© Jeroen Hanselaer

DE WEEK VAN JAN BARTOSIK. “Soms zijn de dingen zoals ze zijn, en dat is niet altijd slecht”

Antwerpen -

Elke zaterdag blikt een stadsreporter terug op de gebeurtenissen van de voorbije week.

Jan Bartosik

Zelden gebeurt het dat een televisieserie op haar hoogtepunt stopt. In het buitenland althans, want in Vlaanderen zijn we daar vaak best straf in. Herinner u de laatste scene van Van vlees en bloed, waar we na het lijmen van allerlei familiebrokken terugkeren naar het oubollige kamertje van ‘ons moe’, gespeeld door Reinhilde Decleir.

Haar glaasje porto losjes in de hand, een kwartslag gedraaid. Het leven stilletjes uit haar grijzige ogen vertrokken. Ons moe is niet meer. Zacht ingeslapen terwijl de wereld zonder ophouden rond de zon blijft flaneren. Soms zijn de dingen zoals ze zijn, en dat is niet altijd slecht, klonk het eerder in de serie bij Maria ‘moe’ Vangenechten. We zouden de vele mensen die bij theatergezelschap Tutti Fratelli hun artistieke dromen hebben kunnen waarmaken dankzij haar tomeloze inzet met deze wijze woorden willen troosten, maar daar is het ongetwijfeld nog te vroeg voor. Want ook al zijn de dingen zoals ze zijn, af en toe mogen we daar eens luid en krachtig om vloeken.

Wie al eens de buurt tussen het Mechelseplein en café De Duifkens frequenteert, herinnert zich ongetwijfeld de mevrouw op de fiets, met de bloem in het haar. Dat die grand dame ervoor koos om zelf te bepalen wanneer haar trein het eindstation bereikte, blijft – hoe ‘alledaags’ zoiets tegenwoordig ook mag zijn – nog steeds bewonderenswaardig. It’s better to burn out, than to fade away, schreef Kurt Cobain in zijn afscheidsbrief. En ook al is de frontman van Nirvana sinds 5 april langer overleden dan hij ooit geleefd heeft, zijn laatste woorden blijven brandend actueel voor wie individuele zelfbeschikking als hoogste goed beschouwt. De keuze die Reinhilde Decleir maakte, is er een die we te allen tijde moeten respecteren. Hoe luid en krachtig we daar soms om zouden willen vloeken.

We kunnen alleen maar hopen dat haar levenswerk ook na haar overlijden mag blijven floreren. Laat ons de dingen die ons samenbrengen, over alle lagen van in en aan de rand van de maatschappij, koesteren en ondersteunen zoveel we maar kunnen. In haar laatste interview met Gazet van Antwerpen liet Decleir nog optekenen dat het steeds moeilijker wordt om genoeg fondsen bij elkaar te sprokkelen om haar theatergezelschap draaiende te houden. Toen ze vereerd werd met de titel Commandeur van de Kroonorde, vatte ze het zelf op sprekende wijze samen: “Als er een prijs aan deze erkenning verbonden zou zijn, dan liefst een in contanten, en geen gouden kroon. Die mogen ze ook geven, maar die laten we dan smelten om centjes op te brengen.” Wat zou ze ook moeten met zo’n kroon? Die zou alleen maar in de weg van die eeuwige bloem in het haar zitten.

CITTA

Aangeboden door onze partners

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio