympische Spelen. Ik zou uitkomen in de dubbelvier, de vier zonder stuurman en de acht met stuurman bij de lichtgewichten.

Onze reporter met pet en snor in de boot waarmee hij Belgisch kampioen werd.

Onze reporter met pet en snor in de boot waarmee hij Belgisch kampioen werd. © rr

De lichtgewichten, jawel, want ik was in mijn opzet geslaagd. Ik flirtte weliswaar met de grens van 72,5 kilogram, maar met een aangepast dieet haalde ik mijn wedstrijdgewicht. Ik zat onder andere in de boot met Tony De Borger, die later de echtgenoot zou worden van Annelies. We slaagden erin om onze drie wedstrijden overtuigend te winnen.

De drie Belgische gouden medailles rond mijn nek voelden voor mij als een Olympische titel. Het harde labeur van de wintermaanden wierp ook bij mij zijn vruchten af. Ik vroeg mij wel eens af wat er zou gebeurd zijn mocht de Berlijnse Muur niet gevallen zijn.

Annelies met haar zilveren medaille

Annelies met haar zilveren medaille © rr

Door het succes op nationaal niveau in 1992 was ik vastbesloten om ook internationaal te scoren. Het lichtgewicht roeien was ondertussen ook een Olympische discipline geworden en ondanks mijn 32 jaar zag ik het helemaal zitten. Mijn vrouw iets minder. Zij bleef tijdens trainingsweekends en wedstrijden te vaak alleen achter om te zorgen voor onze dochter Evelien, die in 1992 geboren werd.

In het voorjaar van 1993 mocht ik een eerste keer proeven van internationaal toproeien. Met een dubbelvier lichtgewicht werden we geselecteerd voor een wedstrijd om de World Cup. Het resultaat was teleurstellend. We kwamen meer dan twintig seconden achter de winnaar over de finish. Voorbij de droom.

Nieuwe uitdaging

Enkele weken later stond Jorg Weissig op een avond plots aan mijn deur. Hij wond er geen doekjes om… “Ward, Ich glaube nicht, dass du es auf internationaler ebene schaffen wirst. Aber ich sehe in Ihnen einen guten trainer. Was denkst du?”

De traditie wil dat men de stuurman (onze reporter) na een overwinning in het water gooit.

De traditie wil dat men de stuurman (onze reporter) na een overwinning in het water gooit. © rr

Het was een bittere pil om te slikken. Voor mezelf was ik nog niet klaar met mijn droom. Maar ja… als de bondscoach je persoonlijk komt vertellen dat het niks zal worden. Bovendien had ik in het verleden al mijn trainersdiploma behaald en dus werd ik trainer van mijn club TRT Hazewinkel. Toch werd ik in 1993 nog een laatste keer Belgisch kampioen… als stuurman in de vrouwenacht die aangevoerd werd door… Annelies Bredael.

Helemaal rechts onze reporter als trainer van dit legertje Belgische kampioenen.

Helemaal rechts onze reporter als trainer van dit legertje Belgische kampioenen. © rr

De jaren daarna mocht ik als trainer mee naar World Cups en andere kampioenschappen. Ik trainde de mensen met wie ik daarvoor samen had geroeid. Tot mijn eigen verbazing vond ik voldoening in die job. Vooral toen TRT Hazewinkel-roeier Stijn Smulders, die ik zelf van nul begeleid had, geselecteerd werd voor de Olympische Spelen in Sydney. Of toen Irja Ven, die ik eveneens leerde roeien, het nationale record indoor roeien van Annelies Bredael brak en haar even later ook opvolgde als Belgisch kampioen in de damesskiff.

Annelies Bredael is nog steeds actief in het roeien.

Annelies Bredael is nog steeds actief in het roeien. © Dirk Vertommen

Ondertussen ben ik al lang geen lichtgewicht meer. Ook de job als coach moest ik opgeven. Om professionele redenen volgde ik het roeien sinds 2002 vooral vanop de achtergrond. In 2019 kreeg ik de vraag om voorzitter van TRT Hazewinkel te worden. De cirkel was rond.

In het bestuursorgaan van onze vereniging ben ik omringd door een aantal zeer geëngageerde mensen. Onder hen ook een zekere Annelies Bredael. Ze is niet alleen in onze club verantwoordelijk voor het competitieroeien, maar ook binnen de Vlaamse Roeiliga is ze bevoegd voor topsport.

Het was een voorrecht om al die topprestaties mee te mogen beleven vanop de eerste rij. En door enkele jaartjes mee te trainen met de topatleten heb ik een eeuwig respect voor iedere sporter die zijn hele jonge leven opoffert voor zijn of haar sport.

En mocht je het je afvragen… Noch Annelies Bredael, noch Luc Goiris verdiende destijds een euro met hun prestaties. Tenzij dan een premie van het BOIC.

En oh ja, ook nog dit weetje… Toen Annelies tijdens haar topjaren in het UZ Gent inspanningstesten deed, scoorde ze op alle vlakken beter dan de gemiddelde mannelijke voetballers uit de Belgische nationale reeksen. Of nee, ik zou liegen: op financieel vlak waren de voetballers beter af.

MEER OVER Het Strafste Verhaal

Aangeboden door onze partners

Mobiliteit in Mechelen

Vastgoed

Jobs in de regio