De brandweermannen moesten hun kledij na de brand laten vernietigen. 

De brandweermannen moesten hun kledij na de brand laten vernietigen. ©  Bert Hulselmans

Gele vlek op borst herinnert me nog elk jaar aan zware brand in Deurne

De brand die op 13 april 1991 woedde bij het chemisch bedrijf Protex langs het Albertkanaal in Deurne speelde zich ook figuurlijk af in vorige eeuw, in een tijd zonder gsm’s of andere elektronische hulpmiddelen. De brand bleef veertien jaar lang in het nieuws en het is ook een gebeurtenis die me lichamelijk achtervolgt en die elke keer doet denken aan de risico’s van het beroep van verslaggever.

Johan Van Baelen

Nieuws melden? Tip hier onze redactie

Johan Van Baelen (62)

Werkt sinds 1985 voor GVA 

johan.van.baelen@gazetvanantwerpen.be

gva.be/tip of sms gratis naar het nummer 8100

Meer nieuws over Deurne? Volg onze Facebookpagina Gazet van ’t Stad

Het was een mooie zaterdagmiddag in april. We gingen met de Antwerpse journalisten voetballen in het Peerdsbos. Antwerpen had toen nog regionale redacties van De Standaard-Het Nieuwsblad, Het Volk, De Morgen, De Nieuwe Gazet-Het Laatste Nieuws en natuurlijk Gazet van Antwerpen. De journalisten van die kranten zagen elkaar dagelijks op het stadhuis, op het parket of bij de politie. Af en toe lieten we de concurrentie varen om samen bijvoorbeeld een matchke te spelen bij Sint-Anna op Linkeroever, bij de rijkswacht of op het Bloso-veld in het Peerdsbos in Brasschaat.

Zoals elk weekend hadden enkele collega’s wachtdienst, ze moesten uitrukken als er nieuws was. Daarvoor hadden ze in het beste geval een semafoon of semadigit bij. Een semafoon was een toestelletje ter grootte van een bankkaart dat na een fluittoon een code gaf. Door die code wist je wie je op een vaste telefoonlijn moest bellen. Een semadigit ging een stapje verder: die gaf in één klap het telefoonnummer van de persoon die jou wilde bereiken.

Knal in Merksem

We hadden nog geen semafoon gehoord toen we tijdens de derde helft een knal hoorden en vrij snel een zwarte rookpluim zagen, schijnbaar boven Merksem. We vertrokken druppelsgewijs uit het Peerdsbos, mijn toenmalige collega Anne De Graaf zaliger en ikzelf waren eerst weg. Op de Bredabaan in Merksem kregen we semadigits van onze scannerman. Die luisterde de gesprekken af van brandweer en politie met een scanner, zodat hij ons snel ter plaatse kon sturen als er iets gebeurde.

Toen we over de brug Van den Azijn reden, zagen we de brand. Naast de brug, in de Belcrownlaan, brandde een hangar als een toorts, een grote zwarte rookzuil was kilometers ver te zien. In Deurne kleurde de hemel bruinig en mensen vergeleken het met beelden van de Golfoorlog in Koeweit een jaar eerder. De brandweer was er nog niet. Anne en ik spoedden ons zo dicht mogelijk naar de rampscene.

Dat had iets vreemds: we zagen politie en brandweer toekomen. De politie spande een perimeter af met plastic linten. Maar wij stonden gewoon in die perimeter. Onze collega’s die later waren gekomen, moesten afstand houden. Niet dat het ertoe deed. Er was nog geen snelle berichtgeving en internet bestond niet. Toch hielden we van achter het lint onze collega Guy Fransen op de hoogte. Fotograaf Bert Hulselmans was in de buurt, foto’s zouden wel volgen.

De brandweer kreeg het vuur pas na vijf volle uren onder controle. Het was zaterdagavond, we hadden meer dan tijd om onze artikels voor de maandagkrant te schrijven.

Spoeddienst vol brandweer

Maar thuis kreeg ik keelpijn en pikten mijn ogen. “Van de rook”, denk je dan. Anne had dezelfde klachten en de nacht had geen soelaas gebracht, dus groeide enige ongerustheid. Intussen had ik helgele vlekken op de borstkas. Onze chef Armand Van Linden zaliger twijfelde niet: naar de Spoed. En daar: de verbazing toen we daar meer dan honderd brandweerlui en politie zagen aanschuiven om bloed- en urinestalen af te geven...

De volgende dag brachten we relaas van de brand, maar de mogelijke vergiftiging van de hulpdiensten prijkte op de voorpagina. Burgemeester Bob Cools had die info liever binnenskamers gehouden. Op een persconferentie was hij knorrig, prikkelbaar en uiterst hautain. Maar wij hadden gewoon ons werk gedaan.

Hij had geen reden om tegen ons uit te varen. Het bedrijf, dat handelde in insecticiden en pesticiden, werkte al vier jaar zonder milieuvergunning. Ze hadden die vergunning ruim laat aangevraagd, maar geen enkele overheid had intussen gereageerd. Meer nog, in 1988, een jaar na het verstrijken van de oude vergunning, had de Administratie Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu vergeefs aangedrongen op sluiting van het bedrijf.

Een zware rookpluim kleurde Deurne die namiddag bruin. 

Een zware rookpluim kleurde Deurne die namiddag bruin. ©  Bert Hulselmans

Paaseitjes biologisch dood

Toch was die vraag terecht, zo bleek: de brandweermannen die zich in het Stuivenbergziekenhuis meldden, mochten hun schoenen, handschoenen en kledij niet meer aantrekken. Het bluswater werd met tankwagens naar het waterzuiveringsstation aan de Noordersingel (de paaseitjes) gevoerd. De dichtingsringen tussen de slangen van dat transport werden tijdens het gebruik radicaal weggevreten. De micro-organismen die voor de biologische zuivering van het water moesten zorgen in de paaseitjes waren dood.

427 agenten, brandweerlieden, omwonenden en persmensen hadden bloed en urine afgestaan, maar niemand zag ooit resultaat van de eventuele onderzoeken. Terwijl mensen echte klachten hadden en verzekeringsmaatschappijen en ziekenfondsen zich burgerlijke partij stelden, werd het labo van het UZA gepasseerd voor een in Gembloux.

Helft Belgisch volk bedreigd

In januari 2004 besliste de rechtbank dat er geen schadevergoeding zou komen voor een door kanker gestorven agent, noch voor zijn vrouwelijke collega wiens carrière gefnuikt was. Beiden hadden urenlang het verkeer staan regelen in de giftige wolk. De rechtbank vond geen verband tussen de gezondheidsklachten en de illegale opslag van gevaarlijke producten of het werken zonder vergunning. De brand was aangestoken, dus trof de eigenaar geen schuld. “Er lag onder meer twee ton dinitro-orthocresol (DNOC) opgeslagen, genoeg om de helft van de Belgische bevolking te doden”, stelde professor Schepens van het Toxicologisch Centrum van de UIA. Het Hof van Beroep bevestigde een jaar later het vonnis, veertien jaar na die zonnige namiddag.

Elk jaar word ik ten minste één keer aan het drama herinnerd: als ik weer eens onverklaarbaar enkele dagen rondloop met een gele vlek op de borstkas.

CITTA

Aangeboden door onze partners

Vastgoed

Jobs in de regio