Kevin Strijbos (vijfde van links) maakt sinds dit seizoen deel uit van het Kawasaki-team van Kimi Räikkönen, die net voor hem staat. Op de motors vinden we racers Romain Febvre en Ben Watson. 

Kevin Strijbos (vijfde van links) maakt sinds dit seizoen deel uit van het Kawasaki-team van Kimi Räikkönen, die net voor hem staat. Op de motors vinden we racers Romain Febvre en Ben Watson. © rr

Kevin Strijbos coacht tegenwoordig de racers van Kimi Räikkönen, maar beseft dat hij nog veel te leren heeft

Op 10 november zette Kevin Strijbos op 36-jarige leeftijd definitief een punt achter zijn carrière als motorcrosser. Amper een maand later was hij al als coach aan de slag bij het Kawasaki Racing Team van voormalig Formule 1-kampioen Kimi Räikkönen. “Dit is een uitgelezen kans om in het wereldje te blijven”, zegt Strijbos.

Marcel Bernaerts

Hoe snel heb je de switch naar het trainerschap gemaakt?

Kevin Strijbos: “De eerste contacten werden er al tijdens de laatste twee wedstrijden van het voorbije seizoen gelegd. Ik werd gepolst door de entourage van Kimi Räikkönen met de vraag of ik voor hen als coach wilde komen werken. Aangezien ik heel graag in het motorcrosswereldje wilde blijven, heb ik niet geaarzeld om in te gaan op hun voorstel. Ik zag die uitdaging wel zitten en stond open voor een nieuw avontuur. In december ben ik dan stilaan in de nieuwe job gerold.”

Hoe heb je die eerste maanden ervaren? Hebben ze gebracht wat je ervan had verwacht?

“Omdat ik de laatste jaren van mijn carrière al heel veel zelf deed, was de stap van rijder naar trainer/coach redelijk gemakkelijk te zetten. Qua conditie- en motortraining laat ik de rijders hun ding doen. Bij het fietsen en het lopen durf ik wel een keertje mee te doen, kwestie van toch nog een beetje in beweging te blijven. Ik heb wel moeten aanvaarden dat ik niet iedere sporter op dezelfde wijze kan benaderen. Wat goed was voor mij, is dat niet noodzakelijk voor mijn twee racers.”

Verklaar?

“Romain Febvre heeft al de nodige ervaring, die weet wat hij moet doen om optimaal te presteren. Het heeft, nu hij door een blessure uit is, niet veel zin om hem andere dingen op te dringen. Met Ben Watson heb ik iets meer contact. Dat is een jonge racer die ik nog een beetje naar mijn hand kan zetten. Al moet een crosser er zelf ook voor open willen staan.”

Merk ik daar een vorm van ­frustratie?

“Frustratie is misschien niet het juiste woord, maar ik heb het bij momenten moeilijk om te accepteren als iets niet gaat zoals ik het voor ogen heb. Dan vraag ik me af waarom een rijder bepaalde dingen niet uitvoert. Waarom hij niet harder gaat trainen, al weet ik tegelijkertijd maar al te goed dat niet iedere racer baat heeft bij de hardheid die ik mezelf in het verleden oplegde.”

Hoe zwaar is het dan om wedstrijden van aan de zijkant te beleven?

“Dat valt best mee. Ik besef dat ik langs de kant niet al te veel kan doen. Tijdens wedstrijden probeer ik vooral vooraf wat tips mee te geven. Het frustrerende aan die wedstrijden komt vooral achteraf, als het voor een rijder niet gelukt is te doen wat we als ploeg hadden verwacht. Al kan ik dat redelijk snel loslaten als ik zie dat de rijder er alles aan heeft gedaan, maar dat het om de een of andere reden niet is gelukt. Op dat moment begrijp ik dat na zoveel seizoenen als racer maar al te best.”

Maar mindere resultaten zorgen toch voor druk en spanning.

“We hebben inderdaad niet de beste maanden achter de rug en dat zorgt altijd voor wat extra druk. Na een mindere prestatie voel ik mezelf altijd verantwoordelijk, zelfs al werd er vooraf goed getraind. Dat moet ik nog leren loslaten. Daar moet ik dus nog aan werken. Ik moet toegeven dat het dan af en toe wat kriebelt en ikzelf op die motor wil kruipen. Maar dat gevoel gaat wel snel over, want de grote prijzen volgen elkaar snel op. Je kan niet te lang blijven stilstaan bij een minder resultaat. Je moet vooruit, hè.”

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio