’Nonkel Arno’ is een boegbeeld in de Antwerpse graffiti geschiedenis. 

’Nonkel Arno’ is een boegbeeld in de Antwerpse graffiti geschiedenis. © Patrick De Roo

Geschiedenis van de Antwerpse graffiti in kaart: “Geen New York, maar we werden geroemd in elke uithoek van de wereld”

Antwerpen -

Antwerpen en graffiti zijn al decennialang onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vanuit alle uithoeken van de planeet streken ‘writers’ hier neer om een werkje te maken op een van de legendarische muren. Dat mythische karakter mag dan misschien wat weggeëbd zijn, de geschiedenis is dat niet. Gazet van Antwerpen dook met local legend ‘Nonkel Arno’ in het archief en wandelde met hem doorheen de Antwerpse graffitigeschiedenis.

“Het is misschien niet algemeen geweten, maar graffitimuren in onze stad werden wereldwijd geroemd. Het was geen New York, maar Antwerpen genoot aanzien.” Van dat glorieuze verleden is niet al te veel meer merkbaar, maar geen nood: een aantal vrijwilligers werken momenteel hard aan een stadskroniek over graffiti in Antwerpen. Een van hen is Arno Arnouts, boegbeeld van de Antwerpse scene.

Arno Arnouts op de legendarische spot van Sint-Andries, met achter hem het eerbetoon aan de periode.

Arno Arnouts op de legendarische spot van Sint-Andries, met achter hem het eerbetoon aan de periode. © Patrick De Roo

Als ambassadeur van de Antwerpse graffiti en expert ter zake, is er geen betere gids denkbaar. Arno neemt ons mee naar Sint-Andries, en meer bepaald naar het Munthof. “Jarenlang het epicentrum van de graffiti. Maar laten we de geschiedenis respecteren: alles begon eigenlijk op het Frans Halsplein.”

Artistieke heiligschennis

We schrijven eind jaren ’80. In de Bronx was hiphop aan een steile opmars bezig. De brede cultuurstroming omvatte verschillende takken waarvan graffiti er één was. “Al gauw waaide de hiphop state of mind over naar Europa en ook in Antwerpen passeerde het niet zomaar. Het Frans Halsplein ontwikkelde zich als bakermat. Niet onlogisch, want in de buurt kon je terecht voor fanzines en vinylplaten van Amerikaanse hiphoppers.”

Het Frans Halsplein is de bakermat van de Antwerpse graffiti. Nog steeds is er hier en daar wat graffiti zichtbaar.

Het Frans Halsplein is de bakermat van de Antwerpse graffiti. Nog steeds is er hier en daar wat graffiti zichtbaar. © Dirk Kerstens

“Antwerpenaren kwamen er samen om te rappen, maar ook graffiti won aan populariteit. ‘Stack’ speelde daar een grote rol in. Hij zat mee in de Belgian Hiphop Alliance en had als fotograaf van een cultureel magazine wereldwijde connecties”, zegt Arno. Zijn werk sijpelde door naar jongeren zoals ‘Duck’ en ‘Arkis’, die zich opwierpen als baanbrekers van de verfspuiterij.

De pioniers gingen aanvankelijk vooral op afgelegen plaatsen te werk. “Legaal of illegaal was toen geen kwestie. Writers, zoals graffitikunstenaars weleens worden genoemd, wilden vooral creëren.” Maar de groeiende populariteit kende stilaan ook een keerzijde. Graffiti, en dan vooral ‘tags’, gestileerde handtekeningen van artiesten, waren steeds meer legio in het straatbeeld. Dat haalde bij menig buurtbewoner de woede op de hals.

Directeur komt met oplossing

In 1993 kwam de directeur van basisschool De Vrije Jacob met een oplossing. Hij stelde een muur ter beschikking waarop writers hun gang mochten gaan. “De eerste legale ‘piece’ is daar gezet, het werd gedoogd”, vertelt Arno. Maar ook dat liedje duurde niet al te lang.

De muur ontsnapte namelijk niet aan de aandacht van kunstenaars van buitenaf. “Arkis en Duck hielden zich aan de afspraak en beperkten zich tot de muur, anderen deden dat niet. Het kwam zelfs zover dat een Gentse artiest over het Mariabeeld boven de schoolpoort spoot.

De schooldirecteur van De Vrije Jacob stelde een muur ter beschikking. Die is ondertussen verdwenen.

De schooldirecteur van De Vrije Jacob stelde een muur ter beschikking. Die is ondertussen verdwenen. © Dirk Kerstens

Dat in combinatie met een aanzienlijk aantal tags in de straten deden de emmer stilaan overlopen. Velen beschouwden het als illegaal vandalisme en waren graffiti liever kwijt dan rijk. Ook op politiek vlak raakten de gemoederen regelmatig verhit. Onder meer Filip Dewinter wilde alles aan banden leggen.”

Positieve projecten

Maar lang niet overal werd graffiti afgeschilderd als een verderfelijke kunstvorm. Eind jaren ’90 vond in Antwerpen de eerste officiële ‘jam’ plaats in de skateplanet. Dat is een bijeenkomst waarbij writers op één plaats samen schilderen, feesten en chillen. “Mensen beseften dankzij die jam dat graffiti niet altijd gelinkt hoeft te worden aan roekeloos vandalisme. Ze zagen wat er achter schuilging en apprecieerden het langzamerhand als kunstvorm”, zegt Arno.

Intussen verplaatste het epicentrum van de Antwerpse scene zich van het Frans Halsplein naar het Munthof in Sint-Andries. “Begin jaren 2000 was dat niet meer dan een braakliggend stuk grond. Matthias Schoenaerts, onder zijn alias Zenith, leefde zich er uit met Chase en Bué, de tweede generatie Antwerpse writers. Eigenlijk maakte niemand er een probleem van. Het merendeel van de tijd konden zij gewoon hun gang gaan, al hield de politie wel steeds een oogje in het zeil en werden er af en toe spuitbussen in beslag genomen. Maar graffiti werd er jarenlang gedoogd.”

Van de legendarische spot in Sint-Andries is vandaag nauwelijks nog iets merkbaar.

Van de legendarische spot in Sint-Andries is vandaag nauwelijks nog iets merkbaar. © Patrick De Roo

In 2002 vond op het Munthof de allereerste ‘Meeting of Styles’ plaats, een grootschalig en internationaal graffiti-event. “Schoenaerts nam daar het initiatief voor en de jeugddienst zette er zijn schouders onder. Om problemen te vermijden vertelden we de politie dat het om muurschilderingen ging.”

“Verschillende edities van Meeting of Styles hadden een grote impact: op één weekend passeerden meer dan 4.000 mensen op het Munthof. Er werd gebarbecued, gedronken en gedanst, het was een groot volksfeest. Het plein steeg in ieders achting en vanuit alle hoeken van de wereld kwamen artiesten hun werk showen op de muren onder de kerktoren van Sint-Andries. Het is de belangrijkste Wall of Fame die we ooit hebben gehad. Stadsgidsen konden de plaats niet langer links laten liggen.”

Een van de weinige restanten uit de gouden periode van Sint-Andries.

Een van de weinige restanten uit de gouden periode van Sint-Andries. © Patrick De Roo

In 2012 kwam er echter een einde aan het graffitiverhaal op het Munthof. “Het lot van het plein was lang onzeker, maar stilaan werd duidelijk dat men graffiti uit de binnenstad wilde bannen. Ze wilden van het Munthof een ontmoetingsplek maken en dat luidde het einde in van een historisch hoofdstuk. Het enige wat rest is een eerbetoon en wat kleinschalige overblijfsels.”

Ondertussen had de stad wel werk gemaakt van ‘erkende’ graffitiplaatsen. Een term die ze bewust kozen om af te stappen van het binaire legaal-illegaal. “In 2008 opende de eerste onder de brug in Park Spoor Noord. Later volgden vergelijkbare projecten in Hoboken en Berchem. Het epicentrum verplaatste zich de afgelopen jaren dan ook steeds meer van het centrum naar de districten.”

De eerste legale spot van Antwerpen in Park Spoor Noord. 

De eerste legale spot van Antwerpen in Park Spoor Noord. ©  Dirk Kerstens

Die omwenteling beïnvloedde de publieke perceptie tegenover graffiti. “Mensen kregen opnieuw inzicht in de manier waarop graffiti tot stand komt, waardoor hun waardering steeg. Ook de rol van sociale media hierin is niet te onderschatten, zo stelt Arno.

“Sinds 2010 zorgen zij mee voor de ontwikkeling van streetart, waarvan graffiti een vorm is. Het bereikt meer mensen en dankzij grote openbare projecten valt er bovendien grof geld mee te verdienen. Dat clasht natuurlijk met de visie van hardcore writers, die nog steeds van mening zijn dat graffiti illegaal moet zijn. Zij zijn vaak aanhangers van de anti-stijl, een tegenreactie waarin het niet draait om kwaliteit, maar wel om gewoon iets maken. Dat kan vaak bewust heel lelijk zijn.”

Grote streetartprojecten zoals deze op de Scheldelaan zijn steeds meer legio.

Grote streetartprojecten zoals deze op de Scheldelaan zijn steeds meer legio. © Patrick De Roo

“Dat illegale circuit ga je nooit aan banden kunnen leggen, maar de erkenning zorgt er wel voor dat jonge writers veilig en rustig aan de slag kunnen. Het spannende mag dan wat ontbreken, ze krijgen wel de kans om zich te ontwikkelen. Iets wat talentvolle jeugd vroeger niet kon.”

En zo evolueert graffiti steeds meer tot een breedgedragen geaccepteerde kunstvorm. “Het komt nog nauwelijks negatief in het nieuws en ook de stad pakt het goed aan, met onder meer een gratis verwijderbeleid. Beetje bij beetje zet de lokale scene stappen. De toekomst ziet er zeker en vast niet slecht uit.” (lava)

CITTA

Aangeboden door onze partners

Vastgoed

Jobs in de regio