Ritchie De Laet, openhartig over de chronische darmontsteking die zijn leven overhoop gooit. 

Ritchie De Laet, openhartig over de chronische darmontsteking die zijn leven overhoop gooit. ©  Kris Van Exel

Ritchie De Laet openhartig over chronische darmontsteking die zijn leven overhoop gooit: “Die ziekte bracht me op het randje van een depressie”

“Nu heb je een verhaal, hé.” Ritchie De Laet (33) zegt het met een brede glimlach, als het gesprek afgelopen is. Blij dat hij eens in alle openheid zijn hart kon luchten én dat zijn hardnekkige darmproblemen eindelijk onder controle lijken. Een chronische darmontsteking die hem de afgelopen maanden mentaal en fysiek bijna over het randje duwde. “Ik was echt op, totaal leeg, durfde niks meer en ging kapot van de stress. Ik dacht dat mijn carrière voorgoed voorbij was.” Een monoloog, van een rood-witte krijger die vandaag - en hopelijk definitief - terug van weggeweest is.

Peter Goris

“Een week of drie geleden zijn we eindelijk te weten gekomen wat er al die maanden mis was met mij. Het blijkt een chronische aandoening: colitis ulcerosa. Dat is letterlijk een ontsteking van de dikke darm. Uit de tests blijkt dat er al minstens 40 cm van de dikke darm ontstoken is. En dat was dus de échte oorzaak waarom ik zo weinig energie had, heel snel en continu vermoeid was, waarom ik zoveel supplementen nodig had om te functioneren, waarom mijn bloedwaarden niet goed waren…”

“Plotse krampen, dringend en heel vaak naar het toilet moeten…. Ik heb het wellicht al van mijn 18 jaar. Ik heb nooit geweten dat het een naam had, dat het iets chronisch was. Ik dacht gewoon dat ik verkeerd in mekaar gestoken was of verkeerd at of te veel bier of zo dronk (lacht). Het is een ziekte die komt en gaat. De ene periode is het er, dan weer even niet, dan weer wel. Soms in heel lichte vorm, soms heel hevig.”

“Ik had me erbij neergelegd dat er zo’n periodes waren, zolang dat probleem me maar niet te veel stoorde in mijn voetbalcarrière. Maar dat deed het nu wel. Het is nooit zo erg geweest als de afgelopen maanden. Het kwam echt tot een punt waarbij het allemaal te veel werd, in het voetbal én in het dagelijks leven. Je wilt je wel 100 procent geven, maar het gaat niet en je weet niet waarom. Om zot van te worden.”

 

 ©  Jan Van der Perre

Hel

“De laatste drie, vier maanden waren echt de hel. De impact van deze ziekte kan enorm zijn. Er waren dagen dat ik tien tot vijftien keer per dag naar het toilet moest. Langer dan 20 minuten in de auto zitten: ik durfde dat niet. De grootste afstand die ik durfde afleggen, was die van Zoersel naar de Bosuil en terug. Niets meer. Gewoon uit angst dat ik naar het toilet zou moeten gaan. Dan was het zaak om zo snel mogelijk naar huis of de Bosuil te rijden en hopen dat ik onderweg geen buikpijn zou krijgen.”

“Ik had wel een paar trucjes. Zoals ’s morgens, terwijl ik naar de club reed, beginnen telefoneren, met onze papa. Ik hing met hem soms veertig minuten aan de lijn, gewoon blijven zeveren, tot ik op de club aan kwam. Met de gedachte: als ik met iets anders bezig ben, ga ik er niet aan denken.”

“Er zijn dagen geweest dat ik mijn jongste dochter naar school moest doen… Dat is op weg naar de Bosuil misschien één minuutje omrijden. Zelfs dat was een probleem. Dan deed ik die naar school en moest ik daarna eerst terug naar huis rijden om naar het toilet te gaan, voor ik naar de Bosuil durfde vertrekken. Gewoon omdat ik er geen vertrouwen in had, om die minuut extra te doen zonder in de problemen te komen. Ik durfde zelfs niet meer naar het tennis van mijn dochter gaan zien. Ik durfde niks meer. Ik wou gewoon in huis zijn, binnen de vijf meter van een toilet. Zo erg was het.”

“Ik had ook totaal geen energie meer, mijn ijzerwaarden waren enorm laag. Ik kwam wel nog trainen, maar alleen met heel veel moeite. Dan kwam ik om 13.00u thuis en sliep ik drie uur. Vervolgens kwamen de kinderen thuis, aten we iets samen en om 20.00u kroop ik weer in mijn bed. Natuurlijk maakte iedereen zich zorgen, mijn vrouw zeker. Het was ook niet meer houdbaar. Ik lag continu te slapen, op de zetel, of in mijn bed. Dat heeft zo weken geduurd.”

Verkrampt

“Niet alleen thuis en op de trainingen was het slopend, maar ook bij wedstrijden. De eerste helft van het seizoen was het nog oké. Toen liep ik gewoon gefrustreerd rond omdat het zo slecht ging met de ploeg (glimlacht). Maar na de winterstop, in de wedstrijden die ik gespeeld heb, was ik maximaal op vijftig procent. Dit heeft het gros van mijn seizoen om zeep geholpen.”

“De match in Oostende, de tweede na de winterstop, was het eerste kantelmoment. Voor de match was er niets aan de hand. Maar na de rust kwam ik buiten en verkrampte helemaal. Ik heb toen moeten lopen om naar het toilet te gaan. Waardoor die tweede helft vijf minuten later is begonnen.”

In Oostende begon de miserie op het veld. 

In Oostende begon de miserie op het veld. ©  BELGA

“De rest van de wedstrijd was er gelukkig geen probleem. Maar toen, de wedstrijd op Gent. Tijdens de opwarming was alles nog in orde. Tot ik in de tunnel stond om het veld op te gaan. Opnieuw ben ik in mekaar gekrompen, van de pijn. En opnieuw moest ik naar binnen lopen en is die wedstrijd later begonnen door mij.”

“Vanaf die matchen dacht ik: ‘Oh nee, gaat het nu weer beginnen?’ Vanaf toen is die stress blijven toenemen, elke wedstrijd opnieuw. De tien minuten tijdens het opwarmen en tot aan het begin van de wedstrijd werden telkens een hel voor mij. Dan kon ik me een hele opwarming goed voelen, maar begon ineens toch die buik op te spelen. En moest ik de coach gaan zeggen ‘Sorry, maar het gaat vandaag niet lukken’.”

“Dat kan je niet blijven maken, niet voor jezelf, maar ook niet tegenover de club, de coach, je medespelers. Dat was niet vol te houden. Elke wedstrijd opnieuw die twijfel, die fifty fifty, het kan dat ik kan spelen, maar het kan ook niet. Uiteindelijk hebben we, samen met de club en de coach, die beslissing genomen om even een pauze in te lassen. Ik moest weten wat er mis was met mij, want ik werd zot.”

Stress

“Ik snap wel ergens dat men, ook binnen de club, dacht dat het een puur mentale kwestie was, dat het op was, dat mijn carrière voorbij was. Mentaal was ik ook leeg. Ik was op het randje van een depressie, ja. Heel veel zal het niet gescheeld hebben. De stress was ook immens, zeker voor een match: wat als mijn darmen beginnen op te spelen?”

“Tot in het absurde. In Leuven, bijvoorbeeld. Toen ik tijdens de opwarming ineens hoorde dat er een minuut applaus ging komen voor Miguel Van Damme, kwam meteen de paniek. ‘Stel je voor dat ik net op zo’n moment buikpijn begin te krijgen?’ En die stress zette zich direct over op mijn lichaam, waardoor ik helemaal verkrampte. En ik niet meer kon spelen.”

“Maar die stress is volgens mij niet de oorzaak, maar vooral een gevolg. Ik ben zo lang, zoveel periodes, echt heel goed geweest, met weinig of geen last. Maar als het dan begint… Dan ben ik constant bezig met die ‘wat als’. En dat pakt zoveel energie van mij weg, het zuigt me gewoon helemaal leeg. Ik durfde ook niets meer te eten voor een match. Omdat ik hoopte dat ik dan niet naar het toilet zou moeten gaan. Waardoor je helemaal geen energie meer krijgt.”

Derby

“En dan had je die bewuste match tegen Beerschot. Toen iedereen dacht dat ik ambras had met de coach na mijn vervanging, razend was op hem, op de club, op iedereen. Natuurlijk was ik toen pissed. Maar in de eerste plaats pissed op mezelf. Het gevoel dat het allemaal voorbij was. Dat ik door al die problemen en die stress niet meer zou kunnen doen wat ik wilde: gewoon nog genieten van de laatste paar jaren van mijn voetbalcarrière. Ik was op dat moment helemaal op.”

“De week voordien had ik al de match tegen Brugge moeten missen door mijn problemen. Maar die derby tegen Beerschot, die wilde ik absoluut meemaken. Ik moest en zou terugkeren. Maar na 20 of 25 minuten begon ik last te krijgen en begon ik helemaal in mekaar te zakken. De coach nam de juiste beslissing, om me tegen mezelf te beschermen. Maar daar denk je op zo’n moment niet aan. Ik was woedend, door alles wat er met me gaande was.”

De Laet stapt vroegtijdig van het veld in de stadsderby. 

De Laet stapt vroegtijdig van het veld in de stadsderby. ©  BELGA

“Dat was wel vervelend, dat verhaal dat daar rond gemaakt werd. Over de ruzie met de coach, dat ik met gierende banden zou vertrokken zijn… Gierende banden, met een elektrische wagen? En door vier afgesloten poorten? (lacht) Ik heb me toen een paar dagen thuis opgesloten. Het was me allemaal te veel geworden.”

“Chapeau trouwens voor de coach, die me de avond na de match nog opbelde, om me te zeggen dat ik tijd moest pakken, om even weer alles in orde te laten komen. Hij was en is erg begripvol. Dat helpt wel op zo’n momenten, een menselijke coach als Priske.”

Kapiteinsband

“Er zijn nog zo’n verhalen geweest... Zoals het gedoe rond de kapiteinsband. Die is me helemaal niet afgenomen, zoals werd gefluisterd, dat is gewoon in samenspraak beslist. In die periode was vijftig procent van mijn energie al weg door die darmproblemen en de bijhorende stress. En dan zou ik die andere vijftig procent nog moeten verdelen over iedereen, om heel de ploeg bij te sturen? Dat ging niet. Ik wilde me honderd procent op mezelf concentreren.”

“Ik ben dan gaan samenzitten met de coach en Radja. En daar hebben we samen de beslissing genomen om de kapiteinsband door te geven. Radja deed dat goed. Ook al ben ik nu blij dat Faris terug is. Hij is sowieso eerste kapitein. En later, dat zien we dan wel. Ik hoef die band ook niet rond mijn arm te hebben om nog altijd een leider te zijn, op het veld, om tegen iemand te roepen of aanwijzingen te geven. Helemaal niet.”

“Het was soms heel moeilijk om niks te zeggen, met alle verhalen die de ronde deden. Maar de club heeft het rustig aangepakt, me altijd beschermd en afgeschermd. Ik blij dat we het zo gedaan hebben. De club heeft ook perfect ingespeeld op mijn situatie, door mee naar een uitweg te beginnen zoeken.”

Darren Fletcher

“We zijn vrij snel gaan samen zitten, met de club, de coach, de dokter, mental coach Rudy Heylen… Om een oplossing te vinden. Om me enerzijds zoveel mogelijk op de club te hebben, om te trainen indien mogelijk én te hopen op wedstrijden. Maar om tegelijkertijd de stress weg te halen en uit te zoeken wat er aan de hand was.”

“Ik weet niet of heel de ploeg ondertussen op de hoogte is. Iedereen zag het ook, natuurlijk, dat er iets mis was. Ze hebben ook de communicatie van de club gelezen. Aan bepaalde spelers heb ik het nog wel eens apart verteld, wat het probleem is en welke medicatie ik moet nemen. Ik heb veel steun gekregen binnen de groep.”

“Wie me ook goed geholpen heeft, is Darren Fletcher, de ex-speler van Manchester United. Hij heeft dezelfde ziekte. Mijn manager, een Engelsman, was ook zijn manager en hij heeft me met hem in contact gebracht. Een vijftal weken geleden heb ik lang met Fletcher gebeld. Hij heeft me verteld over die ziekte, hoe hij ermee omging, wat hielp en wat niet.”

Darren Fletcher heeft dezelfde ziekte en was zelfs twee jaar out na een operatie. 

Darren Fletcher heeft dezelfde ziekte en was zelfs twee jaar out na een operatie. ©  EPA-EFE

“Nu, bij hem was het nog veel erger, want de medicatie hielp niet. Dus hij heeft een stuk van zijn darm operatief moeten laten verwijderen, waarna het bijna twee jaar heeft geduurd voor hij terug was. Dat speelde wel in mijn hoofd: wat als de medicatie niet aanslaat? Want ik kan niet, zoals hij toen, nog twee jaar verliezen.”

Prik en pillen

“Ik heb ergens wel geluk gehad dat dit medicijn, Humira, meteen bij de eerste tests een succes bleek. Tegen deze ziekte bestaan verschillende soorten medicatie, bij elke persoon kan dat anders zijn en soms kan het een lange zoektocht worden. Eigenlijk is het straf. Ik nam deze medicatie al voor mijn rug, ik heb de ziekte van Bechterew (een reumatische ontsteking van de wervelkolom, red.). Maar ik was me dus niet bewust van de link met mijn darm, die diagnose hebben ze nooit gesteld in het verleden.”

“En ik wist dus ook niet dat diezelfde medicatie ook mijn darm onder controle hield. Voor mijn rug moest ik dat om de twee weken nemen. Maar als mijn rug in orde was, liet ik daar eens drie of vier weken tussen. Zonder te beseffen dat daardoor mijn darmen slechter werden. Onvoorstelbaar eigenlijk. De dokter vond het lang niet slecht, hoe ik het zo lang heb volgehouden, op deze manier.”

“Drie weken geleden zijn we met de juiste dosering begonnen. Eén spuitje Humira om de week, in plaats van om de twee weken. Dat kan ik zelf thuis doen, gewoon een prikje, met zo’n pennetje. En daarnaast dagelijks nog een hele reeks pillen. Zes per dag, elke ochtend, alleen al voor mijn buik. En nog een ‘ijzerspuit’, enz. Ik zag ze hier staan, van het weekend, na de match tegen Union, de mannen van de dopingcontrole. ‘Het zal prijs zijn’, heb ik nog gezegd. (lacht) Nee, alles wat we doen, is medisch in orde, hoor.”

“En het helpt. Nu voel ik me gewoon weer goed. Ik heb ook weer goesting om te gaan trainen. Dat was dit jaar toch een paar keer anders. Héél on-Ritchie. Maar nu is dat slecht gevoel verdwenen. Ik kom ook terug buiten, ga terug naar het tennis van mijn dochter. Het vertrouwen is hersteld. En als ik toch nog eens naar het toilet moet gaan, ben ik daar niet beschaamd over. Ik maak er geen probleem meer van, waardoor er ook geen stress meer is.”

Zondag tegen Union, tegenover Vanzeir. 

Zondag tegen Union, tegenover Vanzeir. ©  BELGAIMAGE

Fluitend en lachend

“Die match tegen Union heeft me een enorme boost gegeven. Je kunt niet geloven hoeveel deugd het deed om nog eens volledig gas te kunnen geven. Dat was een spannend moment. Al de hele week ging het goed, ook op training en in de autoritten. Ik was mezelf al aan het opladen: ‘dit gaat lukken’. En dat was ook zo. Geen stress, dankzij de medicijnen, de hele dag geen enkele last, niets in de spelerstunnel... En toen ik dan het veld opkwam. Heb je die lach op mijn gezicht gezien?”

“Mentaal zit het goed. Dankzij die medicatie denk ik er ook niet meer aan. Laten we hopen dat het nu voorbij is en ik nog een paar mooie jaren aan voetbal kan denken en aan niks anders. Voor mij mag het seizoen nu gerust nog een paar weken langer duren. Echt, het is niet normaal, hoe ik nu fluitend en lachend door het leven ga. De ramen van de auto open. Het is zot. Ik durf zelfs onderweg naar huis opnieuw aan de GB stoppen, zonder stress (lacht).”

“We gaan het sowieso nog goed in het oog moeten houden. Blijven onderzoeken, mijn bloed trekken en de waardes goed opvolgen. Na het seizoen ga ik nog eens langs bij de specialist, om de paar maanden ga ik ook op controle bij de reumatologe. Ik weet niet of er een risico bestaat dat de medicatie na verloop van tijd niet meer goed genoeg zou werken. Maar ik weet wel dat er nog een zwaardere variant van Humira bestaat, mocht het nodig zijn. Maar nu denk ik daar niet aan. Het werkt wat we nu aan het doen zijn. En daar wil ik van genieten.”

“Het is eigenlijk raar, dat je daar zo lang mee rondloopt zonder het te weten en zonder de juiste remedie. Het is ook een van de redenen waarom ik dit verhaal wil vertellen. Er zijn wellicht veel mensen, kinderen op school ook, die zoiets hebben, maar het niet weten of durven uitspreken of ervoor durven uitkomen. Omdat je niet wilt dat iedereen weet dat je om de vijf minuten naar het toilet moet.”

“Ik hoop dat ik al die mensen ook een beetje kan helpen, door er als topsporter zo open over te praten. Ik voel me niet beschaamd omdat ik een darmprobleem heb. En wil dat ook duidelijk maken aan al die andere mensen. Dat het oké is. Dat men niet beschaamd moet zijn om ervoor uit te komen en hulp te zoeken. Dat ik zelfs opnieuw mijn topsport kan blijven uitoefenen, ondanks die ziekte. En hopelijk nog heel lang.”

Ritchie De Laet maakte na de vorige wedstrijd tegen Union ruimschoots tijd voor de supporters.   

Ritchie De Laet maakte na de vorige wedstrijd tegen Union ruimschoots tijd voor de supporters.  ©  BELGA

Specialist: “Je kunt 100 jaar worden met colitis ulcerosa”

“Colitis ulcerosa is een chronische ontstekingsziekte van de dikke darm”, vertelt dokter Clara Thienpont, maag-darmspecialist aan het ZNA. “Het behoort, samen met de ziekte van Crohn, tot de zogenaamde chronische inflammatoire darmaandoeningen. We gebruiken ook heel vaak de Engelse afkorting IBD (inflammatory bowel disease ). Ook andere ziekten zoals psoriasis en bepaalde vormen van reuma zijn hieraan verwant.”

“De ziektes komen behoorlijk frequent voor en manifesteren zich vaak op jonge leeftijd. Ongeveer één op de duizend Belgen lijdt eraan, iets meer mensen aan Crohn dan aan colitis ulcerosa. Binnen ZNA alleen volgen we rond de duizend patiënten op. Colitis ulcerosa is, zoals de naam het zegt, een ontsteking van de dikke darm (colitis) met zweren (ulcerosa). Het grootste verschil met Crohn is dat bij colitis ulcerosa enkel de dikke darm aangetast is en doorgaans begint aan het allerlaatste stukje van de dikke darm. Crohn kan in het hele maag- en darmstelsel voorkomen, van de mond tot aan de endeldarm.” 

“Er is geen eenduidige oorzaak, maar het gaat wellicht om een combinatie van verschillende factoren: een stukje genetische aanleg, een verstoring van ons afweersysteem tegen de bacteriën in het darmstelsel (onze zogenaamde darmflora), hedendaagse voedingsgewoonten… Het is in elk geval een soort ‘beschavingsziekte’.”

“Colitis ulcerosa is een chronische ziekte, ze bestaat in zowel ernstigere als mildere vormen. De typische symptomen zijn diarree, buikpijn, anaal bloed- en slijmverlies, een hevige aandrang om naar het toilet te gaan, maar ook vermoeidheidsklachten en gewichtsverlies kunnen erbij passen. Gelukkig zijn er verschillende goede en krachtige behandelingen voorhanden, waar we mooie resultaten mee behalen.”

“We proberen de ziekte ‘in remissie’ te brengen: ze rustig en onder controle te houden, zodat de patiënt geen klachten meer heeft en een gewoon leven kan leiden. De ziekte verloopt in pieken en dalen, waarbij we proberen om de pieken of opstoten zo goed mogelijk te onderdrukken. Mits een goede behandeling kan het merendeel van de patiënten er perfect mee leven en bij wijze van spreken 100 jaar worden met deze ziekte.” (pego)

Ritchie De Laet over sportieve: “Mijn voorkeur?  Met drie achteraan”

Ritchie De Laet blikt ook even vooruit op de dubbele confrontatie met Anderlecht, een rechtstreeks gevecht om de derde plaats. “De volgende twee wedstrijden gaan alles bepalen, aan beide kanten van de Champions’ play-offs. Ik hoop dat wij de stijgende lijn van de voorbije twee matchen kunnen verderzetten. Hopelijk kan iedereen zich nog eens extra opladen voor die resterende vier matchen. De komende twee duels met Anderlecht zijn echt finales. En afhankelijk van het resultaat gaan we zien wat er daarna nog eventueel mogelijk is.”

De Laet ziet veel vertrouwen in de groep. “Iedereen is scherp, de sfeer in de groep zit zeer goed. En de defensieve organisatie staat er. Nu moeten we alleen vooraan nog een beetje creatiever zijn en scoren. En ook onze vrije trappen en corners beter trappen, want dat zijn toch altijd potentiële grote kansen.”

Tegen Club Brugge en Union koos Priske voor het systeem dat hij eigenlijk niet graag heeft: met drie man achteraan. “Welk systeem, dat is de beslissing van de coach. Maar als ik mocht kiezen, zou ik de organisatie best laten staan en verder doen zoals we nu bezig zijn. Ook tegen Anderlecht kan dat goed uitdraaien. Maar bon, ik heb er alle vertrouwen in dat de trainer zijn huiswerk wel zal doen. Hij zal ook wel gezien hebben dat de spelers zich beter voelen in dit systeem. Misschien hebben we hem de voorbije twee matchen wel kunnen overtuigen dat we er dan wel staan, met drie vanachter. (knipoog)” (pego)

MEER OVER Meest gelezen

Aangeboden door onze partners

MEER OVER VOETBAL